Openbare raadpleging over het ontwerprichtsnoer van de ECB betreffende de materialiteitsdrempel voor achterstallige kredietverplichtingen voor minder belangrijke instellingen

Veelgestelde vragen

Waartoe dient dit richtsnoer?

De ECB heeft, op grond van artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) Nr. 575/2013 (CRR), de discretionaire bevoegdheid uitgeoefend met betrekking tot belangrijke instellingen (significant institutions - SI’s) en in Verordening (EU) ECB/2018/1845 (verordening voor SI’s) een materialiteitsdrempel vastgesteld voor de wanbetalingen, zowel in verhouding tot de totale verplichtingen van een debiteur als op het niveau van de individuele kredietfaciliteiten. Met het oog op consistentie en een gelijk speelveld, en in overeenstemming met de definitie voor SI’s, beoogt de ECB met het ontwerprichtsnoer ook voor minder belangrijke instellingen (less significant institutions - LSI’s) een dergelijke drempel te definiëren en te harmoniseren.

Vanuit het oogpunt van de consistente toepassing van toezichtstandaarden op SI’s en LSI’s enerzijds en de naleving van het evenredigheidsbeginsel anderzijds, is de ECB van oordeel dat de bij het toezicht op LSI’s betrokken nationale bevoegde autoriteiten (national competent authorities - NCA's) de discretionaire bevoegdheid krachtens artikel 178, lid 2, onder d), van de CRR en de Gedelegeerde Verordening van de Commissie (EU) 2018/171 op dezelfde manier moeten uitoefenen als de ECB dat doet voor SI’s.

Wat is de rechtsgrondslag voor de uitvaardiging van het richtsnoer van de ECB?

Hoewel de NCA's in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het gebruik van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte voor LSI’s, heeft de ECB op grond van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad een overkoepelende toezichtsrol. Daarom streeft ze ernaar om waar dienstig een consistent gebruik van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte te bevorderen met betrekking tot zowel SI’s als LSI’s. Hiertoe kan de ECB onder meer richtsnoeren uitgeven voor NCA's ter waarborging van het doeltreffend en consistent functioneren van het SSM (artikel 6, lid 5, onder a) en c), van de GTM-verordening).

Waarom vragen jullie feedback van de sector en wat zijn de volgende stappen?

Feedback vragen van de sector strookt met de praktijk die het SSM tot dusver voor andere rechtsinstrumenten van de ECB voor toezichtsdoeleinden heeft gehanteerd. Dezelfde benadering is in het verleden bijvoorbeeld gevolgd voor Richtsnoer (EU) 2017/697. Na afloop van de openbare raadpleging zal de ECB de ontvangen commentaren beoordelen en behandelen in een feedbackdocument. Dit feedbackdocument wordt gepubliceerd op de website van de ECB.

De materialiteitsdrempel in het ontwerprichtsnoer is vastgesteld in overeenstemming met de verordening voor SI’s. Die verordening moet licht worden aangepast om ze volledig af te stemmen op de CRR, waarvan artikel 178, lid 1, onder b), bepaalt dat er - onder meer - sprake is van wanbetaling wanneer een debiteur meer dan 90 dagen achterstallig is bij het nakomen van een aanzienlijke kredietverplichting. Samen met het richtsnoer zal dan ook een rectificatie van de verordening voor SI’s worden aangenomen, om ervoor te zorgen dat de definities voor de materialiteitsdrempel in de verordening voor SI’s en in het richtsnoer identiek zijn.