Openbare raadpleging betreffende wijzigingen van het kader voor toezichtsvergoedingen

Veelgestelde vragen

Waarom evalueert de ECB deze verordening?

De Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht van oktober 2014 verplicht de ECB tot het uitvoeren van een evaluatie. Het doel van de onderhavige raadpleging is de uitkomsten daarvan te presenteren. In de evaluatie is rekening gehouden met de feedback die in het kader van de in 2017 uitgevoerde raadpleging is gegeven, evenals met de opmerkingen van nationale bevoegde autoriteiten en de Raad van Toezicht.

Wat gaat de ECB precies doen met de feedback die ze ontvangt?

Na afsluiting van de openbare raadpleging op 6 juni 2019 gaat de ECB de ontvangen opmerkingen beoordelen. De wijziging van de verordening wordt vervolgens waar nodig aangepast. Voor alle duidelijkheid: u kunt alleen opmerkingen maken over de in Deel 5 van het feedbackdocument opgenomen wijziging van de verordening.

Hoeveel opmerkingen heeft de ECB in totaal ontvangen gedurende de openbare raadpleging in 2017? Wie heeft feedback gegeven?

De ECB ontving in totaal 73 afzonderlijke opmerkingen afkomstig van dertien partijen: acht verenigingen van banken, vier onder toezicht staande entiteiten of groepen en één andere marktdeelnemer.

Opmerkingen van de respondenten die met publicatie van hun feedback hebben ingestemd

Wat zijn de gevolgen van de veranderingen voor het jaarlijkse tijdschema dat bij de toezichtsvergoedingen wordt gehanteerd?

Onderstaande tabel toont de data en deadlines die binnen het huidige kader gelden en hoe deze zouden veranderen in het voorgestelde kader.

Belangrijke data en deadlines Huidige methode voor vergoedingsperiode 2019 Voorgestelde wijziging
voor vergoedingsperiode 2020
Referentiedatum voor de factoren die van invloed zijn op de vergoeding voor entiteiten die zijn opgericht vóór 1 januari van de vergoedingsperiode 31 december 2018 31 december 2019
Deadline voor het aanwijzen van de vergoedingsdebiteur (alleen voor bankgroepen) 1 juli 2019 30 september 2020
Deadline voor het verstrekken van de contactgegevens van de vergoedingsdebiteur 1 juli 2019 wanneer een verandering optreedt
Deadline voor het verstrekken van de vergoedingsfactoren/afsluitingsdatum voor hergebruik van toezichtsgegevens 1 juli 2019 vast te stellen in het gewijzigde Besluit van de ECB
Publicatie van de totale jaarlijkse toezichtsvergoeding 30 april 2019 eind maart 2020 voor schattingen en eind maart 2021 voor werkelijke kosten
Uitreiking van de vergoedingskennisgeving oktober 2019 juni 2021
Betalingstermijn november 2019 juli 2021

Hoe worden de toezichtsvergoedingen voor 2019 bepaald?

De jaarlijkse toezichtsvergoedingen voor 2019 worden berekend aan de hand van de huidige methodiek als vastgelegd in de Verordening betreffende een vergoeding voor toezicht. Een nadere toelichting op het tijdschema, de relevante deadlines en praktische informatie zijn beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht, zie hiervoor de pagina's over de toezichtsvergoeding.

Wat gebeurt er in het overgangsjaar 2020? Moet mijn bank in 2021 een dubbele vergoeding betaling?

2020 is een overgangsjaar en daarom worden de toezichtsvergoedingen voor dat jaar pas in 2021 in rekening gebracht. De vergoedingen op basis van de werkelijke kosten van het bankentoezicht voor het boekjaar 2020 worden geïnd in de eerste helft van 2021. In verband met de overgang van inning vooraf naar inning achteraf wordt een tekort (of overschot) voor de periode 2019 ook in 2021 geïnd (of verrekend), naast de werkelijke kosten voor het boekjaar 2020. In maart 2020 publiceert de ECB een schatting van de toezichtsvergoedingen voor 2020 in haar jaarverslag over haar toezichtswerkzaamheden.

Hebben deze wijzigingen invloed op het totale bedrag dat de ECB in rekening brengt?

Nee. Het totale bedrag dat de ECB in rekening brengt, is gebaseerd op de kosten die de ECB maakt bij het uitvoeren van haar toezichtstaken en verandert niet als gevolg van deze evaluatie. Er zal echter wel een effect optreden op de vergoedingen van de afzonderlijke banken die onder indirect toezicht van de ECB vallen (de zogenoemde LSI's), in verband met de korting die de kleinste LSI's wordt aangeboden.

Betekent dit dat het vergoedingsbedrag van het voorafgaande jaar niet herberekend hoeft te worden?

Dit kan niet geheel worden uitgesloten. De verwachting is dat door facturering achteraf het jaarlijks aantal herberekeningen zal afnemen. Dat neemt echter niet weg dat er nog steeds sprake kan zijn van herberekening, gezien het onvermijdelijke tijdsverschil tussen het optreden van veranderingen (zoals in de toezichtsstatus als gevolg van fusies) en de kennisgeving van zulke veranderingen aan de betrokken teams.

Welke andere rechtsinstrumenten worden door deze evaluatie geraakt?

De ECB zal uiterlijk eind 2019 haar Besluit ECB/2015/7 wijzigen, tegelijk met de wijziging van de verordening. Het besluit bevat de methodiek en procedures met betrekking tot het verzamelen van de vergoedingsfactoren en dient derhalve als gevolg van de evaluatie te worden aangepast.

Wanneer precies treden de wijzigingen van de verordening in werking voor de berekening van de jaarlijkse toezichtsvergoeding?

We verwachten dat de wijziging van de verordening van kracht wordt aan het eind van 2019, voor de vergoedingsperioden vanaf 2020. De verordening treedt officieel in werking 20 dagen na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.