PERSBERICHT

ECB herziet in het kader van nieuwe EU-verordening de toezichtsverwachtingen omtrent de prudentiële voorzieningen voor nieuwe niet-renderende leningen

22 augustus 2019

  • ECB herziet met het oog op de nieuwe Pijler 1-vereisten de verwachtingen voor prudentiële voorzieningen voor nieuwe niet-renderende leningen (non-performing loans – NPL's)
  • De verwachtingen van de toezichthouder voor het dekkingsniveau van de bestaande NPL's blijven ongewijzigd
  • Voor NPL's die voortvloeien uit na 26 april 2019 verstrekte leningen geldt in principe alleen de Pijler 1-behandeling

De Europese Centrale Bank (ECB) als toezichthouder heeft besloten tot herziening van de verwachtingen voor de prudentiële voorzieningen voor nieuwe niet-renderende risicoposities (non-performing exposures – NPE’s), zoals die zijn uiteengezet in het Addendum bij de ECB-leidraad voor banken inzake niet-renderende leningen (hierna het ”Addendum” te noemen). Dat besluit is genomen onder invloed van de invoering van een nieuwe EU-verordening voor de Pijler 1-behandeling van NPE's. Die nieuwe verordening, die per 26 april 2019 is ingegaan, vormt een aanvulling op de bestaande prudentiële regels en schrijft een aftrekking voor van het prudentieel eigen vermogen (own funds) wanneer NPE's onvoldoende gedekt zijn door voorzieningen of andere aanpassingen.

Met deze herziening doet de ECB haar toezegging gestand om zich opnieuw te buigen over de verwachtingen van de toezichthouder voor nieuwe NPE’s zodra de nieuwe wetgeving omtrent de Pijler 1-behandeling van NPE's was afgerond. Voor een consequentere behandeling van NPE’s zijn de volgende wijzigingen aangebracht in de in het Addendum gecommuniceerde verwachtingen van de toezichthouder.

Ten eerste wordt voor nieuwe NPE’s de reikwijdte van de verwachtingen van de ECB als toezichthouder beperkt tot NPE’s die voortvloeien uit leningen die vóór 26 april 2019 zijn verstrekt. Die kredieten vallen niet onder de Pijler 1-behandeling van NPE's. NPE’s die voortvloeien uit leningen vanaf 26 april 2019 vallen onder de Pijler 1-behandeling; de ECB houdt daarbij nauwlettend de daaruit voortvloeiende risico's in de gaten.

Ten tweede zijn het relevante tijdsbestek voor prudentiële voorzieningen, het pad richting volledige doorvoering en de splitsing van de posities met zekerheidstelling, evenals de behandeling van NPE’s die door een officiële exportkredietverzekeringsmaatschappij worden gegarandeerd of verzekerd, afgestemd op de Pijler 1-behandeling van NPE’s zoals die in de nieuwe EU-verordening wordt beschreven.

Alle overige aspecten, zoals de specifieke omstandigheden waaronder de verwachtingen omtrent de prudentiële voorzieningen ongeschikt kunnen zijn voor een specifieke portefeuille/risicopositie, blijven zoals in het Addendum beschreven.

De verwachtingen van de toezichthouder ten aanzien van de bestaande NPE’s (dat wil zeggen leningen die per 31 maart 2018 als NPE zijn aangemerkt) blijven onveranderd. Die verwachtingen zijn gecommuniceerd in de SREP-brieven aan banken (in het kader van de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie) en in het persbericht van juli 2018 over dit onderwerp.

Bij aanvang van het bankentoezicht van de ECB in november 2014 bedroeg het totaal van de door belangrijke instellingen aangehouden NPL’s circa € 1 biljoen. Dat totaal was eind maart 2019 bijna gehalveerd tot € 587 miljard (een NPL-ratio van 3,7%). Ondanks de recente vorderingen acht de ECB het van het allergrootste belang dat het NPL-niveau nog verder wordt verlaagd en dat het NPL-vraagstuk, nu de economische omstandigheden nog gunstig zijn, snel wordt opgelost.

Nadere informatie is te vinden in een technisch document dat vandaag wordt gepubliceerd. Dit is beschikbaar op de website van de ECB.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Andrea Zizola, tel.: +49 69 1344 6551.

Toelichting:

  • In dit document worden de begrippen NPL’s en NPE’s door elkaar gebruikt. In de EU-verordening evenals in de verwachtingen van de ECB wordt echter gesproken van NPE’s, een bredere categorie waaronder ook schuldinstrumenten vallen.
  • Pijler 1 verwijst naar het minimumkapitaal dat alle banken krachtens de Verordening kapitaalvereisten van rechtswege moeten aanhouden. Pijler 2 heeft daarentegen betrekking op aanvullende kapitaalvereisten waaraan instellingen mogelijk moeten voldoen ter bescherming tegen eventuele bedrijfsspecifieke risico's die niet of niet afdoende door Pijler 1 worden gedekt.
  • De nieuwe EU-verordening, waarin de Pijler 1- behandeling voor NPE’s staat beschreven, betreft Verordening (EU) 2019/630 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft de minimale verliesdekking voor niet-renderende blootstellingen, PB L 111 van 25.4.2019, blz. 4-12. De verordening is op 26 april 2019 in werking getreden.
  • De bestaande prudentiële regels voor de behandeling van NPE's zijn te vinden in Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1-337).
  • Persbericht van 11 juli 2018: ECB kondigt verdere stappen aan bij toezichtsaanpak voor bestaande NPL's
  • Persbericht van 15 maart 2018: ECB maakt de verwachtingen bekend die zij als toezichthouder heeft voor nieuwe NPL's
  • Addendum bij de ECB-leidraad voor banken inzake niet-renderende leningen: verwachtingen van de toezichthouder omtrent de prudentiële voorzieningen voor niet-renderende risicoposities.

Related information

Contactpersonen voor de media