Menu

Wat zijn niet-renderende leningen?

12 september 2016 (bijgewerkt op 14 januari 2021)

Niet-renderende leningen

Een van de prioriteiten bij het toezicht van de ECB is om niet-renderende leningen binnen het Europese bankenstelsel te voorkomen en aan te pakken. Wat zijn deze leningen en waarom zijn ze slecht?

Laten we eerst kijken naar wat het bankbedrijf inhoudt. Een van de kerntaken van een bank is om kredieten te verstrekken: enerzijds aan bedrijven, die daarmee kunnen investeren en banen kunnen scheppen, en anderzijds aan particulieren, die daarmee bijvoorbeeld een auto of huis kunnen kopen. De bank verdient geld met de rente die ze op deze leningen ontvangt.

Zolang de kredietnemer financieel gezond blijft en de overeengekomen aflossingen en rente op tijd betaalt, is het een renderende lening. Er bestaat echter altijd het risico dat het bedrijf of de particulier de lening niet binnen de overeengekomen periode kan aflossen. Als dit gebeurt of dreigt te gebeuren, moet de bank de lening als 'niet-renderend' aanmerken. Niet-renderende leningen worden ook wel dubieuze leningen, slechte leningen, probleemkredieten of NPL's (non-performing loans) genoemd.

Wanneer wordt een lening een niet-renderende lening?

Een lening wordt een niet-renderende lening wanneer er aanwijzingen zijn dat de kredietnemer de lening waarschijnlijk niet zal aflossen of als er meer dan 90 dagen zijn verstreken zonder dat hij de overeengekomen aflossingen heeft betaald. Dit kan gebeuren als iemand bijvoorbeeld zijn baan verliest en daardoor de hypotheek niet volgens de afspraken kan betalen, of als een bedrijf in financiële moeilijkheden raakt.

Banken moeten de leningen die ze hebben verstrekt, nauwgezet volgen en in een vroeg stadium vaststellen welke leningen mogelijk niet-renderend worden. Dit heet de 'identificatie van niet-renderende leningen'.

Waarom zijn niet-renderende leningen slecht?

Niet-renderende leningen horen bij de normale bedrijfsuitoefening van banken, want het komt helaas regelmatig voor dat mensen hun baan verliezen en bedrijven in financiële problemen raken. Ze brengen echter altijd kosten voor de bank mee, en dat is waarom banken het aantal slechte leningen tot een minimum moeten beperken.

Niet-renderende leningen zijn op twee manieren negatief voor banken. Ze tasten de winstgevendheid van banken aan, omdat de leningen leiden tot verliezen en de banken daardoor minder winst uit hun kredietverleningsactiviteiten halen. Met het oog op deze verliezen moeten banken ook voorzieningen aanleggen. Dit houdt in dat ze geld moeten reserveren om de verwachte verliezen te dekken. Dat geld is dan niet meer beschikbaar om nieuwe leningen te verstrekken of andere verliezen op te vangen. Daardoor neemt de winst van de banken verder af en wordt hun positie zwakker.

Een bank met te veel niet-renderende leningen is niet goed in staat om bedrijven de kredieten te verstrekken die ze nodig hebben om te investeren en banen te scheppen. Als dit op grotere schaal bij een groot aantal banken tegelijk gebeurt, kan het de gehele economie beïnvloeden.

Hoe kan een bank de toename van niet-renderende leningen voorkomen?

Allereerst moeten banken vermijden om al te riskante leningen te verstrekken. Ze moeten gedegen kredietacceptiecriteria hanteren en de kredietwaardigheid van kredietnemers naar behoren beoordelen om ervoor te zorgen dat er alleen leningen worden verstrekt aan klanten die deze waarschijnlijk ook zullen afbetalen.

Verder is het van belang dat banken over een goed monitoringsysteem beschikken, zodat ze financiële problemen bij hun kredietnemers in een vroeg stadium opmerken. Op dat moment heeft de bank nog de middelen om er iets aan te doen. In sommige gevallen is het geven van financieel advies aan de klant al genoeg om te voorkomen dat er betalingsachterstanden ontstaan.

Banken moeten ook vroeg genoeg voldoende voorzieningen boeken.

Zal de coronacrisis tot meer niet-renderende leningen leiden?

De coronacrisis is een ongekende schok voor de economie en veel bedrijven houden met moeite het hoofd boven water. Niet al deze bedrijven zullen de crisis overleven, en niet alle huishoudens zullen de leningen kunnen afbetalen die ze vóór of tijdens de pandemie hebben afgesloten. Dit houdt in dat een stijging van de niet-renderende leningen onvermijdelijk is, aangezien niet alle leningen volledig zullen worden afgelost.

Om deze stijging tot een minimum te beperken, heeft de ECB herhaaldelijk benadrukt dat banken, zelfs in moeilijke tijden, alleen geld moeten lenen aan klanten van wie het waarschijnlijk is dat ze het ook zullen terugbetalen. De ECB heeft banken op het hart gedrukt om de risico's nauwlettend in de gaten te houden, om zo niet-renderende leningen al in een vroeg stadium te ontdekken en dan meteen actie te ondernemen.

Toezicht toegelicht: leidt de coronasteun tot het ontstaan van zombiebedrijven?

Wat kan een bank doen om haar niet-renderende leningen te verminderen?

Naast het aanleggen van voldoende voorzieningen moeten banken actief proberen om niet-renderende leningen af te wikkelen.

Eén mogelijkheid is om de voorwaarden van de lening aan te passen, bijvoorbeeld door de kredietnemer meer tijd te geven om de lening af te lossen. Een particulier of onderneming die met tijdelijke problemen kampt, komt financieel dan niet voor het blok te staan en zal de lening uiteindelijk kunnen terugbetalen.

Een bank kan slechte leningen ook verkopen aan beleggers, die doorgaans minder willen betalen dan de waarde van de lening. De bank lijdt dan misschien verlies op de transactie, maar het verlies zou nog groter zijn als de lening helemaal zou moeten worden afgeschreven.

Als de pogingen om tot een oplossing te komen geen van alle slagen, bijvoorbeeld omdat de kredietnemer insolvent is, kunnen banken proberen om via juridische weg ten minste een deel van hun geld terug te krijgen.

In sommige gevallen kunnen banken hun niet-renderende leningen ook onderbrengen bij een ‘bad bank’. ‘Bad banks’ zijn vermogensbeheerbedrijven, vaak opgericht door de overheid, die specifiek zijn bedoeld om niet-renderende leningen af te wikkelen. Daardoor kunnen banken hun balans ontdoen van niet-renderende leningen en sneller hun kredietverleningscapaciteit herstellen. De ‘bad bank’ draagt dan onder andere zorg voor de incasso van het geleende geld en de verkoop van leningen aan beleggers.

Wat kan de toezichthouder doen?

Toezichthouders moeten het probleem van niet-renderende leningen aanpakken, omdat deze leningen banken verzwakken en een risico voor hun soliditeit vormen. Voor de ECB is dit een van de belangrijkste aspecten van haar toezichtswerkzaamheden. Ze heeft banken een uitgebreide leidraad verstrekt inzake niet-renderende leningen en haar verwachtingen op dit gebied.