Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
Frank Elderson
Member of the ECB's Executive Board
  • INTERVIEW

Interview met Het Financieele Dagblad

Interview met Frank Elderson, lid van de directie van de ECB en vice-voorzitter van de toezichtsraad van de ECB, door Daan Ballegeer en Rutger Betlem op 19 mei 2026

10 juni 2026

Gepubliceerd in Het Financieele Dagblad op 3 juni 2026.

[Het interview wordt ingeleid met een korte beschrijving van het faillissement van Amsterdam Trade Bank in 2022, gepresenteerd als een voorbeeld dat illustreert hoe financieel toezicht verder gaat dan standaard financiële indicatoren. De inleiding bevat een citaat van Frank Elderson, hieronder weergegeven.]

Deregulering, ook als je het verbloemend modernisering of vereenvoudiging noemt, is een no-go. Wij mogen de lessen van de financiële crisis niet vergeten. Wij zijn er als toezichthouder overigens ook niet alleen om naar financiële risico’s te kijken. ATB heeft dat duidelijk genoeg gemaakt. Juist niet-financiële risico’s zijn vaak een uitstekende voorspeller van toekomstige financiële problemen. Ze hebben de onwelvoeglijke gewoonte zich heel lang niet als financieel risico te manifesteren, en dan plotseling wel. Vaak is het dan te laat.

Als de ECB zegt versimpelen, horen banken graag deregulering en lagere kapitaaleisen. Spreken jullie wel dezelfde taal?

Als deregulering leidt tot lagere kapitaaleisen, dan vinden wij dat geen goed idee. Er is geen overtuigend bewijs, eerder het tegendeel, dat een goede kapitalisatie van het bankwezen in de weg zou staan van de financiering van de economie.

Hebben de banken een punt dat ze meer krediet kunnen verstrekken wanneer ze minder kapitaal op de balans moeten aanhouden?

Uit ons onderzoek blijkt dat het huidige niveau van kapitaaleisen de kredietverlening niet beperkt. Er leeft soms het beeld dat wij alleen maar meer kapitaal en meer voorschriften willen, maar dat klopt niet. Het Europese bankwezen is momenteel goed gekapitaliseerd en de kapitaaleisen zijn de afgelopen jaren stabiel gebleven. De laatste keer dat die substantieel zijn verhoogd, was na de financiële crisis van 2008. En met goede redenen. Rond de coronacrisis zijn de kapitaaleisen juist tijdelijk versoepeld.

Ons doel is weerbare en stabiele banken die hun cruciale rol in de economie kunnen blijven spelen door bedrijven en huishoudens te financieren. Niet alleen in goede, maar ook in slechte tijden.

De EU wil meer autonomie en een grotere concurrentiekracht. Welke rol kan de financiële sector daarin spelen?

Het probleem is dat de Europese interne markt onvoldoende intern is. En omdat er ook nog altijd geen volwaardige bankenunie bestaat, blijven kapitaal en liquiditeit gevangen binnen nationale grenzen. De oplossing voor fragmentatie is integratie, niet deregulering. Daarom hebben we een echt interne markt, een Europees depositogarantiestelsel en een kapitaalmarktunie nodig.

Dat laatste is een vereenvoudiging die veel lidstaten in woorden belijden, maar in de praktijk soms beletten. De beoogde overname van het Duitse Commerzbank door het Italiaanse Unicredit bijvoorbeeld botst in Berlijn op grote politieke weerstand.

Zonder in te gaan op individuele instellingen of transacties: als je streeft naar één markt, maar je je tegelijkertijd met hand en tand verzet tegen grensoverschrijdende fusies, houd je muren in stand die we juist zo snel mogelijk moeten afbreken. Pas als zakendoen tussen Portugal en Finland net zo vanzelfsprekend wordt als bankieren tussen Groningen en Zeeland, kunnen banken in schaal groeien, met alle voordelen voor hun concurrentievermogen en groei van dien.

