De procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie in 2016

Het doel van de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process – SREP) is het bevorderen van een schokbestendig bankenstelsel, dat een noodzakelijke voorwaarde vormt voor een gezonde financiering van de economie, ook in de toekomst.

De SREP in 2016

De ECB vestigt de aandacht op het volgende:

  • Krachtens de Verordening marktmisbruik van 16 april 2014 van het Europees Parlement en de Raad wordt van instellingen met openbaar verhandelde effecten verwacht dat zij evalueren of hun Pijler 2-vereisten aan de criteria voor voorwetenschap voldoen en deze dus openbaar gemaakt dienen te worden.
    Verordening marktmisbruik van 16 april 2014
  • Het EBA-advies van 16 december 2015 waarin wordt gesteld: “bevoegde autoriteiten dienen te overwegen gebruik te maken van de bepalingen in artikel 438, onder (b), van de CRR om van instellingen te vereisen dat zij voor het MDA relevante kapitaalvereisten openbaar maken […], of dienen ten minste niet te voorkomen of af te raden dat een instelling deze informatie openbaar maakt”
    EBA-advies van 16 december 2015

In het licht van het bovenstaande zal de ECB voorkomen noch afraden dat instellingen voor het maximaal uitkeerbare bedrag (maximum distributable amount – MDA) relevante kapitaalvereisten publiceren.

SREP-methodiekboekje 2016

Kapitaalvereisten

Over het geheel genomen blijft de omvang van het op grond van de SREP vastgestelde tier 1-kernkapitaal waarover de onder direct toezicht staande instellingen dienen te beschikken in 2017 min of meer stabiel ten opzichte van 2016. Het blijft rond een gemiddelde en mediaan van ongeveer 10% van de totale risicogewogen activa.

  • Gezien de conjunctuurfase waarin het eurogebied zich bevindt, moet het kapitaalniveau in het bankenstelsel als geheel gelijk worden gehouden, waarbij bepaalde instellingen nu verplicht zijn extra kapitaal aan te houden en andere instellingen iets minder.
  • In de SREP van 2016 wordt rekening gehouden met de aanhoudende economische vertraging. Banken moeten hun bedrijfsmodellen aanpassen aan de huidige financiële omstandigheden en zich instellen op andere uitdagingen zoals overcapaciteit en marktfragmentatie. Al deze factoren zetten hun winstgevendheid onder druk. In deze context is het ook belangrijk op te merken dat niet-renderende leningen in sommige landen de winstgevendheid van banken blijven drukken.

Tijdens de SREP bepaalt de toezichthouder niet alleen de kapitaalvereisten van de banken, maar kan hij ook aanvullende maatregelen opleggen aan de banken, onder meer liquiditeits- en kwalitatieve maatregelen.