Veelgestelde vragen

... over de berekening van de toezichtsvergoeding en de contactgegevens van de vergoedingsdebiteur

Hoe wijs ik de vergoedingsdebiteur aan?

Alle vergoedingsplichtige instellingen die deel uitmaken van een onder toezicht staande groep, wijzen één entiteit aan die namens de hele groep als vergoedingsdebiteur (schuldenaar van de vergoeding) optreedt. U doet dit door de ECB per post of e-mail een ondertekende kennisgeving te sturen. Om de vergoedingsprocedure vlot te laten verlopen, is voor de aanwijzing van nieuwe vergoedingsdebiteuren een uiterste datum gesteld. Die is elk jaar op 30 september.

Kennisgevingsformulier betreffende de vergoedingsdebiteur

Hoe moet ik de contactgegevens van onze vergoedingsdebiteur doorgeven?

De gegevens over de vergoedingsdebiteur moeten elk jaar uiterlijk op 30 september bijgewerkt zijn. Debiteuren die hun contactgegevens al hebben doorgegeven, hoeven die alleen bij te werken als er iets in veranderd is. Wij verzoeken u de verklaring betreffende gegevensbescherming te lezen.

Geef uw contactgegevens uitsluitend via het online portaal door. ECB-medewerkers kunnen dit niet voor u doen, omdat zij geen toegang hebben tot de accounts van individuele banken op het portaal. De ECB raadt banken aan om het e-mailadres van een afdeling of groep op te geven en niet dat van een persoon, zodat personeelswisselingen geen invloed hebben op de communicatie van de ECB met de vergoedingsdebiteuren.

Als u nog geen gebruikersnaam en wachtwoord voor het portaal hebt ontvangen, of als u de naam van de vergoedingsdebiteur wilt wijzigen, dan kunt u contact opnemen met het vergoedingenteam, bij voorkeur per e-mail: SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu.

Verklaring betreffende gegevensbescherming

Moet ik mijn geactualiseerde contactgegevens aan de ECB doorgeven als ik deze al aan de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (Single Resolution Board – SRB) heb gegeven?

Ja, vergoedingsdebiteuren zijn verplicht elke verandering in hun contactgegevens aan de ECB door te geven, uiterlijk op 30 september van elke vergoedingsperiode.

De structuur van mijn bankgroep is veranderd sinds ik het kennisgevingsformulier betreffende de vergoedingsdebiteur (schuldenaar van de vergoeding) heb ingestuurd. Wat moet ik nu doen? Moet ik het formulier elk jaar uiterlijk op 30 september indienen?

Als de veranderingen in de groepsstructuur betrekking hebben op het hoofd van de groep of op de dochteronderneming die eerder als vergoedingsdebiteur was aangewezen, dient u dit aan de ECB door te geven door middel van een nieuw kennisgevingsformulier betreffende de vergoedingsdebiteur. Voor andere veranderingen binnen de groep hoeft u geen nieuw formulier in te dienen.

Om de vergoedingsprocedure vlot te laten verlopen, moeten de formulieren van de vergoedingsdebiteuren elk jaar uiterlijk op 30 september bij de ECB binnen zijn.

Moet ik veranderingen in de omstandigheden van mijn bank, bijvoorbeeld fusies, overnames of ingetrokken vergunningen melden? Wat moet ik doen als een verandering niet verwerkt is in de vergoedingskennisgeving die ik heb ontvangen?

Een verandering in uw omstandigheden kan van invloed zijn op de berekening van de jaarlijkse toezichtsvergoeding. Wij verzoeken u alle veranderingen in de omstandigheden van uw bank per e-mail aan het vergoedingenteam door te geven. Zij nemen dan contact met u op over wat u in uw specifieke geval moet doen.

Wij zijn sinds kort als zelfstandige bank toegelaten. Welke stappen moeten we ondernemen met betrekking tot de toezichtsvergoeding van de ECB?

Een recent toegelaten bank die gevestigd is in een deelnemende lidstaat en geen deel uitmaakt van een bestaande onder toezicht staande groep, moet de jaarlijkse toezichtsvergoeding betalen. Het bedrag is gebaseerd op het aantal volledige maanden dat de bank in de vergoedingsperiode onder toezicht stond.

