PERSBERICHT

ECB stelt de toezichtsvergoedingen voor 2018 vast op €474,8 miljoen

30 april 2018
  • De totale kosten in verband met het toezicht in 2018 worden geschat op €502,5 miljoen; deze worden deels gedekt door een in 2017 niet uitgegeven overschot van €27,7 miljoen
  • De uitgavenstijging bestaat onder meer uit kosten in verband met de brexit en de tweejaarlijkse stresstests
  • De lopende toetsing van interne modellen door de ECB vormt nog steeds een belangrijke component

Op grond van schattingen heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de vergoedingen voor haar prudentiële toezicht op het bankstelsel voor 2018 vastgesteld op €474,8 miljoen. Samen met een uit 2017 overgedragen overschot van €27,7 miljoen zullen de vergoedingen de verwachte totale toezichtskosten van €502,5 miljoen voor 2018 dekken.

Rond 90% van de vergoedingen zal worden betaald door belangrijke banken, de resterende 10% door minder belangrijke banken.

De schatting is hoger dan die voor 2017 (die toen €425 miljoen was, na verrekening van een niet uitgegeven en uit 2016 overgedragen overschot van €41,1 miljoen), en dit is het gevolg van zowel externe en interne factoren als de verschillende toezichtsprioriteiten die door de ECB voor 2018 zijn vastgesteld. Deze factoren zijn onder meer het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU (de brexit) en de kosten in verband met de betrokkenheid van de ECB bij de uitvoering van de tweejaarlijkse stresstests van de Europese Bankautoriteit voor belangrijke banken in 2018. De begroting voor 2018 voor de lopende, meerjarige gerichte toetsing van interne modellen (TRIM) is ten opzichte van 2017 gelijk gebleven.

Nadere informatie over de componenten van de totale jaarlijkse toezichtsvergoedingen is te vinden op de website van het bankentoezicht van de ECB.

De individuele vergoedingen voor elke bank worden vastgesteld op basis van de significantie en het risicoprofiel van de desbetreffende bank, waarbij gebruik wordt gemaakt van de jaarlijkse vergoedingsfactoren die door alle onder toezicht staande banken worden aangeleverd, met als referentiedatum 31 december van het voorafgaande jaar. De vergoeding voor toezicht wordt vastgesteld op het hoogste consolidatieniveau binnen de lidstaten die deelnemen aan het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism of SSM). De vergoeding omvat een minimumvergoedingscomponent voor alle banken, goed voor 10% van het in rekening te brengen bedrag, en een variabelevergoedingscomponent voor de toerekening van de resterende 90% van de kosten. Voor de kleinste belangrijke banken, met totale activa van minder dan €10 miljard, wordt de minimumvergoedingscomponent gehalveerd.

De banken zullen hun individuele vergoedingskennisgeving in oktober 2018 ontvangen.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Uta Harnischfeger, tel.: +49 69 1344 6321.

Contactpersonen voor de media