De ECB en het toezicht op minder belangrijke instellingen

Wat zijn minder belangrijke instellingen?

De minder belangrijke instellingen (less significant institutions – LSI's) zijn de banken in het eurogebied die aan geen van de in de GTM-verordening vastgelegde significantiecriteria voldoen. Hier tegenover staan de belangrijke instellingen (significant institutions – SI's); die voldoen aan ten minste één van de criteria. De significantiecriteria hebben onder meer betrekking op de omvang van de bank, het belang van de bank voor de economie van een specifiek land van het eurogebied of de EU als geheel, en het belang van de grensoverschrijdende activiteiten. In de praktijk bestaat het leeuwendeel van de LSI’s uit kleinere banken in het eurogebied waarvan de totale waarde van de activa niet meer dan € 30 miljard bedraagt.

Wie houdt er toezicht op de minder belangrijke instellingen?

De LSI's staan onder toezicht van hun nationale toezichthouder(s), waarbij de ECB toezicht (oversight) houdt op het functioneren van het systeem. De ECB is daarnaast verantwoordelijk voor het directe toezicht op belangrijke instellingen.

Raadpleeg de lijst van de ECB van onder toezicht staande entiteiten om te controleren of een bank in het eurogebied is aangemerkt als belangrijke of minder belangrijke instelling – en om te bepalen onder wiens toezicht de bank valt. De ECB beoordeelt ten minste jaarlijks voor elke bank in het eurogebied of deze tot de belangrijke of minder belangrijke instellingen behoort.

Welke rol speelt de ECB?

De ECB is verantwoordelijk voor het doeltreffend en samenhangend functioneren van het gehele systeem van Europees bankentoezicht, dat bestaat uit de ECB en de nationale bankentoezichthouders van de landen van het eurogebied. In het kader van het indirecte toezicht van de ECB werkt ze nauw samen met de nationale toezichthouders om de uitvoering van de regels betreffende het bankentoezicht verder te harmoniseren en tegelijkertijd ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke toezichtsnormen in het gehele stelsel op consistente wijze worden toegepast. Dit helpt een gelijk speelveld te waarborgen voor alle banken in het eurogebied. Als dat nodig is voor een consistente toepassing van hoge toezichtsnormen kan de ECB in uitzonderlijke gevallen het directe toezicht op LSI's overnemen (zie artikel 6, lid 5, onder b), van de GTM-verordening).