De procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie voor minder belangrijke instellingen

Het doel van de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process – SREP) is het bevorderen van een schokbestendig bankenstelsel, dat een noodzakelijke voorwaarde vormt voor een duurzame en gezonde financiering van de economie.

De SREP omvat een uitgebreide beoordeling van de strategieën, processen en risico's van de banken, evenals een toekomstgerichte analyse om te bepalen hoeveel kapitaal elke bank nodig heeft om haar risico's te dekken.

De nationale bevoegde autoriteiten (national competent authorities – NCA’s), die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de minder belangrijke instellingen (less significant institutions – LSI's) in het eurogebied, zijn in 2018 begonnen met het implementeren van een geharmoniseerde SREP-methodiek voor de LSI's, waarbij deze uiterlijk in 2020 voor alle LSI's wordt toegepast.

SREP-methodiekboekje 2019 voor LSI's

Sinds 2015 werken de ECB en de NCA's samen aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke SREP-methodiek voor minder belangrijke instellingen. Deze is gebaseerd op de SREP-richtsnoeren van de EBA en bouwt voort op de bestaande methodiek voor belangrijke instellingen en bestaande nationale SREP-methodieken. De NCA's hebben de mogelijkheid de toepassing van de gemeenschappelijke SREP-methodiek gefaseerd in te voeren, waarbij deze in 2018 ten minste op de minder belangrijke instellingen met een hoge prioriteit moet worden toegepast. Uiterlijk in 2020 geldt deze voor alle LSI's.

Geharmoniseerd toezicht

De SREP voor LSI's zorgt voor meer convergentie bij het toezicht op LSI's en ondersteunt minimumharmonisatie en samenhang bij het beoordelen van belangrijke en minder belangrijke instellingen. De NCA’s zijn de directe toezichthouder op de LSI's en behouden derhalve de volle verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de beoordelingen en voor de besluitvorming omtrent kapitaal-, liquiditeits- en kwalitatieve maatregelen.

Evenredigheid

De methodiek werkt volgens het evenredigheidsbeginsel, dat wil zeggen dat voor een LSI de minimale toezichtsintensiteit wordt bepaald, die afhankelijk is van de prioriteit die de LSI heeft gekregen en van de aard van de activiteiten van de LSI (ook wel een model ter bepaling van de minimale toezichtsintensiteit genoemd). Het gevolg hiervan is dat de SREP van LSI tot LSI verschilt, bijvoorbeeld wat betreft de intensiteit van de beoordeling, de informatie die een LSI aan de toezichthouders moet verschaffen, en de verwachtingen die de toezichthouders ten opzichte van de LSI koesteren.

Flexibiliteit

De methodiek biedt de NCA's ook enige mate van flexibiliteit. Deze flexibiliteit in de SREP speelt een belangrijke rol bij het beoordelen van het interne proces ter beoordeling van de kapitaaltoereikendheid (Internal Capital Adequacy Assessment Process – ICAAP) van een bank, het interne proces ter beoordeling van de liquiditeitstoereikendheid (Internal Liquidity Adequacy Assessment Process – ILAAP) van een bank en de stresstests voor minder belangrijke instellingen.

De SREP voor minder belangrijke instellingen is een doorlopend proces en de methodiek blijft zich in de toekomst ontwikkelen.