Inleidende opmerkingen bij de jaarlijkse persconferentie over het bankentoezicht van de ECB

Danièle Nouy, Voorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB, en Sabine Lautenschläger, lid van de Directie van de ECB en Vicevoorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB, Frankfurt am Main, 7 februari 2018

Danièle Nouy, Voorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB

Wat ligt er in 2018 in het verschiet voor de banken en hun toezichthouders? Dit is een zeer interessante vraag, maar wel een die moeilijk te beantwoorden is – tenzij men beschikt over een glazen bol. Twee dingen lijken echter wel zeker. Ten eerste bestaan er voor de banken nog steeds een aantal uitdagingen, en ten tweede biedt 2018 de ideale gelegenheid deze uitdagingen aan te pakken.

Daar zijn vier redenen voor:

  • Ten eerste doet de economie van het eurogebied het goed en kent deze inmiddels bijna vijf jaar van groei. En deze groei doet zich voor in alle landen en alle sectoren.
  • Ten tweede ontwikkelt de technologie zich, waarbij digitalisering het sleutelwoord is. Digitalisering biedt de banken de gelegenheid hun opbrengsten te verhogen en hun kosten te verlagen.
  • Ten derde is Bazel III afgerond. Voor banken is de wereld er dus ook in termen van regelgeving stabieler op geworden. Ik wil hierbij echter wel benadrukken dat Bazel III wel nog dient te worden geïmplementeerd.
  • En ten vierde is 2018 het vierde jaar dat het Europees bankentoezicht actief is; de bouwfase is duidelijk afgerond. Het toezichtskader is nu stabiel en voorspelbaar, en dit zou het leven iets makkelijker moeten maken voor de banken.

Kortom: de omstandigheden zijn goed. De banken hebben grote vorderingen gemaakt en zijn schokbestendiger geworden. De tier 1-kernkapitaalratio (CET1) van belangrijke instellingen is met meer dan 270 basispunten gestegen tussen het einde van 2014 en het derde kwartaal van 2017, toen deze uitkwam op 14,3%. We zijn er ook getuige van dat de winstgevendheid toeneemt, zij het van een laag niveau.

De situatie is dus aan het verbeteren, maar er dient meer te worden gedaan. Er zijn twee zaken die ik voor een aantal banken bovenaan het to-dolijstje zou plaatsen: de winstgevendheid verhogen en de balans opschonen. Deze twee zaken zijn uiteraard nauw met elkaar verbonden.

Laat ik beginnen met de bredere kwestie. Wat de winstgevendheid betreft zijn de Europese banken traag geweest met hun aanpassingen aan de impact van de crisis. Kijk maar naar de banken in de Verenigde Staten. Vergeleken met de Europese banken daalden hun winsten gedurende de crisis veel scherper, maar zij hebben zich veel sneller hersteld. Het rendement op het eigen vermogen bij de banken in het eurogebied is over het algemeen verbeterd. Maar bij sommige banken blijft dit echter zeer laag, en dit geeft aanleiding tot bezorgdheid over de mate waarin zij in staat zullen zijn hun kosten van het eigen vermogen op de middellange tot lange termijn te dekken.

Het gebrek aan winstgevendheid is inderdaad iets om ons zorgen over te maken, aangezien alleen banken die genoeg winst maken de economische groei zullen kunnen ondersteunen en kapitaalbuffers zullen kunnen blijven opbouwen. Maar de gunstiger economische omstandigheden en de wens snel de winst te verhogen zouden voor banken echter geen aanleiding mogen vormen om meer risico's te nemen.