Wij verzoeken u de contactgegevens van bij voorkeur de verantwoordelijke afdeling, of anders de verantwoordelijke persoon, aan de ECB door te geven, met name het e-mailadres. De ECB laat u dan weten wat u verder moet doen.

SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu

Na een overname door een belangrijke bankgroep is de status van mijn bank voor toezichtsdoeleinden veranderd van minder belangrijk naar belangrijk. Heeft dat invloed op mijn toezichtsvergoeding?

Indien uw bank vóór de overname door een belangrijke onder toezicht staande groep een zelfstandige minder belangrijke instelling was, dan zou de overname van invloed kunnen zijn op uw toezichtsvergoeding. Over het algemeen wordt de jaarlijkse toezichtsvergoeding na de overname berekend op basis van het aantal volledige maanden gedurende welke de onder toezicht staande entiteit een zelfstandige minder belangrijke instelling was (artikel 7, lid 1, van de Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht).

De berekening van de vergoeding wordt uitgevoerd op het hoogste consolidatieniveau binnen de deelnemende lidstaten. Wanneer kredietinstellingen onderdeel zijn van een onder toezicht staande groep die in een deelnemende lidstaat is gevestigd, dan wordt er derhalve op groepsniveau één vergoeding berekend en in rekening gebracht.

Wij verzoeken u alle veranderingen in de omstandigheden van uw bank per e-mail aan het vergoedingenteam door te geven. Zij beoordelen uw situatie en nemen dan contact met u op over wat u in uw specifieke geval moet doen.

... over het indienen van de vergoedingsfactoren

Wie moeten er vergoedingsfactoren indienen?

De ECB is ervoor verantwoordelijk dat het SSM in zijn geheel doeltreffend en consistent functioneert, dus zowel voor de belangrijke banken waarop ze direct toezicht houdt als voor de minder belangrijke banken waarop ze indirect toezicht houdt. Alle onder toezicht staande banken zijn daarom vergoedingsplichtig.

De jaarlijkse toezichtsvergoeding wordt berekend op het hoogste consolidatieniveau van alle banken die onder toezicht staan van de ECB, op basis van vergoedingsfactoren per de referentiedatum van 31 december van de voorafgaande vergoedingsperiode, of een andere toepasselijke referentiedatum, zoals in de voorbeelden hieronder wordt toegelicht.

Voor de meeste onder toezicht staande banken geldt dat de ECB met ingang van de vergoedingsperiode 2020 data uit FINREP en COREP gebruikt om de vergoedingsfactoren vast te stellen.

Twee categorieën banken moeten hun vergoedingsfactoren nog wel via een aparte procedure indienen: i) groepen die de activa en/of de risicoposten van dochterondernemingen in niet-deelnemende lidstaten niet in hun berekening opnemen, en ii) in deelnemende lidstaten gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen uit niet-deelnemende lidstaten die niet onder de ECB-verordening betreffende rapportage van financiële toezichtinformatie (FINREP) vallen.

Wanneer en bij wie moet ik de gegevens over de vergoedingsfactoren indienen?

Vergoedingsdebiteuren die de vergoedingsfactoren nog moeten indienen, moeten dat doen bij hun nationale toezichthouder en daarvoor de formulieren gebruiken die in de bijlagen bij het Besluit van de ECB betreffende vergoedingsfactoren zijn opgenomen.

De vergoedingsfactoren dienen uiterlijk 11 november (aan het einde van de werkdag) van het lopende jaar ingediend te zijn, of de eerstvolgende werkdag als 11 november geen werkdag is. De referentiedatum voor de vergoedingsfactoren is 31 december van het voorgaande jaar of, in voorkomend geval, een andere datum, zie het voorbeeld hieronder. De vergoedingskennisgevingen worden in de eerste helft van het jaar volgend op de vergoedingsperiode verzonden.

Hoe moet ik de vergoedingsfactoren indienen?

