Menu

Door de ECB uitgeoefende nationale bevoegdheden

De ECB ontleent de meeste van haar toezichtsbevoegdheden aan de EU-wetgeving. Gedacht kan daarbij worden aan de GTM-verordening of de Richtlijn/Verordening kapitaalvereisten. Die bevoegdheden oefent de ECB uit bij alle belangrijke banken onder Europees bankentoezicht. De ECB heeft daarnaast nog bepaalde andere bevoegdheden die haar zijn toegekend krachtens nationaal recht, maar die niet expliciet in de EU-wetgeving worden genoemd. Die nationale bevoegdheden zijn op Europees niveau niet geharmoniseerd en hebben alleen betrekking op banken in het land waar de bewuste nationale wetgeving van toepassing is.

Zulke nationale bevoegdheden kunnen onder andere betrekking hebben op de goedkeuring van:

  • bankfusies
  • de verwerving of verkoop van activa of verplichtingen
  • wijzigingen in de statuten van banken
  • de uitbesteding van projecten
  • bedrijfsactiviteiten in derde landen

Overzicht van op dit moment door de ECB uitgeoefende nationale bevoegdheden

Banken waarop de ECB direct toezicht houdt, moeten alle verzoeken, aanvragen of kennisgevingen in verband met deze bevoegdheden normaliter bij de ECB indienen (zie ook de verduidelijking die de ECB daarover aan de banken heeft gestuurd). De ECB geeft vervolgens een toezichtsbesluit af aan de bewuste bank, waarin de voorgenomen actie wordt goed- of afgekeurd. In sommige gevallen wordt het uitblijven van bezwaar van de toezichthouder binnen een bepaalde termijn opgevat als impliciete goedkeuring. De ECB hoeft in die gevallen geen toezichtsbesluit uit te vaardigen. In de nationale wetgeving kunnen verder aanvullende vereisten voor banken zijn vastgelegd en specifieke criteria voor de beoordeling door de toezichthouder.

Verduidelijking nationale bevoegdheden

Update over specifieke onderwerpen

Bevoegdheden met betrekking tot gedekte obligaties

Toen in 2017 de verduidelijking over de nationale bevoegdheden naar banken werd gestuurd, werd nog nagedacht over de afbakening van de bevoegdheden tussen de ECB en de nationale bevoegde autoriteiten (national competent authorities – NCA’s) voor wat betreft de uitgifte van gedekte obligaties. In 2018 heeft de ECB in samenwerking met de Europese Commissie de volgende verheldering verschaft:

De ECB is bevoegd te besluiten over de algemene toestemming voor de uitgifte van gedekte obligaties als de nationale wetgeving daarin voorziet.

In landen waarin naast de algemene bankvergunning ook een algemene toestemming voor de uitgifte van gedekte obligaties vereist is (bijv. Oostenrijk, België, Cyprus, Estland, Finland, Frankrijk, Ierland en Luxemburg) neemt de ECB een besluit over die toestemming. De bevoegdheid van de ECB op dit gebied is gekoppeld aan haar exclusieve bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen aan belangrijke en minder belangrijke kredietinstellingen, als onderdeel van de gemeenschappelijke procedures (behalve in het geval van België). Kredietinstellingen die een algemene toestemming voor de uitgifte van gedekte obligaties willen aanvragen, moeten die aanvraag dus bij de betreffende NCA indienen, conform de procedure voor de toekenning van een vergunning als kredietinstelling.

In landen waar de uitgifte van gedekte obligaties als bedrijfsactiviteit onder de algemene bankvergunning valt, houdt de eerdere verheldering dus geen verschuiving van bevoegdheden in tussen de ECB en de NCA’s. De NCA’s blijven tevens als enige bevoegd om toestemming te verlenen voor afzonderlijke uitgifteprogramma's dan wel uitgiftes van gedekte obligaties en om het lopende toezicht op gedekte obligaties uit te oefenen.