Menu

OPINIESTUK

ECB legt de lat hoger voor bankbestuurders

Opiniestuk van Yves Mersch, directielid van de ECB en vicevoorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB, gepubliceerd in diverse Europese media op 1 oktober 2020

1 oktober 2020

Een van de belangrijkste beschermingsmechanismen tegen wanbeheer en fraude bij banken is de integriteit en de deskundigheid van de bestuurders. Dat mechanisme werkt helaas niet altijd even goed. Het is in de eerste plaats aan de banken zelf om ervoor te zorgen dat hun bestuurders geschikt zijn voor hun taak. Maar voor de grootste banken in het eurogebied voert de ECB de uiteindelijke kwaliteitscontrole uit, die in het jargon van de toezichthouders ‘beoordeling van de betrouwbaarheid en deskundigheid’ (fit and proper assessment) wordt genoemd. Voor ons als toezichthouder is dit een van de lastigste taken.

Alleen al vorig jaar heeft de ECB voor meer dan 100 bankgroepen de geschiktheid van 2.967 mensen beoordeeld. Voor dit jaar verwachten we vergelijkbare aantallen.

Het komt overigens niet alleen door het grote aantal beoordelingen dat dit zo'n lastige klus is. We beoordelen de profielen van bestuurders aan de hand van de normen die zijn vastgelegd in een Europese richtlijn uit 2013. Of preciezer gezegd: we beoordelen hun profielen aan de hand van deze normen zoals die in nationale wetgeving zijn omgezet. Maar de lidstaten hebben deze richtlijn niet allemaal op dezelfde manier in nationale wetgeving omgezet, en soms hebben ze dat helemaal nog niet gedaan. Volgens de richtlijn moeten bankbestuurders onder meer ‘als voldoende betrouwbaar bekend staan’ en over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikken om hun taken te kunnen vervullen. Eerlijkheid, integriteit en onafhankelijkheid van geest moeten altijd hun handelen bepalen en ze moeten voldoende tijd kunnen besteden aan de uitvoering van hun taken.

Begrippen als reputatie en onafhankelijkheid van geest en de tijd die aan een functie moet worden besteed worden in de verschillende landen juridisch vaak verschillend uitgelegd. Welke vorm van wangedrag zou bijvoorbeeld van invloed kunnen zijn op iemands geschiktheid om bankbestuurder toe worden of te blijven? In hoeverre moet rekening worden gehouden met lopende rechtszaken? Hoe relevant is een eerdere veroordeling voor een misdrijf? Daar komt bij dat in de verschillende landen korte, lange en zelfs helemaal geen wettelijke termijnen worden gesteld waarbinnen de deskundigheid en betrouwbaarheid van bankbestuurders beoordeeld moet zijn. In sommige landen is voor benoemingen voorafgaande goedkeuring van de toezichthouder nodig, terwijl dat in andere landen achteraf mag.

Om met deze verschillen tussen de landen rekening te houden en de in de richtlijn gestelde normen te kunnen volgen werkt de ECB, waar dat mogelijk en wettelijk toegestaan is, samen met de nationale toezichthouders om tot een gemeenschappelijke uitleg van de deskundigheids- en betrouwbaarheidscriteria te komen. We hebben daarmee een paar grote obstakels kunnen wegnemen, maar het is nog niet genoeg.

We gaan daarom nu een stap verder. De ECB gaat de bestaande lacunes aanpakken door de beoordelingen van de deskundigheid en betrouwbaarheid strenger en diepgravender te maken. We gaan nog meer aandacht besteden aan de verwachte impact die bestuurders op de gezondheid en de stabiliteit van hun bank zullen hebben. Als we tot de slotsom komen dat iemand ongeschikt is voor de beoogde functie, dan brengen wij een negatief advies uit, overeenkomstig de regels van de EU. We zullen ook nauwkeuriger kijken naar relevante feiten die de reputatie van de betrokken persoon zouden kunnen schaden, zoals een eerdere veroordeling of lopende administratieve of gerechtelijke procedures.

We leggen de lat geleidelijk hoger en zorgen tegelijk voor grotere transparantie, om bankbestuurders beter duidelijk te maken wat we van hen verwachten. De ECB gaat een herziene versie van de Gids voor beoordeling van de deskundigheid en betrouwbaarheid uitgeven. Daarin wordt uitgebreider ingegaan op de individuele verantwoordingsplicht van bestuurders: wie zich aan wangedrag schuldig maakt of een oogje dichtknijpt bij wangedrag van medebestuurders kan zich niet langer verschuilen achter de collectieve verantwoordelijkheid van het bestuur. In de Gids wordt verder toegelicht hoe en wanneer de geschiktheid van zittende bestuursleden wordt heroverwogen in het licht van nieuwe feiten van materieel belang.

De beoordelingsprocedure wordt efficiënter en wordt bovendien toegankelijk via een online portaal, waar banken hun aanvragen voor beoordelingen van de deskundigheid en betrouwbaarheid van beoogde bestuurders kunnen indienen. De ECB moedigt banken aan om deze aanvragen in te dienen voordat de persoon in kwestie in functie treedt, zodat de beoordeling door de toezichthouder naar voren kan worden gehaald. De ECB heeft tegelijkertijd de interne besluitvorming versterkt door voor deze beoordeling een speciale afdeling in te stellen en daarnaast een commissie voor handhavings- en sanctiemaatregelen, om de onafhankelijkheid te vergroten en een correct verloop van de procedure te waarborgen.

De Europese bankensector is op diverse terreinen nog altijd niet goed geïntegreerd, en de regels voor de geschiktheid van bankbestuurders zijn daar een voorbeeld van. Ontoereikende governance en afwijkende nationale normen zijn steeds minder toelaatbaar. Dat landen het EU-recht onvolledig en onderling verschillend omzetten in nationaal recht, zou geen belemmering mogen zijn voor het streven van de ECB om de lat voor governancenormen bij Europese banken nog hoger te leggen. Dat streven zou ongetwijfeld zeer gebaat zijn bij sterkere harmonisatie van nationale wetgeving, in het ideale geval in de vorm van een rechtstreeks toepasselijke EU-verordening.

Schedule of events

Contactpersonen voor de media