Totaalbedrag van de jaarlijkse vergoedingen

De ECB brengt alle onder toezicht staande banken een jaarlijkse vergoeding voor toezicht (toezichtsvergoeding) in rekening om haar kosten in verband met het bankentoezicht te dekken.

Het totaalbedrag van de jaarlijkse toezichtsvergoedingen wordt elk jaar uiterlijk 30 april gepubliceerd in een besluit van de ECB.

Het jaarverslag van de ECB over haar toezichtswerkzaamheden bevat informatie over de werkelijke kosten en bemensing in verband met de toezichtstaken van de ECB, evenals een toelichting op het kader voor toezichtsvergoedingen voor de desbetreffende verslagperiode.

Jaarverslag van de ECB over haar toezichtswerkzaamheden

Wat valt er allemaal onder de vergoeding?

Het totaalbedrag van de toezichtsvergoedingen dekt de kosten die de ECB in de desbetreffende vergoedingsperiode (d.w.z. het desbetreffende jaar) heeft gemaakt in verband met haar toezichtstaken. Het bedrag bestaat uit:

  • de geraamde totale kosten voor het jaar
  • het eventuele overschot (of tekort) van het voorgaande jaar, dat wordt gerestitueerd (of in rekening wordt gebracht)

Onder het totaalbedrag vallen ook:

  • bedragen die op grond van artikel 7 van de Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht zijn ontvangen of gerestitueerd en die betrekking hebben op veranderingen, zoals de toelating van nieuwe onder toezicht komende banken, de intrekking van vergunningen, en veranderingen van de status van banken van belangrijk naar minder belangrijk, of omgekeerd
  • eventuele oninbare vergoedingen met betrekking tot eerdere vergoedingsperioden
  • eventuele ontvangen rentebedragen in verband met te late betaling door de vergoedingsdebiteur ('schuldenaar van de vergoeding')

Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht
Verandering van situatie

Totaalbedrag van de toezichtsvergoedingen voor de vergoedingsperiode

Voor de vergoedingsperiode 2019 bedraagt het totaalbedrag van de jaarlijkse toezichtsvergoedingen € 576,0 miljoen (zie de onderstaande tabel). Dit komt neer op een toename van € 101,2 miljoen ten opzichte van het totaalbedrag van de in 2018 in rekening gebrachte jaarlijkse toezichtsvergoedingen, dat € 474,8 miljoen beliep.

Ruim 40% van de stijging van het geraamde totaalbedrag is toe te schrijven aan het feit dat de toezichtsvergoedingen in rekening gebracht worden op basis van kostenramingen. In voorgaande jaren was er sprake van een overschot ten opzichte van de raming, dat ECB-Bankentoezicht in mindering bracht op de totale vergoeding van het eerstvolgende jaar. 2018 werd echter afgesloten met een tekort van € 15,3 miljoen, dat wordt opgenomen in de raming van de vergoeding voor 2019.

 
Geraamde jaarkosten 2019
Geraamde jaarkosten 2018
Geraamde jaarkosten 2017
Totaalbedrag van de toezichtsvergoedingen* 576,0 474,8 425,0
Geraamde kosten 559,0 502,5 464,7
Overschot/tekort van voorgaand jaar 15,3 -27,9 -41,1
Overige aanpassingen 1,7 0,2 1,4

* Alle bedragen luiden in miljoenen euro's. In de totaalbedragen zijn afrondingsverschillen mogelijk.

Totaalbedrag van de jaarlijkse kosten

De kosten die de ECB jaarlijks voor het bankentoezicht maakt, bestaan hoofdzakelijk uit kosten die direct verband houden met haar toezichtstaken:

  • het direct toezicht op belangrijke banken en bankgroepen: voornamelijk de kosten in verband met de gezamenlijke toezichthoudende teams en inspecties ter plaatse
  • het indirect toezicht op minder belangrijke banken of bankgroepen: de kosten in verband met de oversight-werkzaamheden
  • de uitvoering van horizontale taken en verlening van gespecialiseerde diensten: de kosten in verband met activiteiten zoals de werkzaamheden van het Secretariaat van de Raad van Toezicht, macroprudentiële taken, statistische diensten en specifieke juridische diensten

Onder deze kosten vallen ook kosten die indirect verband houden met de toezichtstaken van de ECB, zoals de kosten van door ondersteunende functies van de ECB verleende gemeenschappelijke diensten, waaronder huisvesting, humanresourcesmanagement en IT-dienstverlening.

Voor elk categorie geldt dat de gerapporteerde kosten worden gepresenteerd inclusief de toedeling van de door de ondersteunende diensten van de ECB verleende, gemeenschappelijke diensten.

