PERSBERICHT

ECB harmoniseert toezichtsregels voor minder belangrijke instellingen

13 april 2017
  • De ECB zet opnieuw een stap voorwaarts met de harmonisatie van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte, in dit geval voor minder belangrijke instellingen ('less significant institutions')
  • Voor kleinere banken wordt het evenredigheidsbeginsel toegepast
  • Na een openbare raadpleging heeft de ECB vandaag de definitieve versie van haar richtsnoer en aanbeveling gepubliceerd

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag een richtsnoer en een aanbeveling gepubliceerd die aan de nationale bevoegde autoriteiten zijn gericht en die de gebruikmaking van de door het Unierecht geboden keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte betreffen. Dit raakt de banken die onder direct toezicht van de nationale bevoegde autoriteiten staan (dat wil zeggen de minder belangrijke instellingen).

Beide documenten, die onderwerp van een openbare raadpleging zijn geweest, beogen verdere harmonisatie van de wijze waarop nationale bevoegde autoriteiten toezicht houden op de banken in de 19 landen waarvoor het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism – SSM) geldt. Het doel is te zorgen voor een gelijk speelveld en de soepele werking van het bankenstelsel in het eurogebied als geheel. Ten aanzien van de gebruikmaking van de keuzemogelijkheden binnen het toezicht op minder belangrijke instellingen is volledig rekening gehouden met het evenredigheidsbeginsel.

Deze inspanning betreffende minder belangrijke instellingen volgt op het harmoniseren door de ECB van de gebruikmaking van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte binnen het toezicht op belangrijke instellingen ('significant institutions'), die onder de directe verantwoordelijkheid van de ECB vallen. Het huidig regelgevend kader omvat een aantal keuzemogelijkheden en vormen van manoeuvreerruimte, waarover in veel gevallen de bevoegde autoriteiten kunnen beslissen. Sommige hiervan dienen op alle banken op dezelfde wijze te worden toegepast, terwijl andere op individuele basis dienen te worden toegepast nadat een individuele beoordeling van de specifieke situatie en de kenmerken van desbetreffende bank heeft plaatsgevonden. Een inconsistente toepassing van deze keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in het eurogebied zou mogelijk invloed kunnen hebben op de algehele degelijkheid van het toezichtskader en op de vergelijkbaarheid van prudentiële vereisten onder banken.

In de beide documenten worden de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte voor minder belangrijke instellingen in veel gevallen op dezelfde wijze toegepast als voor belangrijke instellingen. Zeven van dergelijke onder het richtsnoer vallende keuzemogelijkheden zijn algemeen van aard, en 43 onder de aanbeveling vallende keuzemogelijkheden moeten op individuele basis worden beoordeeld, maar hierbij moet een gemeenschappelijke aanpak worden gevolgd. Voor acht van de onder de aanbeveling vallende keuzemogelijkheden wordt een specifieke vereenvoudigde aanpak voor minder belangrijke instellingen gerechtvaardigd geacht teneinde de last voor kleinere banken te verminderen.

Het Europees bankentoezicht beoogt vergroting van de veiligheid en soliditeit van het bankenstelsel via het SSM en daarnaast de waarborging van een gelijk speelveld tussen de banken in het eurogebied. Zonder deze harmonisatie door de ECB zou het voor marktpartijen en het publiek moeilijk zijn om de soliditeit van kredietinstellingen en hun naleving van de regelgeving te beoordelen.

De ECB licht in een feedbackdocument toe hoe met de commentaren naar aanleiding van de raadpleging rekening is gehouden. Ook dit document is vanaf vandaag beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Rolf Benders (tel.: +49 69 1344 6925).

Contactpersonen voor de media