Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
  • PERSBERICHT

ECB vraagt banken iets meer kapitaal aan te houden in 2022

10 februari 2022

  • SREP-uitkomsten geven aan dat banken over solide kapitaal- en liquiditeitsposities beschikken, met vrijwel stabiele scores
  • Het totale vereiste en aanbevolen kapitaal neemt marginaal toe, van 14,9% in 2021 tot 15,1% van de risicogewogen activa in 2022
  • Het totale vereiste en aanbevolen tier 1-kernkapitaal (CET1) stijgt van 10,5% tot 10,6% van de risicogewogen activa
  • Kredietrisico en interne governance blijven belangrijke aandachtspunten voor de toezichthouder

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag de uitkomsten van de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process – SREP) voor 2021 gepubliceerd. Uit deze jaarlijkse beoordeling blijkt dat belangrijke banken nog steeds over solide kapitaal- en liquiditeitsposities beschikken. Bij de meeste banken ligt het kapitaalniveau hoger dan in de kapitaalvereisten en -aanbevelingen is bepaald. De scores van de banken blijven over het algemeen vrijwel stabiel.

Uit de uitkomsten van de SREP-cyclus van 2021 blijkt dat de Europese banksector, die een belangrijke rol heeft gespeeld in het economisch herstel van het eurogebied, schokbestendig is, maar ook dat de sector uitdagingen voor de toekomst kent.

Er bestaat met name nog altijd onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de pandemie, waarbij verstoringen in toeleveringsketens momenteel de handel en de algehele economische bedrijvigheid afremmen. Ook allerlei andere onzekerheden brengen risico’s met zich mee, zoals mogelijke cyberaanvallen, risico’s in verband met het klimaat, aanhoudende druk op de winstgevendheid en een mogelijk disruptief einde van het klimaat van de lage rentetarieven.

De toezichtscyclus van 2021 stond in het teken van een terugkeer naar normaliteit, na de pragmatische benadering in 2020, toen de kapitaaleisen stabiel werden gehouden wegens de pandemie en de toezichthouders de punten van zorg vooral aanpakten via aanbevelingen in plaats van vereisten.

In de SREP-cyclus van 2021 is de kapitaalpositie van banken beoordeeld, zijn SREP-scores toegewezen aan de algehele risicoprofielen van de banken en de belangrijkste elementen daarvan, en zijn – naast aanbevelingen – formele besluiten uitgevaardigd.

Gemiddeld genomen zijn de kapitaal- en liquiditeitsposities van de banken tijdens de hele pandemie solide gebleven. Het totale vereiste en aanbevolen kapitaal voor 2022 is licht toegenomen, tot gemiddeld ongeveer 15,1% van de risicogewogen activa (risk-weighted assets – RWA’s), tegen 14,9% in de pragmatische SREP-beoordeling van 2020. Het gemiddelde van het totale vereiste en aanbevolen tier 1-kernkapitaal (CET1) is toegenomen van 10,5% tot ongeveer 10,6% van de RWA’s.

De zeer lichte stijging van het totaal kapitaal is toe te schrijven aan de Pijler 2-kapitaalvereisten (Pillar 2 requirements – P2R’s), die zijn toegenomen van 2,1% tot 2,3%. Dat heeft voornamelijk te maken met de invoering van een specifieke eis (een opslag voor een tekort in de voorzieningen) voor banken die niet voldoende voorzieningen hebben geboekt voor het kredietrisico op niet-renderende leningen (non-performing loans – NPL’s) die werden verstrekt vóór 26 april 2019. Banken die hun tekort in de voorzieningen ten opzichte van de verwachtingen van de ECB actief aanpakken, kunnen deze nieuwe opslag in de loop van 2022 snel verminderen, nog vóór de volgende SREP-beoordeling.

De Pijler 2-aanbeveling (Pillar 2 guidance – P2G), die aan de hand van stresstests vastgestelde risico’s afdekt, is met 0,2 procentpunt toegenomen van 1,4% tot 1,6%. Slechts zes banken voldeden eind 2021 niet aan hun P2G, als gevolg van structurele issues die dateren van vóór de pandemie.

Als onderdeel van de steunmaatregelen van de ECB kunnen banken tot eind 2022 volledig gebruikmaken van hun kapitaalbuffers of hun P2G. Zoals meegedeeld in een afzonderlijk persbericht, verwacht de ECB dat het kapitaalniveau van banken uiterlijk op 1 januari 2023 weer hoger is dan hun P2G.

“We zijn over het algemeen tevreden met de manier waarop de banken tot nu toe tijdens de pandemie hebben gewerkt. Ze hebben bijgedragen aan de schokbestendigheid van de economie van het eurogebied en zijn krediet blijven verstrekken aan huishoudens en bedrijven,” aldus Andrea Enria, voorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB. “Het effect van de pandemie op de economie is echter nog niet voorbij. Banken moeten zich bewust blijven van de mogelijke gevolgen voor hun balansen en vooral hun risicobeheersing en hun governance versterken.”

De SREP-uitkomsten van 2021 zijn al met al stabiel gebleven wat de scores betreft. Ook dat wijst op de schokbestendigheid van het bankwezen, aangezien de totaalscores van banken tijdens de pandemie aanzienlijk zouden kunnen zijn verslechterd.

