PERSBERICHT

Een volgende stap naar een beter Europa: het opzetten van bankentoezicht

Opiniestuk door Danièle Nouy, Voorzitter van de Raad van Toezicht van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme, op 30 september 2014 gepubliceerd in verschillende Europese kranten

Over een paar weken breekt in Europa, als onderdeel van de oprichting van de bankenunie, een nieuwe tijd aan voor het bankentoezicht. Op 4 november begint de Europese Centrale Bank direct toezicht uit te oefenen op de 120 grootste bankgroepen in het eurogebied, die samen meer dan 85% van de totale bankactiva vertegenwoordigen, en indirect toezicht op rond 3400 kleinere instellingen. In samenwerking met de nationale bevoegde autoriteiten en als onderdeel van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism of SSM), hebben wij als doel het vertrouwen van de burgers en de markten in de schokbestendigheid van de onder ons toezicht staande banken te versterken. Wij willen ook de financiële sector helpen zijn belangrijkste rol in een moderne maatschappij te vervullen: het financieren van de reële economie, het financieren van groei en daardoor uiteindelijk het bevorderen van werkgelegenheidscreatie. Alleen gezonde banken die het vertrouwen genieten van de mensen en de markten kunnen deze rol naar behoren vervullen.

Wij bij de ECB zijn ons ervan bewust dat wij alleen het vertrouwen van burgers en markten kunnen helpen verbeteren als iedereen begrijpt hoe wij te werk gaan en door welke overwegingen wij ons bij ons werk laten leiden. Wij hebben daarom een gids gepubliceerd waarin gedetailleerd staat beschreven welke beginselen en procedures bij de uitoefening van het bankentoezicht zullen worden gehanteerd. Laat ik hier een paar centrale elementen van deze gids in het kort uiteenzetten.

Ik kan u persoonlijk beloven dat ons toezicht strikt en eerlijk zal zijn. En wij zullen niet aarzelen diepgaander onderzoek te doen wanneer wij dat nodig achten. Wij zullen een werkelijk pan-Europese toezichthouder zijn, die zonder nationale voorkeuren of vooroordelen te werk gaat. Wij zullen dit streven op alle niveaus van onze organisatie in de praktijk brengen, maar in het bijzonder in de kern van het nieuwe Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme: de Gezamenlijke Toezichtsteams (Joint Supervisory Teams of JST’s). Het zijn deze teams die van dag tot dag het toezicht op de banken zullen uitoefenen. Zij worden geleid door een coördinator van de ECB die als regel niet afkomstig mag zijn uit het land waar de bank haar hoofdkwartier heeft. Zo is de hoofdtoezichthouder voor Crédit Agricole bijvoorbeeld Duits, die voor Unicredit komt uit Frankrijk en die voor ABN AMRO uit Spanje. Dit draagt ertoe bij dat kwesties vanuit een nieuw perspectief worden bekeken en nationale voorkeuren worden vermeden. In de JST’s komen de medewerkers en de knowhow van de nationale toezichthouders (die ook bekend staan als de Nationale Bevoegde Autoriteiten) en de ECB samen. Dit houdt in dat zij gebruik zullen kunnen maken van de in 18 en binnenkort 19 landen van het eurogebied opgedane ervaring. Mettertijd zullen de leden van de JST’s over de verschillende teams rouleren, een andere maatregel om ervoor te zorgen dat iedere bank op gelijke wijze wordt behandeld en dat wij ervaringen uit alle lidstaten uitwisselen.

Onafhankelijke audit-teams, de zogeheten inspectieteams-ter-plaatse, zullen het werk van de JST’s ondersteunen door direct bij de kantoren en filialen van een bank grondige informatie te verzamelen. De ECB zal daarnaast een rapportagemechanisme opzetten om personen die weet hebben van mogelijke inbreuken op relevante EU-wetgeving door banken aan te sporen en in staat te stellen dergelijke inbreuken aan de ECB te melden. Zulke rapportages over overtredingen zijn een effectief instrument om gevallen van laakbaar zakelijk handelen binnen banken boven tafel te krijgen.

Onze experts die toezien op handhaving en sancties zullen – in de geest van transparante controle en besluitvorming – onderzoek verrichten naar vermeende inbreuken door banken op rechtstreeks geldende EU-wetgeving, nationale wetgeving waarin EU-richtlijnen zijn omgezet of ECB-verordeningen en -besluiten, wanneer die gedurende het dagelijkse toezicht door de JST’s zouden worden ontdekt. Indien blijkt dat in regelgeving vastgelegde vereisten inderdaad zijn overtreden en kredietinstellingen of hun management dienen te worden bestraft, kunnen wij banken bestuurlijke straffen opleggen die kunnen oplopen tot 10 procent van de totale omzet op jaarbasis van het voorafgaande bedrijfsjaar.

Alle nationale bevoegde autoriteiten van alle lidstaten hebben een zetel en stem in de Raad van Toezicht. En alle stemmen wegen even zwaar. Ook dit zorgt voor een gelijke behandeling van alle banken in het gehele stelsel op grond van één enkel reglement (het “rule book”) en zonder nationale voorkeuren. Dus doordat zij nu deel uitmaken van een pan-Europees toezichtstelsel, kunnen de nationale toezichthouders invloed uitoefenen op het toezicht op banken in andere landen en op de uitkomst van de besluitvorming door de Raad van Bestuur. En wat nog belangrijker is: zij verkrijgen zo inzicht in de ontwikkelingen en trends die zich in de banken van andere landen kunnen voordoen vóórdat deze mogelijkerwijs hun eigen markt bereiken. Bij de ECB in Frankfurt am Main hebben wij teams die zich uitsluitend bezighouden met het analyseren van dergelijke horizontale gegevens, waardoor wij zullen kunnen beschikken over een vroegtijdig waarschuwingssysteem.

Dit is een voordeel van gemeenschappelijk toezicht dat nu reeds duidelijk naar voren komt in de zogeheten alomvattende beoordeling, de controle van de balansen van banken en de stresstest die wij in de aanloop naar 4 november aan het uitvoeren zijn: wij verkrijgen steeds meer inzicht in de grensoverschrijdende trends binnen het gehele Europese bankenstelsel. Deze trends zouden veel lastiger te ontdekken zijn voor een individuele nationale toezichthouder die, per definitie, naar een veel beperkter hoeveelheid gegevens kijkt.

Er komen nu al bemoedigende signalen uit diverse landen die niet de euro als munteenheid hebben dat zij overwegen hun banken te vragen zich aan te melden voor het toezicht van de ECB, een mogelijkheid waarin al is voorzien in de GTM-Verordening. We staan pas aan het begin van deze ontwikkeling, maar dit laat zien dat we nu al het vertrouwen van belanghebbenden in heel Europa aan het winnen zijn.

Kan ik beloven dat de ECB voor eens en altijd het risico van een volgende financiële crisis kan voorkomen? Neen, jammer genoeg niet. Maar ik ben er ten volste van overtuigd dat er nooit eerder een Europese instelling is geweest die beter uitgerust was om dit risico tot een minimum te beperken. Als onderdeel van de ECB vormt het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme een sterk en onafhankelijk instrument in het hart van het Europese bankenstelsel. En als ik toezichthouders afkomstig uit 28 verschillende landen zie samenwerken aan het opzetten van de organisatie, word ik verder gesterkt in mijn overtuiging dat wij iets historisch aan het opbouwen zijn dat Europa een betere plek zal maken om zaken te doen, een plek die succes bevordert.

Contactpersonen voor de media