De procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie in 2017

De SREP voor belangrijke instellingen

Kapitaalvereisten

Over het geheel genomen blijft de omvang van het op grond van de SREP benodigde tier 1-kernkapitaal van de onder direct toezicht staande banken in 2018 min of meer stabiel ten opzichte van 2017. Het blijft rond een gemiddelde van ongeveer 10% van de totale risicogewogen activa. Het niveau varieert echter van bank tot bank, waarbij sommige banken extra kapitaal dienen aan te houden en andere minder.

  • De SREP van 2017 liet zien dat banken blijven kampen met uitdagingen op het terrein van de winstgevendheid en kapitaaltoereikendheid. Hoewel het percentage niet-renderende leningen (non-performing loans – NPL's) het afgelopen jaar is afgenomen, blijft er in het eurogebied sprake van een aanzienlijk aantal banken met een hoog percentage NPL's. Daar komt nog bij dat het aanhoudende lagerenteklimaat de rentemarges onder druk zet en aldus de winstgevendheid van banken raakt.
  • De SREP van 2017 heeft ook aangetoond dat veel banken nog steeds te kampen hebben met uitdagingen inzake risicobeheer, met name wat betreft risico-infrastructuur, gegevensaggregatie en rapportage.

Tijdens de SREP bepaalt de toezichthouder niet alleen de kapitaalvereisten van de banken, maar hij kan ook aanvullende maatregelen opleggen aan de banken, onder meer liquiditeits- en kwalitatieve maatregelen.