De begrote kosten voor de reguliere taken zijn stabiel gebleven. Een stijging van de personele middelen voor 2019 is echter noodzakelijk als gevolg van externe factoren, in het bijzonder de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. De Raad van Bestuur heeft ermee ingestemd het personeelsbestand voor 2019 te verhogen met 90 voltijdequivalenten voor de kernactiviteiten van ECB-Bankentoezicht en met 18 voltijdequivalenten voor organisatieonderdelen die gedeelde diensten leveren voor taken in verband met het toezicht. Van de 90 voltijdequivalenten houdt bijna de helft verband met personeelsbehoeften in verband met de brexit. De rest is vooral toe te schrijven aan het feit dat de ECB zelf stresstests gaat uitvoeren waarvoor vroeger externe consultants werden ingehuurd.

Zoals blijkt uit onderstaande tabel, heeft de groei van de uitgaven vooral te maken met het directe toezicht op de belangrijke banken.

 
Geraamde kosten
2019
Geraamde kosten
2018
Werkelijke kosten 2018
Werkelijke kosten 2017
Kosten i.v.m. bankentoezichtstaken* 559,0 502,5 517,8 436,7
Direct toezicht op belangrijke banken 336,2 283,4 304,8 242,9
Indirect toezicht op minder belangrijke banken 33,2 27,1 28,7 24,0
Horizontale taken en gespecialiseerde diensten 189,6 192,0 184,4 169,8

* Alle bedragen luiden in miljoenen euro's. In de totaalbedragen zijn afrondingsverschillen mogelijk.

Organogram
Toezicht toegelicht: wat is de gerichte toetsing van interne modellen?

Overschot of tekort

Het totaalbedrag dat de ECB de banken in rekening brengt, moet de door de ECB in de desbetreffende vergoedingsperiode gemaakte kosten voor toezicht dekken, maar mag deze niet overschrijden. Aangezien het Besluit van de ECB over het totaalbedrag van de toezichtsvergoeding op een raming gebaseerd is, kunnen de werkelijke kosten lager of hoger uitvallen dan het geïnde bedrag. Een eventueel overschot of tekort van het voorgaande jaar wordt van het totaalbedrag voor het volgende jaar afgetrokken of daarbij opgeteld.

Eind 2018 bedroegen de kosten van de ECB voor toezichtstaken € 517,8 miljoen. Dit was 3% meer dan de geraamde kosten voor dat jaar, resulterend in een tekort van € 15,3 miljoen. Dit bedrag is opgenomen in het in 2019 in rekening te brengen totaalbedrag.

Jaarstukken van de ECB

Overige aanpassingen

Elke onder toezicht staande bank of bankgroep moet een vergoeding betalen voor het (deel van het) jaar waarin deze onder toezicht staat. Doet zich een verandering voor in de situatie van een bank of bankgroep nadat de ECB de individuele toezichtkennisgeving heeft vastgesteld, dan zal deze worden verwerkt in het totaalbedrag van de jaarlijkse toezichtvergoeding voor de daaropvolgende vergoedingsperiode. Onder een verandering van situatie vallen de vergunningverlening voor nieuwe onder toezicht komende banken, de intrekking van vergunningen en statusveranderingen van belangrijk naar minder belangrijk, of omgekeerd.

Verandering van situatie

De ECB neemt alle nodige maatregelen om de toezichtsvergoeding te innen bij onder toezicht staande banken en bankgroepen. De rente betreffende te laat ontvangen bedragen evenals eventuele oninbare bedragen worden meegenomen bij het vaststellen van het totaalbedrag van de toezichtsvergoedingen voor het volgende jaar.

De overige aanpassingen met betrekking tot de voorgaande vergoedingsperiodes die verwerkt zijn in de raming van de jaarlijkse toezichtsvergoeding 2019, bedragen € 1,7 miljoen.

Hoe wordt de rekening verdeeld tussen belangrijke en minder belangrijke banken?

Het bedrag dat via de jaarlijkse toezichtsvergoedingen in rekening wordt gebracht, is afhankelijk van het feit of de onder toezicht staande entiteit een belangrijke instelling of een minder belangrijke instelling is, en derhalve van de mate waarin deze door de ECB wordt onderzocht. 

 
Vergoeding voor belangrijke banken en
bankgroepen 2019
Vergoeding voor minder belangrijke banken en
bankgroepen 2019
Totaal
Totaalbedrag van de toezichtsvergoedingen* 524,2 51,8 576,0
Geraamde jaarkosten 508,7 50,3 559,0
Overschot/tekort van voorgaande periode 14,0 1,4 15,3
Overige aanpassingen 1,6 0,1 1,7

* Alle bedragen luiden in miljoenen euro's. In de totaalbedragen zijn afrondingsverschillen mogelijk.