Onderzoeken van interne modellen

Aan de hand van onderzoeken van interne modellen (internal model investigations – IMI’s) wordt nagegaan of de door de banken gebruikte interne modellen om hun kapitaalvereisten te berekenen voldoen aan de wettelijke vereisten. IMI’s kunnen worden uitgevoerd op verzoek van een bank (initiële goedkeuring, materiële wijzigingen, uitbreidingen, uitrol, permanent gedeeltelijk gebruik of terugkeer naar een minder geavanceerde benadering), of op initiatief van de ECB.

Zodra een onderzoek is afgerond, wordt een besluit over het gebruik van interne modellen opgesteld. Het besluit wordt definitief als het door de Raad van Toezicht is bekrachtigd en door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd volgens de geen-bezwaarprocedure.

Kader voor onderzoeken van interne modellen

In de gids van de ECB voor inspecties ter plaatse en onderzoeken van interne modellen worden het algemene kader en de procedures betreffende IMI’s uiteengezet.

Gids voor inspecties ter plaatse en onderzoeken van interne modellen

Deze gids wordt aangevuld met de gids van ECB betreffende interne modellen, waarin de inhoud van de onderzoeken centraal staat (zie verderop).

Criteria

Aan de hand van IMI’s wordt beoordeeld of een bank aan de vereisten voor het gebruik van interne modellen voldoet. Meer bepaald wordt bij IMI’s:

  • de portefeuille bestudeerd waarop het interne model is toegepast, met name wat betreft de relevante risicofactoren, en beoordeeld of de reikwijdte van het model afdoende is
  • onderzoek gedaan naar de geschiktheid en de aanpasbaarheid van bedrijfsprocessen die verband houden met het model, zoals prijsbepaling, besluitvorming, risicomanagement, validering en kapitaalberekening
  • de werking van het model beoordeeld, dat wil zeggen het vermogen om risico's te voorspellen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, back-testing en het testen van het model in uiteenlopende hypothetische en historische marktomstandigheden)
  • de IT-infrastructuur beoordeeld, evenals de gegevens waarmee het model wordt gevoed en de gegevens die zijn gebruikt bij het opzetten ervan
  • een toetsing uitgevoerd, waar mogelijk, van de uitkomsten van het model
Procedure

Bij de start van de voorbereidende fase van een IMI moeten de beschikbaarheid en gereedheid van alle betrokken partijen worden bevestigd (zie ook het gedeelte over aanvragen met betrekking tot interne modellen).

De procedure voor het onderzoek zelf wordt hieronder schematisch weergegeven (voor een gedetailleerde beschrijving van de procedure, zie de gids voor inspecties ter plaatse en onderzoeken van interne modellen).

Gids voor inspecties ter plaatse en onderzoeken van interne modellen

Procedure
Wie doet wat?
  • Missieleider: de ECB stelt de missieleider aan. Hij of zij is een medewerker van de ECB of van een nationale bevoegde autoriteit (national competent authority – NCA). De missieleider is de voornaamste contactpersoon voor de geïnspecteerde bank met betrekking tot de tijdens de inspectie beoordeelde onderwerpen. De missieleider staat aan het hoofd van het inspectieteam, organiseert de verschillende stappen van de inspectie en is het enige lid van het inspectieteam dat het inspectieverslag mag ondertekenen.
  • Inspectieteam: onder verantwoordelijkheid van de missieleider voert het inspectieteam alle nodige inspecties bij de geïnspecteerde bank uit. Het team kan bestaan uit ECB-inspecteurs, toezichthouders in dienst van NCA’s, leden van het gezamenlijk toezichthoudende team (Joint Supervisory Team - JST) of andere door de ECB geautoriseerde personen. De leden van het inspectieteam worden aangesteld door de ECB.
  • Gezamenlijk toezichthoudend team (JST): de belangrijkste bijdragen van de JST's aan de werkzaamheden ter plaatse omvatten:
    1. opstellen van het programma voor onderzoek door de toezichthouder (supervisory examination programme – SEP)
    2. communiceren met het inspectieteam tijdens de inspectie (of soms deelnemen als lid van het inspectieteam)
    3. bijdragen aan ontwerpbesluiten op basis van de IMI’s, en
    4. daarna de uitvoering van eventuele corrigerende of toezichtsmaatregelen volgen.
  • Afdeling Interne Modellen van de ECB (INM): INM maakt onderdeel uit van het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht IV. De afdeling is verantwoordelijk voor de doorlopende monitoring van inspecties en zorgt ervoor dat gemeenschappelijke, hoge kwaliteitsnormen worden toegepast bij alle IMI’s. Ze toetst de kwaliteit en consistentie van beoordelingsrapporten en stelt het merendeel van de ontwerpbesluiten op basis van de IMI’s op. Deze ontwerpbesluiten worden vervolgens voorgelegd aan de Raad van Toezicht.

