PERSBERICHT

ECB lanceert raadpleging over de harmonisatie van toezichtsregels met betrekking tot banken die onder toezicht van nationale bevoegde autoriteiten staan

3 november 2016
  • ECB beoogt harmonisatie van bepaalde keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt met betrekking tot banken die onder indirect toezicht van de ECB staan om daarmee een gelijk speelveld te waarborgen en de nalevingskosten voor banken te beperken
  • Publicatie van (ontwerp-)richtsnoer en (ontwerp-)aanbeveling voor openbare raadpleging
  • Raadplegingsperiode vangt heden aan en eindigt op 5 januari 2017

De Europese Centrale Bank (ECB) lanceert vandaag een openbare raadpleging over een richtsnoer en aanbeveling betreffende de gebruikmaking van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte[1] die het Unierecht biedt met betrekking tot zogenoemde minder belangrijke banken (less significant institutions), d.w.z. banken waarop zij geen direct toezicht houdt. Het doel is om het bankentoezicht door de nationale bevoegde autoriteiten (NBA’s) in de 19 landen van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism – SSM) te harmoniseren en daarmee te zorgen voor een gelijk speelveld en een soepele werking van het totale bankenstelsel in het eurogebied.

In 2015 heeft de ECB besloten de toepassing van O&D’s te harmoniseren ten behoeve van het directe toezicht op de 129 belangrijke instellingen (significant institutions). Hiertoe zijn eerder dit jaar een ECB-verordening, een ECB-gids inzake het gebruik van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt, een addendum bij deze gids en de ECB-benadering ten aanzien van de erkenning van institutionele protectiestelsels vastgesteld. Vandaag is er een geconsolideerde versie van de gids gepubliceerd op de website van het ECB-Bankentoezicht. Om voor alle banken harmonisatie te bereiken heeft de ECB – als een tweede stap – op basis van haar verantwoordelijkheid voor het toezicht op het bancaire stelsel ook besloten de gebruikmaking van O&D’s met betrekking tot minder belangrijke instellingen te harmoniseren door een richtsnoer en aanbeveling vast te stellen. De door de ECB verstrekte Vragen en Antwoorden bevatten een nadere toelichting op de keuze en aard van de rechtsinstrumenten die zijn gehanteerd bij het harmoniseren van de gebruikmaking van O&D’s.

In het (ontwerp-)richtsnoer wordt uiteengezet hoe NBA’s zeven algemeen toepasselijke O&D’s moeten gebruiken met betrekking tot minder belangrijke instellingen. Ten aanzien van deze O&D’s geldt er een specifieke beleidsargumentatie die vaststelling van een uniforme aanpak rechtvaardigt met betrekking tot alle kredietinstellingen in de SSM-landen. Het richtsnoer zal na goedkeuring door de Raad van Bestuur juridisch bindend zijn. De (ontwerp-)aanbeveling – die niet juridisch bindend is – beoogt harmonisatie van 43 O&D’s die niet algemeen toepasselijk zijn maar die op individuele basis worden beoordeeld. Deze bevat ook een leidraad voor NBA’s betreffende de wijze waarop zij deze O&D's individueel moeten beoordelen. Daarnaast bevat de (ontwerp-)aanbeveling acht O&D’s waarbij een gemeenschappelijke aanpak noodzakelijk is die op minder belangrijke instellingen is toegesneden.

Een inconsistente toepassing van O&D’s in SSM-landen zou mogelijk ten koste kunnen gaan van de algehele gedegenheid van het toezichtskader en van de vergelijkbaarheid van prudentiële vereisten voor alle kredietinstellingen. Hierdoor zou het voor marktpartijen en het publiek moeilijk zijn om de soliditeit van kredietinstellingen en hun naleving van de regelgeving te beoordelen. Het grote aantal van dergelijke bepalingen leidt tevens tot extra complexiteit in de regelgeving en verhoogt de nalevingskosten voor banken, en dan vooral instellingen met grensoverschrijdende activiteiten. Tevens is er sprake van de mogelijkheid van toezichtsarbitrage.

De voorgestelde benadering voor harmonisatie van de gebruikmaking van O&D’s met betrekking tot minder belangrijke instellingen werd gekozen na een zorgvuldige analyse. Hierbij lag de nadruk op het evenredigheidsbeginsel, d.w.z. in hoeverre er bij de gebruikmaking van specifieke keuzemogelijkheden specifieke beleidsaanbevelingen noodzakelijk zijn. Daarom wordt er voorgesteld dat de NBA’s een flexibele benadering moeten kunnen volgen in het geval van een aantal O&D’s waarbij harmonisatie niet noodzakelijk wordt geacht voor de degelijkheid van het toezicht of het creëren van een gelijk speelveld.

De raadpleging over beide documenten begint vandaag en eindigt op 5 januari. De desbetreffende documenten, te weten het (ontwerp-)richtsnoer, de (ontwerp-)aanbeveling, een toelichting en de Vragen en Antwoorden, zijn beschikbaar op de website van het ECB-Bankentoezicht.

Als onderdeel van deze raadpleging houdt de ECB op 17 november 2016 een openbare hoorzitting op haar kantoor in Frankfurt am Main. De hoorzitting zal live via een webcast op de website van het ECB-Bankentoezicht worden uitgezonden. Op deze website vindt u ook informatie over aanmelding voor de openbare hoorzitting en over de wijze waarop commentaren kunnen worden ingediend. Na de openbare raadpleging zal de ECB de ontvangen commentaren publiceren, samen met een feedbackdocument en een analyse van de commentaren.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Rolf Benders (tel.: +49 69 1344 6925).



[1]Ook wel aangeduid als opties en discretionaire bevoegdheden (options and discretions – O&D’s).

Contactpersonen voor de media