Het is duidelijk dat de banken manieren moeten vinden om winstgevender te worden zonder buitensporige risico’s aan te gaan. En wanneer we het hebben over oplossingen is natuurlijk één ding duidelijk: "one size does not fit all". Elke bank heeft haar eigen geschiedenis en heeft behoefte aan haar eigen strategie. Maar een strategie heeft zij nodig. Wanneer we goed kijken naar succesvolle en minder succesvolle banken is er één aspect dat in het oog springt. Dat aspect zouden we "strategische sturing" kunnen noemen. Heel kort gezegd: strategische sturing heeft betrekking op het vermogen van het management een koers uit te zetten richting de langetermijndoelstellingen van de bank, en bestaat uit zaken als efficiënte processen en goede governance. De banken die daartoe in staat zijn, zijn gemiddeld winstgevender.

De banken moeten hun weg vinden in moeilijk terrein. Zij dienen het stuur stevig in handen te hebben, zij dienen te beschikken over strategische processen en over goede governance, waaronder risicobeheer. En het is op dit vlak dat we bij de banken die wij analyseren een aantal problemen tegenkomen.

Over het geheel genomen is een van de voornaamste zwakke punten die we tot nog toe hebben waargenomen de manier waarop banken een prijs bepalen voor de leningen die zij verstrekken: hun kader voor vaststelling van de prijs van krediet. In zeer algemene termen dient dit kader allesomvattend te zijn. Het dient betrekking te hebben op alle bedrijfsactiviteiten, op alle relevante kosten en risico's (waaronder operationele risico's), en het dient betrekking te hebben op de gehele groep.

Kortom: banken dienen er zelf voor te zorgen dat zij de winstgevendheid verbeteren. Maar wat banken ook doen om dit te bereiken, zij zullen een evenwicht moeten vinden tussen risico en rendement. Wij verwachten daarom van de banken dat zij in sterk risicobeheer investeren. Banken dienen in hun kosten te snijden, maar risicobeheer is zeker niet het terrein waarop dit moet gebeuren.

En om hun winstgevendheid te herstellen moeten bepaalde banken meer doen. Met name moeten zij hun balans op orde brengen. In het derde kwartaal van 2017 bedroeg het totaal aan niet-renderende leningen ("non-performing loans" – NPL's) € 760 miljard. Toegegeven, de NPL-niveaus zijn de afgelopen paar jaar met rond € 200 miljard gedaald. Maar het zal duidelijk zijn: NPL's blijven nog steeds een groot probleem. Zij drukken de winst, zij vergen middelen die veel productiever zouden kunnen worden ingezet en zij voorkomen dat banken de reële economie kunnen financieren. Zij creëren tevens onzekerheid, en deze onzekerheid zou indirect ook van invloed kunnen zijn op sterkere banken.

De banken dienen economisch goede tijden te gebruiken om hun NPL-niveaus te verlagen. En die goede tijden zijn nu. Het meenemen van de resterende problemen van de crisis naar de volgende economische neergang is geen haalbare optie. Wanneer een economische neergang begint, zal het voor banken veel moeilijker worden om zich te ontdoen van hun NPL’s.

Voor ons zijn NPL’s dus een groot probleem. Dat is waarom wij vorig jaar een leidraad voor banken hebben gepubliceerd over hoe zij hun NPL-niveaus zouden kunnen verlagen. Bovendien is het opschonen van een balans na een crisis slechts één aspect. De balans schoon te houden vóór een volgende economische neergang is een ander aspect. Daarom werken wij aan een addendum bij onze leidraad dat nader zal toelichten wat onze verwachtingen zijn over hoe en wanneer de banken voorzieningen treffen voor nieuwe NPL’s.

Over het ontwerpaddendum is een openbare raadpleging gehouden; hierbij zijn van 36 partijen bijna 500 reacties binnengekomen. De meeste van deze reacties hadden betrekking op de reikwijdte van het addendum en de kalibrering ervan. Wij hebben alle ontvangen reacties zeer grondig geanalyseerd. Op grond daarvan zijn wij momenteel bezig met de afronding van het addendum.

Wij zullen, onder meer, de ingangsdatum voor toepassing van de leidraad op nieuwe NPL’s verschuiven. Wij zullen tevens nóg duidelijker maken dat wij als onderdeel van ons Pijler 2-kader een individuele benadering zullen hanteren. Wij zullen het definitieve addendum in maart publiceren. De banken dienen er zich dus op voor te bereiden.

