Bestrijding van witwassen

Er bestaat een duidelijke samenhang tussen de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (anti-money laundering/countering the financing of terrorism – AML/CFT) enerzijds en prudentiële kwesties anderzijds. De EU-wetgevers hebben een aantal stappen gezet om die samenhang te verduidelijken en te versterken en om het bestaande juridische kader van de Unie te completeren. Zo is bijvoorbeeld de richtlijn kapitaalvereisten (Capital Requirements Directive – CRD V) gewijzigd en worden de prudentiële toezichthouders verplicht actie te ondernemen naar aanleiding van informatie over witwassen en terrorismefinanciering (zie de Opinion of the European Banking Authority on communications to supervised entities regarding money laundering and terrorist financing risks in prudential supervision voor nadere informatie).

Bovendien heeft de Raad van de Europese Unie een actieplan tegen het witwassen van geld aangenomen. Daarin worden een aantal doelen geformuleerd, met de beoogde resultaten en termijnen, en wordt benadrukt dat het nodig is de effectiviteit van het AML/CFT-toezicht te verbeteren. Het AML/CFT-toezicht op de financiële instellingen blijft de exclusieve bevoegdheid van de nationale AML/CFT-autoriteiten. Wel wordt in het actieplan opgemerkt dat betere informatie-uitwisseling en samenwerking tussen die autoriteiten en de prudentiële toezichthouders, met name over de grenzen heen, van groot belang zijn voor effectief toezicht.

ECB-Bankentoezicht zal bij de uitoefening van zijn prudentiële toezichtstaken dan ook optreden indien kwesties rond witwassen en terrorismefinanciering gevolgen zouden kunnen hebben voor de veiligheid en soliditeit van de instelling. Kwesties rond witwassen en terrorismefinanciering (vooral als die gebaseerd zijn op door AML/CFT-autoriteiten uitgevoerde beoordelingen van de desbetreffende risico's bij afzonderlijke instellingen) worden in het kader van het prudentieel toezicht hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend, in aanmerking genomen bij:

  1. de vergunningverlening: daarbij wordt bekeken in hoeverre het bedrijfsmodel van de aanvrager, de beoogde risicomanagement- en -beheersingssystemen alsmede de geschiktheid van aandeelhouders, (leden van) het leidinggevend orgaan, het hogere management en de belangrijkste medewerkers risico's ten aanzien van witwassen en terrorismefinanciering met zich meebrengen;
  2. het lopend toezicht: bij de beoordeling van de verwerving van gekwalificeerde deelnemingen en van de deskundigheid en betrouwbaarheid van het leidinggevend orgaan;
  3. de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (supervisory review and evaluation process – SREP): bij de toetsing van risico's, bedrijfsmodellen, kredietverlening, governance en intern risicomanagement;
  4. het opleggen van eventuele prudentiële administratieve maatregelen, met name boetes of het opstarten van een procedure tot het intrekken van de vergunning. Zo wordt gewaarborgd dat zwakke punten op het gebied van AML/CFT met een prudentiële impact in aanmerking worden genomen bij de toepassing van prudentiële toezichtsmaatregelen en de uitoefening van de bevoegdheden inzake toezicht.

Een en ander maakt duidelijk dat nauwere samenwerking en meer informatie-uitwisseling tussen prudentiële toezichthouders en de voor AML/CFT bevoegde autoriteiten in binnen- en buitenland van groot belang blijven. Zoals gezegd gebruiken de prudentiële toezichthouders de informatie van de AML/CFT-autoriteiten immers bij de toezichtsprocedures en steunt de aanpak van de AML/CFT-toezichthouders mede op de informatie van het prudentieel toezicht.

Meer aandacht vanuit regelgeving en toezicht zal op zich niet volstaan om witwassen en terrorismefinanciering in de financiële sector met succes te bestrijden. Het komt hierbij vooral op de instellingen zelf aan. De instellingen moeten er in de eerste plaats zelf voor zorgen dat ze niet voor dergelijke doeleinden worden gebruikt en dat de leiding voldoende aandacht heeft voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Dat betekent onder meer dat de leden van het leidinggevend orgaan en het hogere management altijd over een goede reputatie en voldoende kennis, vaardigheden en ervaring moeten beschikken om hun taken uit te voeren. Bovendien is het de verantwoordelijkheid van de instellingen om te zorgen voor een passend governance- en risicomanagementkader waarmee ze risico's waaraan ze (mogelijk) blootstaan kunnen identificeren, beoordelen en beheersen, met inbegrip van witwas- en terrorismefinancieringsrisico's.

Artikelen over witwasbestrijding uit de Supervision Newsletter

Mei 2019 - Gearing up to fight money laundering
Mei 2018 - The ECB and anti-money laundering: what we can and cannot do