Wat zijn 'minder belangrijke instellingen met hoge prioriteit'?

24 maart 2016 (bijgewerkt op 12 december 2018)

In de GTM-kaderverordening (SSM Framework Regulation) staat: "De ECB stelt algemene criteria vast ter bepaling welke informatie wordt medegedeeld met betrekking tot welke minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de risicopositie en de potentiële impact op het binnenlandse financiële systeem van de betreffende minder belangrijke onder toezicht staande entiteit." In dat opzicht stond het al vanaf het begin van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism – SSM) in november 2014 vast dat er een lijst met instellingen met hoge prioriteit moest komen.

Er zijn verschillende redenen om aan een minder belangrijke instelling ('less significant institution' – LSI) hoge prioriteit te geven. LSI's die op grond van hun omvang op het punt staan als belangrijke instelling bestempeld te worden, krijgen in ieder geval 'hoge prioriteit'. Verder geldt er een minimum van drie LSI's met hoge prioriteit per land. Bij het toekennen van hoge prioriteit wordt bovendien rekening gehouden met de mate van intrinsiek risico en de impact op de nationale economie. De nationale bevoegde autoriteiten beooordelen dit intrinsieke risico bij het lopende toezicht. Dit doen ze aan de hand van een risicoanalyse van de LSI's, waarbij ze gebruikmaken van de gemeenschappelijke SSM-methodiek. Bij deze beoordeling wordt met diverse elementen rekening gehouden, zoals het bedrijfsmodel, de interne governance, het interne risicomanagement van de instelling, de kapitaalrisico's en de liquiditeits- en financieringsrisico's. Een impactanalyse dient ter beoordeling van de invloed van de onderzochte LSI op zowel het financieel stelsel in eigen land als op het SSM. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de omvang (balanstotaal) van de instelling, maar ook naar haar verwevenheid met de rest van het financiële stelsel.