De banken dienen zich ook voor te bereiden op de komende stresstest door de Europese Bankautoriteit (EBA). Deze zal voor hen een volgend moment van de waarheid worden, aangezien eruit naar voren zal komen hoe schokbestendig hun balans nu werkelijk is. Als de uitkomsten van de EBA-stresstest gepubliceerd worden, zullen daarnaast de markten (en niet alleen de toezichthouders) van banken met zwakke punten in de kapitaalpositie verwachten dat deze die zwakke punten aanpakken.

Een stevige balans is van cruciaal belang voor het terugdringen van risico's en het herstellen van het vertrouwen in de banken. Dit zal het gemakkelijker maken om een besluit te nemen over de laatste pijler van de bankenunie: een Europees depositogarantiestelsel ("European deposit insurance scheme" of EDIS). De afgelopen paar jaar hebben de banken enige vooruitgang geboekt met het verminderen van risico's. Naar mijn mening kunnen we daarom wat betreft EDIS een volgende stap zetten. En dus verwelkom ik het meest recente voorstel van de Europese Commissie, dat in die richting gaat. Bovendien zou EDIS vergezeld kunnen gaan van een volgende activakwaliteitsbeoordeling, en die zal de banken nóg een stimulans geven om risico's verder terug te dringen.

Met het zogeheten "single rulebook", het Europees bankentoezicht en een Europees afwikkelingsmechanisme is de bankenunie nu vergevorderd. Dit maakt de weg vrij voor een werkelijk Europese banksector. Dát is onze visie voor de toekomst. De banken dienen liever vroeger dan later te beginnen met meer grensoverschrijdende activiteiten, en de voordelen te plukken van een grote en grotendeels geïntegreerde Europese markt.

Voor 2018 is mijn boodschap de volgende: veel beter zullen de omstandigheden niet snel worden. De banken dienen daarom dit moment aan te grijpen om alle uitdagingen waarvoor zij zich gesteld zien aan te pakken.

Sabine Lautenschläger, lid van de Directie van de ECB en Vicevoorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB

2018 wordt het vierde jaar van het Europees bankentoezicht. Zoals Danièle al zei, is de bouwfase voorbij: het Europese bankentoezicht heeft nu vaste vorm gekregen. In ieder geval blijft ons doel hetzelfde: bijdragen aan de veiligheid en gezondheid van de banken.

Maar de veiligheid en gezondheid van de banken hangen af van meer dan uitsluitend goed toezicht. Ze hangen tevens af van degelijke regelgeving. En zoals ik al vele malen eerder heb aangegeven: in een wereld waarin belangrijke banken zeer nauw met elkaar verweven zijn, moet de reikwijdte van degelijke regelgeving wereldwijd zijn. In dit opzicht is 2017 positief geëindigd: Bazel III werd afgerond.

Dit is goed nieuws voor de banken aangezien met Bazel III de regelgevingszekerheid is hersteld. Het is goed nieuws voor de economie, omdat het bijdraagt aan een stabiele banksector die groei kan financieren. En het is goed nieuws voor toezichthouders, want het schraagt ons werk met krachtige regels.

Als wereldwijde norm zal Bazel III worden toepast op een uiteenlopende groep banken met verschillende bedrijfsmodellen in uiteenlopende macro-economische en juridische omgevingen.