Gids van de ECB betreffende interne modellen

De gids van de ECB betreffende interne modellen verschaft transparantie over hoe de ECB de toepasselijke EU- en nationale wetgeving interpreteert en hoe ze deze wil toepassen bij de beoordeling van de naleving van de wettelijke vereisten door de banken. De gids werd in eerste instantie opgesteld in het kader van de gerichte toetsing van interne modellen (targeted review of internal models – TRIM). Hij vormt de leidraad voor de door de ECB als onderdeel van de TRIM uitgewerkte methodiek voor IMI’s ter plaatse. De gids levert dan ook een aanzienlijke bijdrage aan de harmonisering van de toezichtspraktijken in het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (SSM) en zodoende aan het creëren van een gelijk speelveld voor belangrijke instellingen die gebruikmaken van interne modellen.

De gids van de ECB betreffende interne modellen bestaat uit vier hoofdstukken (algemene onderwerpen, kredietrisico, marktrisico en tegenpartijkredietrisico), waarover in 2018 een openbare raadpleging werd gehouden.

Met de gids, die niet mag worden opgevat als verdergaand dan het toepasselijk EU-recht en de nationale wetgeving, wordt derhalve niet beoogd het toepasselijk EU-recht of de nationale rechtsregels te vervangen, noch eraan voorbij te gaan of ze te beïnvloeden.

ECB guide to internal models

Aanvragen met betrekking tot interne modellen

Met het oog op een consistente aanpak van aanvragen met betrekking tot interne modellen binnen het SSM, heeft ECB-Bankentoezicht een reeks documenten en procedures gepubliceerd die belangrijke kredietinstellingen kunnen gebruiken als ze aanvragen in verband met interne modellen willen indienen bij de ECB.

Overzicht van de aanvraagprocedure

Hieronder staan de formulieren en richtlijnen in verband met de (pre-)aanvraagprocedure, samen met links naar de documenten die gebruikt moeten worden om de ECB op de hoogte te brengen van alle hetzij voorgenomen, hetzij reeds doorgevoerde niet-wezenlijke modelwijzigingen of -uitbreidingen.

Banken die een aanvraag willen doen voor de initiële goedkeuring van een model, een wezenlijke wijziging van een model of een uitbreiding die niet te wijten is aan de naleving van een vroegere verplichting, worden verzocht om:

  • de beoogde aanvraagdatum minstens vier maanden op voorhand te bevestigen via e-mail aan het JST
  • minstens twee maanden vóór de bevestigde aanvraagdatum een (pre-)aanvraag in te dienen (zie de links hieronder)

Gids van de ECB inzake materialiteitsbeoordeling (ECB Guide on materiality assessment – EGMA) voor uitbreidingen en wijzigingen van IMM- en A-CVA-modellen

De verordening kapitaalvereisten bepaalt dat wezenlijke uitbreidingen en wijzigingen van interne modellen voor kredietrisico, operationeel risico en marktrisico door de bevoegde autoriteit moeten worden goedgekeurd. De Europese Commissie heeft technische reguleringsnormen (regulatory technical standards – RTS) vastgesteld voor het beoordelen van de materialiteit van modeluitbreidingen en -wijzigingen van de interneratingbenadering (internal ratings-based approach – IRB-benadering) voor kredietrisico, de geavanceerde meetbenadering (advanced measurement approach – AMA) voor operationeel risico en de internemodellenbenadering (internal models approach – IMA) voor marktrisico. Op grond van deze RTS worden uitbreidingen en wijzigingen van interne modellen hetzij aangemerkt als wezenlijke uitbreidingen en wijzigingen waarvoor voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit vereist is, hetzij beschouwd als niet-wezenlijke uitbreidingen en wijzigingen waarvoor voorafgaande kennisgeving of kennisgeving achteraf vereist is.

Ten aanzien van het tegenpartijkredietrisico verplicht de huidige tekst van de verordening kapitaalvereisten niet tot vaststelling van soortgelijke RTS voor de internemodellenmethode (internal model method – IMM) noch voor de geavanceerde methode voor het risico van aanpassing van de kredietwaardering (advanced method for credit valuation adjustment risk – A-CVA). Daarom heeft de ECB een gids inzake materialiteitsbeoordeling (EGMA) gepubliceerd, ter ondersteuning van belangrijke instellingen bij hun zelfbeoordeling van de materialiteit van wijzigingen en uitbreidingen van IMM- en A-CVA-modellen krachtens het toepasselijk juridisch kader. Met de EGMA wordt niet beoogd het toepasselijk EU-recht of de nationale rechtsregels te vervangen, noch eraan voorbij te gaan of ze op een andere manier te beïnvloeden. Bovendien moet worden bedacht dat de EBA regulerend kan optreden door richtsnoeren vast te stellen op grond van artikel 16 van de EBA-verordening of RTS uit te vaardigen op basis van toekomstige EU-wetgeving.

Gids van de Europese Centrale Bank inzake materialiteitsbeoordeling (EGMA)