Menu


De procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (SREP) in 2019

Eenmaal per jaar publiceren we een samenvatting van de SREP-resultaten voor alle banken waarop we direct toezicht houden.

Kernboodschappen van de SREP 2019 - samenvatting van de geaggregeerde SREP-uitkomsten voor 2019

De SREP-vereisten en -aanbevelingen inzake tier 1-kernkapitaal (CET1) (ongerekend systeembuffers en contracyclische buffer) voor de cyclus van 2019 blijven over het algemeen stabiel ten opzichte van de cyclus van 2018, namelijk op ongeveer 10,6%.

Bedrijfsmodellen zijn nog steeds een belangrijk aandachtsgebied voor de toezichthouder en de houdbaarheid van bedrijfsmodellen wordt in de SREP 2019 als een belangrijk risicogebied beschouwd.

ECB-Bankentoezicht blijft governance als risicogebied met bijzondere aandacht volgen. Dat heeft te maken met slechtere scores als gevolg van de beperkte effectiviteit van leidinggevende organen, zwakke punten bij de interne beheersing, gebrekkige gegevensaggregatie en slechte uitbestedingsafspraken.

Toen de ECB vijf jaar geleden als toezichthouder aantrad, vertegenwoordigden de NPL's van de belangrijke instellingen een waarde van circa € 1 biljoen (een NPL-ratio van 8%). Eind september 2019 was dit nog € 543 miljard (NPL-ratio van 3,4%).

Operationeel risico als gevolg van specifieke eenmalige verliezen en toegenomen IT-/cyberrisico’s bij een aantal belangrijke instellingen blijft een belangrijk aandachtsgebied voor de toezichthouder.

De twee belangrijkste risicomanagementprocessen voor kapitaal en liquiditeit - ICAAP en ILAAP - zijn algemeen gesproken duidelijk voor verbetering vatbaar, ook in het licht van hun rol in de SREP, die in de toekomst groter zal worden.