Tegen die achtergrond is Bazel III een goed compromis. In Bazel III wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de bedrijfsmodellen van banken en wordt er getracht een evenwicht te vinden tussen risicogevoeligheid en eenvoud. Enerzijds kunnen banken rekening houden met hun specifieke opgedane ervaringen met risico's en gebruik maken van modellen om de kapitaalvereisten te berekenen, anderzijds zijn in Bazel III waarborgen vastgelegd (zoals ondergrenzen voor inputs en outputs van modellen) die zullen voorkomen dat kapitaalvereisten tot onder een bepaald niveau dalen. Vandaar dat wij met Bazel III de risicogevoeligheid niet laten vallen. En dit is naar mijn mening heel verstandig: op risico gebaseerde kapitaalvereisten zijn efficiënt, zij geven de juiste impulsen voor de bedrijfsstrategieën van banken en zij stimuleren de banken hun risico's zorgvuldig te bepalen, te meten en te beheren.

De volgende stap nu is ervoor te zorgen dat Bazel III volledig en op tijd in alle landen wordt ingevoerd. Bazel III zal alleen op effectieve wijze ertoe bijdragen het financiële stelsel stabieler te maken als het in alle relevante rechtsgebieden wordt ingevoerd.

Een gezond op risico gebaseerd kapitaalkader is een essentieel onderdeel van een stabiel bankenstelsel. Maar de door banken gebruikte interne modellen om risico's te berekenen moeten wel allereerst passende risicogewichten opleveren. En hierbij speelt de ECB een rol. Zoals u allen weet, zijn wij van start gegaan met een grootschalig project om precies daarvoor te zorgen: de gerichte toetsing van interne modellen, ofwel TRIM (naar "targeted review of internal models").

De TRIM heeft drie doelstellingen:

  • ten eerste, ervoor te zorgen dat de door banken gebruikte interne modellen voldoen aan de in de regelgeving vastgelegde normen;
  • ten tweede, te zorgen voor een gelijk speelveld ten aanzien van de behandeling van interne modellen;
  • ten derde, ervoor te zorgen dat de uitkomsten van interne modellen gebaseerd zijn op werkelijke risico's en niet slechts op modelleringskeuzes.

U zult zich kunnen voorstellen dat de TRIM zeer grote inspanningen vergt. Maar wij boeken goede vooruitgang. Tot dusverre is de helft van de grofweg 200 missies ter plaatse succesvol van start gegaan. De eerste fase van het project begon in 2017 en loopt tot de eerste helft van 2018. Het doel is toetsing van zowel de interne modellen die banken gebruiken om het kredietrisico voor retail- en MKB-portefeuilles te evalueren als van de interne modellen die worden gebruikt om marktrisico en tegenpartijrisico te evalueren.

De tot dusver uitgevoerde missies ter plaatse zijn nuttig geweest voor het in kaart brengen van good practices en voor het vaststellen van tekortkomingen. De tekortkomingen die wij zijn tegengekomen gelden voor individuele banken, maar sommige banken laten zwakten zien die enkele kenmerken gemeen hebben. Zo hebben wij, wat betreft interne modellen die worden gebruikt om kredietrisico te evalueren, tekortkomingen gevonden met betrekking tot de kwaliteit van gegevens, de berekening van gerealiseerde verliezen en de behandeling van blootstellingen waarbij zich een wanbetaling heeft voorgedaan. Maar wij hebben tevens gezien dat veel banken reeds geïnvesteerd hebben in een relevante versterking van de governance van hun interne modellen en de validering ervan.

Tegelijkertijd werken wij aan een update van onze gids inzake interne modellen. Deze herziening is gebaseerd op reacties die zijn ontvangen op de eerste versie van de gids en op inzichten die zijn verkregen uit onze lopende missies ter plaatse. Wij zijn van plan de banken om feedback over de update te vragen. Het eerste hoofdstuk zal de komende maanden ter raadpleging worden voorgelegd. Dit deel van de gids zal een nadere toelichting geven bij algemene onderwerpen zoals het governancekader voor en de validering van interne modellen.

Dames en heren, tot dusverre zijn we nog niet ingegaan op een van de grootste kwesties in en voor Europa. Deze kwestie gaat verder dan de banken maar is wel degelijk op hen van invloed: de brexit.