De vergoedingsfactoren moeten aan de nationale toezichthouder worden gestuurd met gebruikmaking van de formulieren die in de bijlagen bij het Besluit van de ECB betreffende vergoedingsfactoren zijn opgenomen. Deze formulieren dienen volgens de bijgeleverde instructies te worden ingevuld. Daarin staat ook informatie over certificering door een accountant en de managementverklaring, en wanneer die nodig zijn.

Is een onder toezicht staande groep verplicht de activa van dochtermaatschappijen die in niet-deelnemende lidstaten en in landen buiten de EU zijn gevestigd, buiten beschouwing te laten?

Nee. De Verordening betreffende een vergoeding voor toezicht biedt wel de mogelijkheid daartoe. Deze mogelijkheid is juist in het leven geroepen ten behoeve van de desbetreffende onder toezicht staande groepen, omdat de verschuldigde jaarlijkse toezichtsvergoeding daardoor lager uitvalt. Maar als de kosten om de activa te berekenen hoger zijn dan de voorziene verlaging van de jaarlijkse toezichtsvergoeding, is het voor de banken efficiënter deze activa wel in aanmerking te nemen.

Om de gegevensverzameling vlot te laten verlopen, moet worden bepaald welke groepen met in niet-deelnemende lidstaten of derde landen gevestigde dochterondernemingen van plan zijn de desbetreffende activa en/of risicoposten niet in hun vergoedingsfactoren op te nemen.

Wordt de jaarlijkse toezichtsvergoeding bij alle in deelnemende lidstaten gevestigde bijkantoren in rekening gebracht?

Neen, de jaarlijkse toezichtsvergoeding is alleen verschuldigd door in een deelnemende lidstaat gevestigde bijkantoren van een in een niet-deelnemende lidstaat gevestigde moederbank. Zo moet een EU-bijkantoor in een deelnemende lidstaat (bijv. Duitsland) de toezichtsvergoeding aan de ECB betalen als zijn moederbank in een niet-deelnemende lidstaat gevestigd is. De moederbank kan onderworpen zijn aan het toezicht van de nationale toezichthouder (bijv. in Zweden) en daarom aan deze toezichthouder een vergoeding verschuldigd zijn. Deze verplichting staat geheel los van de verplichting van het bijkantoor in de deelnemende lidstaat om de ECB een toezichtsvergoeding te betalen.

Houdt u in dit verband rekening met het volgende:

  • Als een kredietinstelling twee of meer vergoedingsplichtige bijkantoren in één deelnemende lidstaat heeft, dan gelden die als één bijkantoor.
  • Vergoedingsplichtige bijkantoren van dezelfde kredietinstelling die in verschillende deelnemende lidstaten zijn gevestigd (bijv. België en Duitsland), gelden niet als één bijkantoor.
  • In het geval van een bijkantoor en een dochteronderneming in dezelfde deelnemende lidstaat worden twee verschillende toezichtsvergoedingen in rekening gebracht.

Wie moet de vergoeding betalen?

Op welk consolidatieniveau moeten onder toezicht staande groepen de vergoedingsfactoren rapporteren?

Onder toezicht staande groepen die in een of meer deelnemende landen actief zijn, sturen maar één formulier voor vergoedingsfactoren in, en wel voor het hoogste consolidatieniveau dat al die deelnemende landen omvat. Er wordt vervolgens één toezichtsvergoeding berekend.

Behandeling van bankgroepen

Wat gebeurt er als ik de vergoedingsfactoren niet op tijd indien?

Als een vergoedingsdebiteur die nog wel vergoedingsfactoren moet indienen dat nalaat, stelt de ECB de ontbrekende vergoedingsfactoren zelf vast op grond van de beschikbare informatie. Het niet verstrekken van vergoedingsfactoren wordt beschouwd als een overtreding van de Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht en kan tot sancties leiden.

Hoe kan ik de cijfers met betrekking tot mijn vergoedingsfactoren tijdens de reactietermijn opnieuw insturen?

