PERSBERICHT

ECB stelt totaalbedrag van toezichtsvergoedingen voor 2019 vast op € 576 miljoen

30 april 2019

  • Totaalbedrag bestaat uit de verwachte toezichtskosten in 2019 (€ 559 miljoen) en het tekort van 2018 (€ 15,3 miljoen)
  • Stijging van 2019 hangt grotendeels samen met toename van het aantal onder toezicht staande banken door de brexit
  • Kosten van reguliere toezichtstaken zijn stabiel gebleven

De Europese Centrale Bank (ECB) raamt de kosten van het prudentieel toezicht op banken op € 559 miljoen in 2019. Het totaalbedrag van de vergoedingen komt echter uit op € 576 miljoen; dit bedrag omvat tevens een verrekening van het tekort uit 2018 (€ 15,3 miljoen) en aanpassingen van individuele vergoedingsbedragen in verband met wijzigingen in bankstructuren (€ 1,7 miljoen).

De banken die onder direct toezicht van de ECB staan, betalen 91% van het totaalbedrag en de resterende 9% komt voor rekening van de banken waarop de ECB indirect toezicht uitoefent.

De stijging van de geraamde kosten (van € 502,5 miljoen voor 2018 naar € 559,0 miljoen voor 2019) hangt vooral samen met een personele uitbreiding voor banken die verhuizen of groeien als gevolg van het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de EU (brexit) en de daarmee samenhangende voorbereidende beoordelingswerkzaamheden. Daarnaast onderneemt de ECB momenteel een alomvattende beoordeling van zes Bulgaarse banken met het oog op onderhandelingen over nauwe samenwerking met Bulgarije. Bovendien zal de herstructurering van de Italiaanse coöperatieve bankensector tot extra kosten leiden.

De raming van het totaalbedrag van de vergoedingen voor 2019 (€ 576 miljoen) is aanzienlijk hoger dan de raming voor 2018 (die € 474,8 miljoen bedroeg). Dit is het gevolg van de facturering vooraf op basis van een kostenraming. In voorgaande jaren noteerde ECB-Bankentoezicht een overschot ten opzichte van de raming, dat in mindering werd gebracht op het totaalbedrag van de vergoedingen in het eerstvolgende jaar. 2018 werd echter afgesloten met een tekort van € 15,3 miljoen, dat de raming van de vergoeding voor 2019 verhoogt.

Nadere informatie over de totale jaarlijkse toezichtsvergoedingen is te vinden op de website van het bankentoezicht van de ECB.

De banken zullen hun individuele vergoedingskennisgeving in oktober 2019 ontvangen. Momenteel loopt er een openbare raadpleging over het vergoedingskader, waarin onder meer wordt overgegaan op facturering achteraf in plaats van vooraf.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Susanne Pihs-Lang, tel. +49 69 1344 3586.

Toelichting:

  • De individuele vergoeding voor elke bank wordt bepaald op basis van de betekenis en het risicoprofiel van de desbetreffende bank, waarbij gebruik wordt gemaakt van de jaarlijkse vergoedingsfactoren die door alle onder toezicht staande banken worden aangeleverd, met als referentiedatum 31 december van het voorafgaande jaar. De vergoeding voor toezicht wordt vastgesteld op het hoogste consolidatieniveau binnen de lidstaten die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism – SSM). De vergoeding omvat een minimumvergoedingscomponent voor alle banken, goed voor 10% van het in rekening te brengen bedrag, en een variabelevergoedingscomponent voor de toerekening van de resterende 90% van de kosten. Voor de kleinste belangrijke banken, met totale activa van € 10 miljard of minder, wordt de minimumvergoedingscomponent gehalveerd.

Contactpersonen voor de media