De banken zullen klaar moeten zijn voor de brexit: deze zal zeker plaatsvinden – zelfs als de EU en het Verenigd Koninkrijk overeenkomen een mogelijke overgangsperiode te bespreken.

Maar we kunnen er niet zeker van zijn dat de overgangsperiode ook daadwerkelijk zal plaatsvinden.

Daarom zijn onze verwachtingen niet veranderd: de banken moeten zich blijven voorbereiden op elke mogelijke uitkomst, en dus ook op een zogenoemde harde brexit.

Elke bank die vanuit het Verenigd Koninkrijk naar het eurogebied wil verhuizen, zou inmiddels al echt haar vergunningsaanvraag hebben moeten ingediend. Maar als zij dit nog niet gedaan heeft, dan zal zij dit uiterlijk voor het einde van het tweede kwartaal van 2018 moeten hebben gedaan.

Tot dusverre hebben acht banken al formele stappen ondernomen om een nieuwe vergunning aan te vragen, en vier andere banken zijn voornemens hun activiteiten in het eurogebied aanzienlijk uit te breiden.

Wij zullen de brexit-onderhandelingen nauwlettend blijven volgen. Afhankelijk van hoe de besprekingen over een overgangsperiode verlopen, zouden wij met de banken kunnen bespreken of hen wellicht meer tijd gegeven zou kunnen worden om hun verhuisplannen uit te voeren. Maar wij zullen dit uitsluitend doen met banken die al geloofwaardige plannen van hoge kwaliteit voor hun "steady state"-situatie hebben overgelegd. En een dergelijke bespreking zal uiteraard uitsluitend betrekking hebben op de aspecten die binnen het bereik van de toezichthoudende autoriteiten liggen.

Ook de banken in het eurogebied dienen zich voor te bereiden op de brexit. Ook zij dienen hun vergunningsaanvragen in te dienen, overeenkomstig de door de Britse toezichthouder, de Prudential Regulation Authority (PRA), vastgestelde vereisten. Wij verwelkomen het feit dat de PRA meer duidelijkheid heeft verschaft over de benadering die zij bij haar toezicht zal hanteren. Dit zal banken helpen plannen voor de wereld na de brexit.

Bij hun voorbereidingen voor de brexit dienen banken iets dat wij blijven benadrukken voor ogen te houden: wij zullen geen lege hulzen accepteren. Banken moeten "echte" banken zijn als zij in het eurogebied actief willen zijn. Het Europees bankentoezicht zal zeer zorgvuldig letten op hoe binnenkomende banken hun bedrijfsactiviteiten in het eurogebied organiseren.

Wat voor ons als toezichthouders belangrijk is, is dat banken de volledige controle behouden over hun balansrisico's binnen het eurogebied. De banken zullen voldoende plaatselijke capaciteit moeten opzetten op terreinen als prijsbepaling, handel, hedging en risicobeheer.

Slechts dan kunnen zij in staat worden geacht hun Europese bedrijfsactiviteiten adequaat uit te voeren. Hieronder valt ook de directe toegang tot de financiëlemarktinfrastructuren. Op dit vlak dienen zij te beschikken over bedrijfscontinuïteitsregelingen om de toegang tot de financiëlemarktinfrastructuren voor alle relevante risicocategorieën veilig te stellen.

Uiteindelijk komt het erop neer dat de banken de controle moeten blijven behouden over hun eigen risico's. Wij verwachten daarom van binnenkomende banken dat zij in staat zijn volledige en actuele gegevens over boekingsmodellen, hedging-strategieën en blootstellingen binnen de groep te verstrekken. Maar de banken in het eurogebied zouden eveneens eventuele veranderingen in hun boekingsmodellen gedurende het lopende toezichtsproces moeten evalueren en kenbaar maken.

Dames en heren, de brexit is slechts een van de vele uitdagingen waarvoor de banken zich nu gesteld zien – uitdagingen die zij moeten aanpakken nu de tijden economisch gezien goed zijn.

Contactpersonen voor de media