PERSBERICHT

Bankentoezicht van de ECB publiceert de uitkomsten van de SREP 2016 en aanbevelingen betreffende dividenden en variabele bezoldiging voor 2017

15 december 2016
  • De SREP 2016-uitkomsten tonen globaal genomen een stabiele kapitaaleis voor 2017; veranderingen in de niveaus van individuele banken weerspiegelen veranderingen in hun risicoprofielen
  • In het kader van de SREP heeft de ECB tevens op het terrein van liquiditeit en governance kwalitatieve maatregelen opgelegd
  • Aanbevelingen betreffende dividenduitkering en variabele bezoldiging voor 2017 weerspiegelen de in 2016 gehanteerde aanpak

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag de uitkomsten gepubliceerd van haar tweede, in 2016 uitgevoerde Supervisory Review and Evaluation Process (SREP), de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie. De totale kapitaaleis voor 2017 voor de onder het directe toezicht staande banken blijft vergelijkbaar met die van 2016 – op een gemiddelde en mediaan van rond 10% tier 1-kernvermogen (Common Equity Tier 1 of CET1). CET1 is het kwalitatief meest hoogwaardige kapitaal van een bank, meestal bestaand uit gewone aandelen, en vormt een maatstaf voor de kapitaalsterkte van een bank.

"Deze cyclus van toezichtstoetsingen laat zien dat het Europese bankentoezicht onze banken veiliger maakt. Door gebruik te maken van een gemeenschappelijke methodologie biedt deze procedure ons de mogelijkheid een specifieke kwantitatieve en kwalitatieve aanbeveling te doen aan elke bank waarop wij toezicht uitoefenen, en daarbij te zorgen voor een gelijk speelveld in Europa", aldus Danièle Nouy, Voorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB.

Naast kapitaalvereisten heeft de ECB in het kader van de SREP tevens liquiditeitsmaatregelen opgelegd. Dit gebeurde in gevallen waarin banken te zeer afhankelijk waren van wholesale kortetermijnfinanciering of waarin zij met onderpandsbeheer verband houdende risico's op ontoereikende wijze beheerden.

In het kader van de liquiditeitsmaatregelen werd onder meer van banken vereist dat zij liquiditeitsdekkingsratio's aanhielden die hoger waren dan het in de regelgeving vastgelegde minimum, en werden in enkele gevallen specifieke minimumbedragen aan liquide activa opgelegd. De ECB heeft tevens kwalitatieve maatregelen opgelegd ter correctie van zwakke governance.

Geactualiseerde aanbevelingen betreffende dividenduitkerings- en bezoldigingsbeleid

Los daarvan heeft de ECB geactualiseerde aanbevelingen betreffende dividenduitkerings- en bezoldigingsbeleid gepubliceerd voor het boekjaar 2016, die in 2017 zullen worden aangenomen. In beide gevallen handhaaft de ECB haar algemene koers, maar zal zij daarbij wel rekening houden met een verandering in de regelgeving op grond waarvan de toezichthouder verplicht is onderscheid te maken tussen de typen Pijler 2-kapitaal die een bank moet aanhouden.

De ECB verwacht dat banken een zorgvuldige, toekomstgerichte aanpak zullen hanteren wanneer zij besluiten nemen over hun bezoldigingsbeleid en hun beleid ten aanzien van dividenduitkering, zodat zij aan al hun kapitaalvereisten (met inbegrip van de uitkomsten van de SREP) kunnen voldoen.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Uta Harnischfeger (tel.: +49 69 1344 6321).

Toelichting:

  • De door de toezichthouder gestelde kapitaaleis is gebaseerd op het individuele risicoprofiel van de desbetreffende bank.
  • "Pijler 1" heeft betrekking op het minimumkapitaal dat een bank bij de wet verplicht is aan te houden.
  • "Pijler 2" heeft betrekking op het kapitaal dat de toezichthouder een bank verplicht aan te houden op grond van haar risicoprofiel, risicobeheer en kapitaalplanning.
  • In het SREP-proces van 2016 moesten toezichthouders voor de eerste keer onderscheid maken tussen Pijler 2-vereisten en Pijler 2-aanbevelingen.
  • Pijler 2-vereisten zijn bindend en als een bank deze niet nakomt, kan dit voor die bank directe juridische gevolgen hebben.
  • Het niet opvolgen van een Pijler 2-aanbeveling vormt niet automatisch aanleiding tot juridische maatregelen. Desalniettemin verwacht de ECB van banken dat zij Pijler 2-aanbevelingen opvolgen.

Contactpersonen voor de media