PERSBERICHT

Banken in het eurogebied maken vorderingen met het invoeren van de IFRS 9-standaard voor financiële verslaggeving

24 november 2017
  • Themaonderzoek inzake de invoering van IFRS 9 analyseert de stand van zaken rond de invoering bij banken in het gehele eurogebied
  • De uitkomsten van het themaonderzoek werden meegenomen in de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process - SREP) van 2017
  • De beoordeling verschaft een overzicht van de belangrijkste conclusies en verwachtingen van de toezichthouder ten aanzien van de invoering van IFRS 9

De banken in het eurogebied werken momenteel intensief aan de invoering van een nieuwe financiëleverslaggevingsstandaard die in de nasleep van de financiële crisis tot stand is gebracht. Krachtens de International Financial Reporting Standard 9 (IFRS 9), die op 1 januari 2018 van kracht wordt, moeten financiële instellingen kredietverliezen eerder dan voorheen verantwoorden. De Europese Centrale Bank (ECB) publiceert vandaag de uitkomsten van een themaonderzoek inzake IFRS 9 waarin, als onderdeel van haar toezichtsprioriteiten, een beoordeling werd gemaakt van de mate waarin instellingen klaar zijn voor invoering van de standaard. In het rapport wordt tevens aandacht besteed aan de belangrijkste verwachtingen van de toezichthouder ten aanzien van de lopende invoering en de toepassing van IFRS 9.

De International Financial Reporting Standards worden vastgesteld door de International Accounting Standards Board. De toezichtsverwachtingen die in het themaonderzoek van de ECB aan bod kwamen zijn in overeenstemming met de internationale best practices en de door het Bazels Comité voor Bankentoezicht en de Europese Bankautoriteit uitgegeven richtsnoeren.

Begin 2017 konden dankzij het door het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism – SSM) uitgevoerde themaonderzoek de banken die kampten met duidelijke vertraging bij het invoeringsproces, worden geïdentificeerd. De toezichthouders hebben de belangrijke instellingen (significant institutions – SI’s) waarvan in het eerste kwartaal van 2017 de voorbereidingen achterliepen bij die van hun peers daarvan op de hoogte gesteld en hebben er bij deze instellingen met succes op aangedrongen hun inspanningen te versnellen, onder andere door meer capaciteit en middelen van de instelling aan dit project toe te wijzen. Voor SI’s werden de uitkomsten van het themaonderzoek bekeken in de context van de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie van 2017, als onderdeel van de component gericht op de beoordeling van governance en risicobeheer. Voor minder belangrijke instellingen (less significant institutions – LSI’s) worden de uitkomsten van het onderzoek in acht genomen door de nationale bevoegde autoriteiten die op deze instellingen het directe toezicht uitoefenen.

Op grond van de informatie die is verschaft door de onder het directe toezicht van de ECB staande banken die in het eerste kwartaal van 2017 beter op de invoering van IFRS 9 waren voorbereid (en die derhalve de meest betrouwbare gegevens verstrekten), wordt de “fully loaded” gemiddelde negatieve invloed op de tier 1-kernkapitaal (CET1)-ratio geschat op 40 basispunten. Op grond van de gegevens verstrekt door de LSI’s die in het eerste kwartaal van 2017 beter waren voorbereid, wordt de “fully loaded” gemiddelde negatieve invloed op de tier 1-kernkapitaal (CET1)-ratio geschat op 59 basispunten.

Dit themaonderzoek is een verdere stap naar de consistente invoering van IFRS 9 bij de banken in het eurogebied. Het rapport is gepubliceerd op de website van ECB-Bankentoezicht.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Rolf Benders (tel.: +49 69 1344 6925).

Find out more

Contactpersonen voor de media