Als u via uw NCA aparte formulieren voor vergoedingsfactoren hebt ingediend, kunt u de gegevens over de vergoedingsfactoren in hetzelfde format en via hetzelfde kanaal opnieuw indienen gedurende de reactietermijn van 15 dagen. Als de ECB uw vergoedingsfactoren heeft vastgesteld op basis van COREP-en FINREP-cijfers en de in het portaal aangegeven waardes van de totale activa en/of het totaal van de risicoposten niet juist meer zijn, kunt u gedurende de reactietermijn van 15 dagen uw COREP-en FINREP-rapportages opnieuw indienen via uw NCA. NB Ook na de reactietermijn van 15 dagen kunnen COREP- en FINREP-cijfers nog veranderen, maar wanneer de cijfers eenmaal zijn gebruikt voor de berekening van de vergoeding die voor de betreffende periode verschuldigd is, worden latere wijzigingen buiten beschouwing gelaten en wordt de toezichtsvergoeding niet herberekend.

Wat houdt het ECB-Besluit betreffende vergoedingsfactoren in?

In het Besluit van de ECB betreffende vergoedingsfactoren worden de methodologie en procedures beschreven voor de berekening van de twee vergoedingsfactoren, namelijk de totale activa en het totaal van de risicoposten.

Moeten er ook vergoedingsfactoren worden ingediend voor in deelnemende lidstaten gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die zijn gevestigd in een land van de Europese Economische Ruimte (EER) dat geen EU-lidstaat is?

Ja. In een deelnemende lidstaat gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die zijn gevestigd in een land van de Europese Economische Ruimte (EER) dat geen EU-lidstaat is, te weten Noorwegen, Liechtenstein of IJsland, vallen onder het toezicht van de ECB (indirect toezicht in het geval van minder belangrijke instellingen). Afhankelijk van hun significantie wordt het toezicht op deze bijkantoren uitgevoerd door de ECB of door de nationale bevoegde autoriteit. Zij zijn derhalve verplicht hun vergoedingsfactoren, die worden gebruikt voor de berekening van hun jaarlijkse toezichtsvergoeding, aan de ECB te rapporteren.

GTM-kaderverordening

Voorbeeld: Mijn bank is na 1 januari 2020 met een andere bank gefuseerd. Moet ik de vergoedingsfactoren met als referentiedatum 31 december 2019 indienen?

Nee, u hoeft geen vergoedingsfactoren met als referentiedatum 31 december 2019 in te dienen. Om de berekening van hun jaarlijkse toezichtsvergoeding mogelijk te maken dienen vergoedingsdebiteuren die na 1 januari 2020 zijn opgericht en die vallen in een van de twee categorieën die verplicht zijn vergoedingsfactoren te verstrekken, dat te doen bij hun nationale bevoegde autoriteit en daarbij een referentiedatum te hanteren die zo dicht mogelijk bij 31 december van het voorgaande jaar ligt. Voor een entiteit die op 1 januari 2020 is opgericht geldt 31 maart 2020 als de referentiedatum die het dichtst bij 31 december 2019 ligt. Voor een entiteit die op of na 1 april 2020 is opgericht geldt 30 juni 2020 als de referentiedatum die het dichtst bij 31 december 2019 ligt. Deze referentiedata worden door de ECB ook gebruikt bij het vaststellen van de vergoedingsfactoren van op 1 januari 2020 opgerichte entiteiten die voor prudentiële doeleinden COREP- en FINREP-cijfers rapporteren.

Voorbeeld: Ons vergoedingsplichtige bijkantoor heeft zijn commerciële activiteiten beëindigd en wordt op 1 april 2020 gesloten. Moeten we de vergoedingsfactoren met als referentiedatum 31 december 2019 indienen?

