Menu

PERSBERICHT

Toezichtsvergoedingen ECB voor 2020: € 514,3 miljoen

23 maart 2021

  • Totaalbedrag van € 514,3 miljoen voor de vergoedingen van 2020 bestaat uit de werkelijke kosten van € 535,3 miljoen, verminderd met het overschot van 2019 en andere aanpassingen
  • Coronapandemie heeft geleid tot een herschikking van prioriteiten, kosten grotendeels in lijn met 2019
  • Banken betalen de vergoeding in het tweede kwartaal van 2021, als gevolg van overschakeling op facturatie achteraf

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag bekendgemaakt dat ze banken in totaal voor € 514,3 miljoen vergoedingen in rekening brengt voor de vergoedingsperiode 2020. De algehele toezichtskosten beliepen vorig jaar € 535,3 miljoen, een lichte daling van 0,3 % ten opzichte van 2019. Na aanpassing voor het overschot van 2019 ten bedrage van € 22,0 miljoen en een terugbetaling van € 1 miljoen voor individuele vergoedingen, brengt de ECB banken € 514,3 miljoen in rekening.

Sinds de herziening van 2019 factureert de ECB de toezichtsvergoedingen achteraf en brengt ze de banken de werkelijke in plaats van de geschatte kosten in rekening. De vergoedingen voor 2020 worden in het tweede kwartaal van 2021 bij de banken geïnd. Banken die onder direct toezicht van de ECB staan, betalen € 476,5 miljoen en de banken waarop de ECB indirect toezicht houdt € 37,8 miljoen.

In eerste instantie had de ECB de kosten voor de toezichtswerkzaamheden van 2020 op € 603,7 miljoen geraamd, een stijging van 12% ten opzichte van 2019. Door de coronapandemie zijn de prioriteiten bij de werkzaamheden echter in aanzienlijk mate herschikt. Zo zijn de reguliere bezoeken aan banken en inspecties ter plaatse teruggeschroefd. Ook de EU-brede stresstest van 2020 onder leiding van de Europese Bankautoriteit werd uitgesteld. Dit heeft geleid tot lager dan verwachte kosten voor het jaar.

De daling van de bedrijfskosten werd wel gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van het personeelsbestand in 2020 en een aanzienlijke vraag naar gedeelde IT-diensten, omdat de meeste medewerkers op afstand werkten.

In overeenstemming met het streven van de ECB naar meer transparantie en verantwoording, bevat het Jaarverslag van de ECB over haar toezichtswerkzaamheden nu meer gedetailleerde gegevens over de kosten. De hoogste kosten, ten bedrage van € 249,3 miljoen, waren in 2020 toe te rekenen aan toezicht en monitoring op afstand. Dat omvat onder meer de werkzaamheden van de gezamenlijke toezichthoudende teams. Activiteiten in verband met beleid, advies en regelgeving, waaronder significantiebeoordelingen, vergunningen en samenwerking met andere instellingen waren goed voor € 130,6 miljoen.

Daartegenover staat dat de kosten voor zakenreizen in 2020 met meer dan 80% zijn teruggelopen, tot € 2,4 miljoen. De ECB heeft € 30,4 miljoen uitgegeven aan consultancydiensten, minder dan de helft van het bedrag van 2019. Die daling is vooral toe te schrijven aan het afronden van de gerichte toetsing van interne modellen.

Dit jaar verwacht de ECB geleidelijk opnieuw naar een normaal activiteitenniveau terug te keren. De geraamde kosten voor 2021 belopen € 594,5 miljoen. De vergoedingen voor 2021 worden in het tweede kwartaal van 2022 bij de banken in rekening gebracht.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Esther Tejedor, tel. +49 69 1344 95596.

Toelichting:

  • De vergoeding wordt voor elke bank afzonderlijk bepaald op basis van de betekenis en het risicoprofiel van de desbetreffende bank. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van vergoedingsfactoren, die voor alle onder toezicht staande banken worden opgesteld conform artikel 10, lid 3, van de Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht. De vergoeding voor toezicht wordt vastgesteld op het hoogste consolidatieniveau binnen de lidstaten die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism – SSM). De vergoeding omvat een minimumvergoedingscomponent voor alle banken, goed voor 10% van het in rekening te brengen bedrag, en een variabele vergoedingscomponent voor de toerekening van de resterende 90% van de kosten. Voor de kleinste belangrijke banken, met totale activa van hoogstens € 10 miljard, wordt de minimumvergoedingscomponent gehalveerd. Dat gebeurt ook voor de kleinste minder belangrijke banken, met totale activa van maximaal € 1 miljard.
  • In 2019 heeft de ECB het kader voor toezichtsvergoedingen herzien en is ze overgestapt op facturatie achteraf. Dit betekent dat banken een rekening krijgen op basis van de werkelijke kosten van de toezichthouder, in plaats van de geraamde kosten. De toezichtsvergoeding zal dan ook even hoog zijn als de kosten voor het toezicht, die worden toegelicht in het Jaarverslag van de ECB over haar toezichtswerkzaamheden, dat elk jaar op de website van ECB-Bankentoezicht verschijnt.

Contactpersonen voor de media