PERSBERICHT

ECB stelt de totale toezichtsvergoedingen voor 2017 vast op €425 miljoen

28 april 2017
  • Toezichtsvergoedingen voor banken voor 2017 vastgesteld op €425 miljoen
  • Vergoedingen voor banken die niet onder het directe toezicht van de ECB vallen lager dan in 2016
  • Vergoedingen omvatten kosten die gemaakt zijn in verband met de toetsing door de ECB van interne modellen

De ECB schat dat de totale kosten in verband met haar prudentieel toezicht op het bankenstelsel voor 2017 €425 miljoen zullen bedragen, een stijging van ongeveer 10% ten opzichte van 2016. De vergoedingen voor de belangrijke banken bedragen 92% van de totale vergoedingen; de resterende 8% wordt betaald door de minder belangrijke banken.

De kosten hebben betrekking op de verschillende activiteiten die door de ECB zijn aangemerkt als toezichtsprioriteiten voor 2017. De stijging vloeit voornamelijk voort uit de werkzaamheden in verband met de gerichte toetsing van interne modellen ("targeted review of internal models" of TRIM). De TRIM is een meerjarig project dat een aanzienlijke inzet van middelen vergt. De vergoedingen weerspiegelen tevens een stijging van het aantal ECB-medewerkers dat in 2017 in het bankentoezicht werkzaam is, na een besluit van de Raad van Bestuur tot uitbreiding van de capaciteit in verband met de werkinspanningen die nodig zijn voor het uitvoeren van de toezichtstaken.

Gezien het feit dat de extra kosten in 2017 voornamelijk het gevolg zullen zijn van werkzaamheden in verband met de onder het directe toezicht staande banken, is er tevens sprake van een hogere verdeling onder deze banken van de kosten voor horizontale taken. De vergoedingen voor de onder indirect toezicht staande banken zijn daarom lager dan de vergoedingen die bij hen in 2016 in rekening werden gebracht.

Eind 2016 bedroegen de kosten van de ECB voor toezichtstaken €382,2 miljoen. Dit was minder dan geraamd, hetgeen resulteerde in een overschot van €41,1 miljoen ten opzichte van de voor 2016 geraamde kosten. Overeenkomstig de Verordening van de ECB betreffende een vergoeding voor toezicht, is dit overschot volledig verrekend met de geraamde vergoedingen voor 2017.

De individuele vergoedingen voor elke bank worden vastgesteld op basis van de significantie en het risicoprofiel van de desbetreffende bank, waarbij gebruik wordt gemaakt van de jaarlijkse vergoedingsfactoren die door alle onder toezicht staande banken worden aangeleverd, met als referentiedatum 31 december van het voorafgaande jaar. De vergoeding voor toezicht wordt vastgesteld op het hoogste consolidatieniveau binnen de lidstaten die deelnemen aan het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism of SSM). De vergoeding omvat een minimumvergoedingscomponent voor alle banken, goed voor 10% van het in rekening te brengen bedrag, en een variabelevergoedingscomponent voor de toerekening van de resterende 90% van de kosten. Voor de kleinste belangrijke banken, met totale activa van minder dan €10 miljard, wordt de minimumvergoedingscomponent gehalveerd.

De banken zullen hun individuele vergoedingskennisgeving in oktober 2017 ontvangen.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Uta Harnischfeger, tel.: +49 69 1344 6321.

Contactpersonen voor de media