Ja. Indien een onder toezicht staande entiteit slechts voor een deel van de vergoedingsperiode onder toezicht staat, wordt de jaarlijkse vergoeding voor toezicht in overeenstemming met artikel 7 van de Verordening betreffende een vergoeding voor toezicht berekend op basis van het aantal volledige maanden van de vergoedingsperiode waarin de entiteit onder toezicht staat. Het vergoedingsplichtige bijkantoor blijft in overeenstemming met artikel 10, lid 4, van de Verordening betreffende een vergoeding voor toezicht verplicht om ten behoeve van de berekening van de verschuldigde toezichtsvergoeding de vergoedingsfactoren in te dienen met als referentiedatum 31 december 2019, aangezien het in de vergoedingsperiode 2020 een onder toezicht staande instelling is. Er wordt een toezichtsvergoeding berekend voor de periode januari tot en met maart 2020.

Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht

Voorbeeld: Wij werken met een gebroken boekjaar. Moeten we toch vergoedingsfactoren met als referentiedatum 31 december 2019 indienen?

Indien een onder toezicht staande entiteit jaarrekeningen opstelt, waaronder geconsolideerde jaarrekeningen, op basis van een boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar, zal de referentiedatum voor de totale activa op grond van artikel 10, lid 3, onder b bis), van de Verordening betreffende een vergoeding voor toezicht worden vastgesteld op het einde van het boekjaar. Een entiteit die vóór 1 januari 2020 is opgericht en waarvan het boekjaar eindigt op 31 maart, dient voor de vergoedingsfactor totale activa de referentiedatum 31 maart 2019 te hanteren.

Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht

Moeten vergoedingsplichtige bijkantoren statistische gegevens verstrekken bij het indienen van hun totale activa?

Niet per se. De vergoedingsfactoren van bijkantoren waarop de ECB-verordening betreffende rapportage van financiële toezichtinformatie (FINREP) van toepassing is, worden door de ECB vastgesteld op basis van de voor prudentiële doeleinden gerapporteerde totale activa. Voor bijkantoren die formulieren voor vergoedingsfactoren moeten indienen geldt dat de totale activa overeen moeten komen met het in artikel 2, lid 12, onder b), van de Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht bedoelde bedrag aan totale activa. Dat betekent dat de totale activa die een in een niet-deelnemende lidstaat gevestigd bijkantoor van een kredietinstelling aan de ECB moet doorgeven, worden berekend op basis van de totale waarde van de activa zoals vastgesteld in de meest recente gecontroleerde jaarrekening die is opgesteld in overeenstemming met internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS), zoals van toepassing krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en indien een dergelijke jaarrekening niet beschikbaar is, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde jaarrekening. Vergoedingsplichtige bijkantoren die geen jaarrekeningen opstellen dienen onder ‘totale activa’ te verstaan de totale waarde van de activa zoals bedoeld in artikel 51, lid 5, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17), dat wil zeggen statistische gegevens. Bijkantoren die vrijwillig de totale waarde van hun activa rapporteren voor prudentiële doeleinden kunnen deze waarde gebruiken om de vergoedingsfactor totale activa vast te stellen. Daarbij moet worden opgemerkt dat de ECB bij het vaststellen van de vergoedingsfactoren geen gebruikmaakt van de vrijwillig gerapporteerde gegevens en dat het bijkantoor dus nog steeds het formulier voor vergoedingsfactoren moet insturen.

Geldt er voor vergoedingsplichtige bijkantoren een verplichting tot verificatie door een accountant?

Niet per se. In plaats van verificatie door een accountant kan de beheerder van een vergoedingsplichtig bijkantoor of, indien de beheerder niet beschikbaar is, het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling die het vergoedingsplichtige bijkantoor opricht, de totale activa van dit bijkantoor certificeren door middel van een aan de betrokken NCA toegezonden managementverklaring. Een model voor deze verklaring is bijgevoegd.

Deze uitzondering geldt alleen voor vergoedingsplichtige bijkantoren en niet voor vergoedingsdebiteuren die op grond van de artikel 3, lid 2, onder b), van het Besluit van de ECB betreffende vergoedingsfactoren verplicht zijn hun jaarrekening door een accountant te laten verifiëren.

... over de betaling van de toezichtsvergoeding

Waarom heb ik geen vergoedingskennisgeving ontvangen?

