PERSBERICHT

ECB-Bankentoezicht publiceert de uitkomsten van de SREP 2018

8 april 2019

  • De algehele CET1-eis op grond van de SREP stijgt licht tot 10,6% in 2018, tegen 10,1% in 2017
  • De infasering van de kapitaalconserveringsbuffer is de belangrijkste verklaring voor de hogere eis

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag de geaggregeerde uitkomsten gepubliceerd van haar in 2018 uitgevoerde procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process – SREP). Het op grond van de SREP vastgestelde algeheel benodigde tier 1-kernkapitaal (Common Equity Tier 1 – CET1) steeg van 10,1% in 2017 tot 10,6% in 2018, als gevolg van de laatste stap in de infasering van de kapitaalconserveringsbuffer.

De systeembuffers en de anticyclische kapitaalbuffer maken geen deel uit van de algehele SREP-eis. De meeste belangrijke instellingen houden al meer kapitaal aan dan het door de ECB en de nationale autoriteiten voorgeschreven niveau van respectievelijk het CET1-kapitaal en de buffers. CET1-kapitaal is het kwalitatief meest hoogwaardige kapitaal van een bank, dat grotendeels bestaat uit gewoon aandelenkapitaal, en vormt een maatstaf voor de kapitaalsterkte van een bank.

De algemene SREP-uitkomsten voor 2018 gaven aan dat de governance en het risicomanagement van de banken waren verslechterd ten opzichte van de voorgaande SREP-cyclus, terwijl de inschatting van de ECB betreffende het beheer van de liquiditeits- en financieringsrisico's door de banken grotendeels onveranderd bleef. Het risicobeheerkader van een aantal banken moet verder verbeterd worden.

De ECB verplicht de banken niet alleen een bepaald kapitaalniveau aan te houden, maar heeft ook liquiditeitsmaatregelen opgelegd in het kader van de SREP. Die houden onder meer verband met een betere beoordeling van hun liquiditeitsbehoeften, hun financieringsplannen en/of intraday-liquiditeit. Voorts legde de ECB kwalitatieve maatregelen op aan meer dan 80 banken, met betrekking tot een breed scala aan zwakheden, van interne governance en risicomanagement tot niet-renderende leningen en gegevenskwaliteit.

ECB-Bankentoezicht stelt een individueel SREP-besluit op voor elke bank waarop het toezicht houdt. Dat komt bovenop het dagelijkse, doorlopende toezicht, waarbij de toezichthouders van de ECB het bedrijfsmodel, de interne governance en de risico's, het kapitaal en de liquiditeit van de bank beoordelen. De resultaten van de in 2018 uitgevoerde stresstests vormden ook een input voor het SREP-besluit.

ECB-Bankentoezicht heeft vier SREP-exercities uitgevoerd sinds 2014. Door zowel gemeenschappelijke methoden als besluitvormingsprocessen te gebruiken, kan de ECB banken onderling vergelijken en op grotere schaal analyseren.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Esther Tejedor, tel. +49 69 1344 95596 of Uta Harnischfeger, tel. +49 69 1344 6321.

Toelichting:

  • De SREP-kapitaaleis bestaat uit de Pijler 1-vereiste + de Pijler 2-vereiste (Pillar 2 requirement – P2R) + de kapitaalconserveringsbuffer + de Pijler 2-aanbeveling (Pillar 2 guidance – P2G). De systeembuffers (G-SII, O-SII en systeemrisicobuffer) en de anticyclische kapitaalbuffer tellen niet mee.

Contactpersonen voor de media