Bij de cyclus van 2021 waren kredietrisico en interne governance de twee belangrijkste punten waarop de banken verwacht werden corrigerende maatregelen te nemen.

De toezichthouders hebben goed gekeken naar de beheersingsmaatregelen van de banken op het terrein van kredietrisico. Bij verschillende banken stelden ze vast dat het kredietrisicobeheer niet krachtig genoeg wordt aangepakt en bij sommige werden tekortkomingen vastgesteld in de procedures in verband met voorzieningen. In die gevallen heeft de ECB de kredietrisicoscores verlaagd en andere follow-upmaatregelen opgelegd.

Het NPL-niveau is verder gedaald, met name dankzij de consistente uitvoering van de plannen van banken om de NPL’s te verminderen en van de hand te doen. De kwaliteit van de kredietportefeuille op de bankbalansen is over het algemeen vrij robuust gebleven, deels dankzij uitzonderlijke steunmaatregelen van de overheid. Er zijn echter ook enkele tekenen van verslechterende kredietkwaliteit, vooral in de economische sectoren die het meest van steunmaatregelen hebben geprofiteerd. Die ontwikkelingen moeten aandachtig worden gevolgd.

De bevindingen op het vlak van interne governance wijzen op zwakke punten in het sturend vermogen van leidinggevende organen en governanceregelingen zoals kaders voor risicobeheersing. Dit kan de functies voor risicobeheer en compliance hinderen, evenals IT-transformatieplannen, wat het oplossen van issues in verband met gegevensaggregatie belemmert. Veel banken moeten ook stappen zetten om de samenstelling en de collectieve geschiktheid van hun leidinggevende organen te verbeteren, aangezien ze nog steeds onvoldoende nadruk leggen op diversiteit (bijv. op het vlak van gender en beroepservaring). Tegen die achtergrond gebruikt de ECB operationele handelingen om banken te verplichten een diversiteitsbeleid in te stellen en genderdoelstellingen te formuleren.

Ondertussen blijkt uit de beoordeling van de bedrijfsmodellen dat de meeste banken er nog altijd niet in slagen rendementen te genereren die hoger zijn dan hun kapitaalkosten. De winstgevendheid liet in 2021 een herstel optekenen, maar blijft structureel algemeen laag. De punten van zorg bij de toezichthouder in dit verband hebben voornamelijk te maken met reeds lang vóór de pandemie bestaande problemen, zoals ontoereikende strategische plannen en/of inadequate uitvoering van zulke plannen.

De P2R’s voor afzonderlijke banken in 2022 zijn op onze website gepubliceerd. Alle banken die in 2021 voorwerp van een SREP-besluit waren, hebben toestemming gegeven om die informatie te publiceren.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Andrea Zizola, tel. +49 69 1344 6551.

Toelichting

  • In de jaarlijkse SREP onderzoeken de toezichthouders de risico's van banken en stellen ze voor iedere bank afzonderlijk kapitaalvereisten en aanbevelingen op (naast de wettelijke minimumkapitaaleisen). In de SREP worden vier belangrijke elementen beoordeeld: de levensvatbaarheid en houdbaarheid van bedrijfsmodellen, de toereikendheid van de interne governance en het risicomanagement, risico’s voor het kapitaal en liquiditeits- en financieringsrisico's. Elk element krijgt een score van 1 tot en met 4, waarbij 1 het beste is en 4 het slechtste. Die scores worden daarna gecombineerd tot een totaalscore (ook van 1 tot en met 4).
  • De SREP-beoordelingscyclus van 2021 was in het algemeen gebaseerd op gegevens per jaareinde 2020. De uit de SREP van 2021 voortvloeiende besluiten gelden in 2022.
  • De gecombineerde buffervereisten omvatten de kapitaalconserveringsbuffer, de contracyclische kapitaalbuffer en de systeembuffers. Dit zijn juridische vereisten die uit de Europese richtlijn kapitaalvereisten (Capital Requirements Directive – CRD IV) voortvloeien of die door de nationale autoriteiten zijn vastgesteld. Systeembuffers omvatten buffers voor mondiaal systeemrelevante instellingen (global systemically important institutions – G-SII’s), andere systeemrelevante instellingen (other systemically important institutions – O-SII's) en systeemrisico.
  • Het kapitaal dat banken op basis van de SREP worden verwacht aan te houden bestaat uit twee delen. Het eerste is de Pijler 2-vereiste (Pillar 2 requirement – P2R), ter dekking van risico's die in Pijler 1 niet of onvoldoende in aanmerking worden genomen. De tweede is de Pijler 2- aanbeveling (Pillar 2 guidance – P2G), die het kapitaalniveau aangeeft dat een bank moet aanhouden om een voldoende grote buffer te hebben om stresssituaties het hoofd te kunnen bieden. Dit wordt vooral beoordeeld aan de hand van het ongunstige scenario van de in het kader van het toezicht uitgevoerde stresstests. De P2R is bindend en het niet naleven ervan kan directe juridisch gevolgen hebben voor banken; de P2G is niet bindend.
  • Het totale vereiste en aanbevolen kapitaal bestaat uit de Pijler 1- + Pijler 2-vereiste + gecombineerd buffervereiste + de Pijler 2-aanbeveling. Meer informatie over de samenstelling van de kapitaalstapel is hier te vinden. Alle cijfers worden weergegeven als percentages van risicogewogen activa.
CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media
Whistleblowing