De ECB stuurt alle vergoedingsdebiteuren elektronisch een vergoedingskennisgeving via het online portaal van de ECB. Deze kennisgeving wordt doorgaans in het tweede kwartaal van de volgende vergoedingsperiode verstuurd. Voor de vergoedingsperiode 2020 is dat dus het tweede kwartaal van 2021. Als er nieuwe correspondentie over de vergoeding (vergoedingskennisgeving, betalingsherinnering of rentebrief) is, wordt er automatisch een bericht gestuurd naar het e-mailadres dat u via het online portaal van de ECB hebt opgegeven.

Mocht u binnen deze termijn geen vergoedingskennisgeving hebben ontvangen, neem dan per e-mail contact op met het vergoedingenteam.

SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu

Ik heb een vergoedingskennisgeving (een betalingsherinnering of een rentebrief) ontvangen, maar ik heb de betalingsgegevens niet.

De betalingsgegevens staan altijd op de tweede bladzijde van de kennisgeving. Voor een extra bevestiging van de betalingsgegevens kunt u per e-mail contact opnemen met het vergoedingenteam.

SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu

Ik kan de ECB de toezichtsvergoeding pas betalen als ik het btw-nummer (een fiscaal nummer) van de ECB heb.

De toezichtsvergoeding wordt als een overheidsverrichting in de zin van artikel 13 van de btw-richtlijn (2006/112/EG) beschouwd en is daarom vrijgesteld van btw. Omdat de ECB als EU-instelling niet verplicht is zich voor de btw of de vennootschapsbelasting te registreren, beschikt ze niet over een fiscaal nummer.

Ik heb een kennisgeving ontvangen dat ik een toezichtsvergoeding moet betalen aan onze nationale toezichthouder. Hoe moet ik daarmee omgaan?

De nationale toezichthouders spelen een belangrijke rol in het bankentoezicht binnen het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (SSM).

De kosten die ze in verband met het toezicht maken, worden echter niet meegenomen in de berekening van de aan de ECB te betalen toezichtsvergoeding. Dit betekent dat de nationale toezichthouders het recht behouden overeenkomstig de nationale wetgeving vergoedingen in rekening te brengen. Eventuele vragen over deze toezichtvergoeding dient u direct aan uw contactpersoon bij de nationale toezichthoudende autoriteit te stellen.

Nationale toezichthouders

Ik heb een vergoedingskennisgeving van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (SRB) ontvangen. Wat moet ik nu doen?

De ECB is alleen verantwoordelijk voor het SSM, niet voor de SRB. De ECB en de SRB zijn op zichzelf staande instellingen. Vragen over facturen van de SRB dient u dan ook direct aan uw contactpersoon bij de SRB of de nationale afwikkelingsautoriteit te stellen.

Kan ik mijn toezichtsvergoeding via automatische incasso (NL)/domiciliëring (BE) betalen?

Ja. Sterker nog, de SEPA-automatische incasso/SEPA-domiciliëring is de door de ECB aanbevolen betalingswijze. Deze garandeert tijdige betaling en voorkomt daardoor dat eventueel rente in rekening moet worden gebracht voor te late betaling. Als u voor deze betalingsmethode kiest, kunt u uw bankgegevens invullen via het online portaal en een automatische incasso-opdracht/mandaat voor automatische domiciliëring uitprinten. Onderteken het origineel en stuur dit naar het adres van de ECB zoals vermeld op de opdracht/het mandaat.

Wat moet ik doen als er een fout in de vergoedingskennisgeving zit?

Neem bij een vermeende fout, of als u andere algemene vragen hebt, contact op met het vergoedingenteam.

SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu

Een en ander laat het recht van de vergoedingsdebiteur onverlet om tegen de vergoedingskennisgeving bezwaar aan te tekenen bij de Administratieve Raad voor Toetsing. Bezwaren dienen altijd binnen een maand na ontvangst van de vergoedingskennisgeving te worden ingediend.

Administratieve Raad voor Toetsing

Tegen een besluit dat de ECB in het kader van haar toezichtstaken neemt, kan tevens bezwaar worden aangetekend bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Feedbackdocument

Wat gebeurt er als ik niet binnen de termijn betaal?

De vergoedingen moeten uiterlijk 35 dagen na de verzenddatum van de vergoedingskennisgeving zijn voldaan.

Indien de vergoeding slechts gedeeltelijk of niet wordt betaald, is de ECB gerechtigd over het niet betaalde bedrag van de toezichtsvergoeding rente te berekenen voor elke dag dat betaling uitblijft.

Deze rente wordt als volgt berekend: de basisherfinancieringsrente van de ECB plus 8 procentpunt op jaarbasis, gerekend vanaf de dag waarop betaling verschuldigd was tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het uitstaande bedrag op de rekening van de ECB is bijgeschreven.

Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht

... over technische kwesties met betrekking tot het online portaal

Mijn wachtwoord voor het online portaal werkt niet. Wat moet ik nu doen?

U kunt een nieuw wachtwoord aanmaken door op ‘Request new password’ (Nieuw wachtwoord aanvragen) te klikken en uw gebruikersnaam en het al geregistreerde e-mailadres (dit is het e-mailadres dat is aangewezen als het voorkeursmailadres voor de communicatie met uw bank en het adres waarnaar de ECB kennisgevingen stuurt) in te vullen. Stuur een e-mail naar SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu als u problemen blijft ondervinden.

Ik heb problemen met het bekijken of aanpassen van informatie via het online portaal. Wat moet ik nu doen?

Het online portaal kan alleen worden gebruikt met de volgende internetbrowsers: Internet Explorer (versie 9 of hoger), Google Chrome en Firefox. Als u ook bij gebruik van een van deze browsers technische problemen blijft ondervinden, neem dan per e-mail contact met ons op.

SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu

Nadat ik voor een automatische incasso/domiciliëring het IBAN had ingevuld, ontving ik een boodschap dat mijn ‘bank does not exist’ (bank niet bestaat). Wat moet ik nu doen?

Stuur een e-mail naar het vergoedingenteam met een screenshot van de foutmelding en/of het desbetreffende IBAN. Het vergoedingenteam voegt de bankcode toe aan het systeem van de ECB en zal u vervolgens vragen het IBAN via het online portaal nog eens in te vullen.

SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu

Ik heb meer dan één e-mailadres op het online portaal opgegeven. Worden aan al deze e-mailadressen vergoedingskennisgevingen verzonden?

Nee, de vergoedingskennisgevingen worden alleen verstuurd naar het e-mailadres dat u als voorkeursadres hebt opgegeven. Controleert u het online portaal en verander zo nodig uw voorkeursinstellingen. Mocht u geen vergoedingskennisgeving hebben ontvangen, neem dan per e-mail contact op met het vergoedingenteam. De ECB raadt u aan om het e-mailadres van een afdeling of groep op te geven en niet dat van een persoon, zodat personeelswisselingen geen invloed hebben op onze communicatie met u.

SSM-fee-enquiries@ecb.europa.eu

Ik zou het online portaal graag in het Nederlands willen gebruiken, maar het is alleen in het Engels beschikbaar.

Het online portaal van de ECB is momenteel alleen beschikbaar in het Engels. Wel kunt u, nadat u bent ingelogd, op het scherm een handleiding oproepen (rechts onderin). Daarin vindt u van alle schermen die in het online portaal voorkomen vertalingen in alle talen van het eurogebied.

Bovendien wordt er een link naar een vertaling meegestuurd met alle e-mailberichten die u ontvangt om te melden dat er een nieuw document in het online portaal beschikbaar is.

Vanaf de vergoedingsperiode 2020 kunnen vergoedingsdebiteuren kiezen in welke taal ze de vergoedingskennisgeving willen ontvangen. In de tweede helft van 2020 neemt de ECB contact op met de vergoedingsdebiteuren om de taalvoorkeuren te inventariseren.

Verder is de vertaling van de SEPA-automatische-incasso-opdracht/het SEPA-domiciliëringsmandaat in alle talen van de eurolanden op de website van ECB-Bankentoezicht te vinden.

Heeft u nog andere vragen? Neem dan rechtstreeks contact op met het vergoedingenteam van de ECB.