Europese oplossingen kunnen op korte termijn misschien voelen als een verlies van nationale soevereiniteit. Maar op de middellange en langere termijn is dit juist hoe we in Europa onze eigen toekomst kunnen blijven bepalen. Dat hebben we een generatie geleden gedaan met de euro en anderhalf decennium geleden met het Europees bankentoezicht. Nu moeten we hetzelfde doen met de bankenunie, de interne markt en de kapitaalmarktunie.

Vanuit zowel het oosten als het westen staat Europa onder grote druk. We moeten het huiswerk waar we al zolang aan werken, eindelijk afmaken. Alleen dan kunnen we de groei genereren die nodig is om ons lot in eigen handen te houden.

Wat bedoelt de ECB precies met vereenvoudiging?

Wij versimpelen en versnellen onze eigen processen. Een voorbeeld: alle 111 grootste banken van Europa gaan door ons jaarlijkse beoordelingsproces. We kijken naar kapitaal, liquiditeit, het businessmodel en de governance. Maar is dat voor iedere instelling elk jaar even nuttig? Het antwoord is nee. We kijken niet meer elk jaar naar elk risico bij elke bank. Als een bank op een bepaald risicogebied is gecontroleerd en daaruit geen belangrijke bevindingen voortkomen, kan de onderzoeksfrequentie op dat terrein worden verlaagd.

Voor sommige toezichthouders is dat spannend. Zij zijn bang iets te missen, maar we wijzigen onze cultuur en stellen scherpe prioriteiten.

Hoe vertaalt vereenvoudiging zich concreet in minder regeldruk?

We hebben bijna honderd publicaties met toezichtsverwachtingen en good practices geïnventariseerd die we één voor één tegen het licht houden. Die gaan we opschonen, inkorten, samenvoegen, consistent maken en voor een belangrijk deel afschaffen.

Een ander voorbeeld is de goedkeuring van securitisaties. Dat duurde gemiddeld drie maanden. Dat hebben we teruggebracht naar zeven dagen, mits ze voldoen aan een aantal eenvoudige, transparante criteria. Voldoen ze daar niet aan, dan kijken we juist nauwkeuriger.

Dat verandert de wereld niet, maar het verlicht de regeldruk voor banken aanzienlijk. En voor ons scheelt het middelen, die we kunnen inzetten waar het er echt toe doet. Onze capaciteit kent een plafond, dus we moeten keuzes maken.

Dat klinkt als een enorme cultuuromslag. Niet alleen voor de ECB, maar ook voor toezichthouders zoals DNB. Lukt het om iedereen mee te krijgen?

Dit is een proces. Ik werd niet op een ochtend wakker met de gedachte: vandaag is de dag dat ik onze cultuur verander. Samen met de nationale toezichthouders, zoals DNB, stellen wij jaarlijks de toezichtsprioriteiten vast. Dan kun je als individuele toezichthouder hoog of laag springen, maar aan deze prioriteiten zal je je moeten houden.

Cultuur zit ook in de benadering. Hoe gedraagt een toezichthouder zich als die naar een bank stapt met bijvoorbeeld een publicatie met good practices in de hand? Wordt dan soms de perceptie gewekt dat het om een verplichting gaat? Daarin hebben wij nog huiswerk te verrichten. Via training, via voorbeeldgedrag, en door die teksten aan te passen, en glashelder te maken dat ze niet juridisch bindend zijn. Onze rol moet duidelijk zijn. We moeten kritisch blijven op onze eigen toon. We zijn een toezichthouder, geen regelgever.

Toezichthouders hebben wel te maken met de gevolgen van vereenvoudigde regelgeving. Zo wil de Europese Commissie de ondergrens voor bedrijven die over hun duurzaamheidsprestaties moeten rapporteren, verhogen van 250 naar 1000 werknemers.

Daar hebben we bij de ECB vorig jaar onze mening over gegeven. Onze kernboodschap was: wij begrijpen de wens tot vereenvoudiging, maar wees voorzichtig dat je niet doorslaat. Banken moeten hun klimaat- en natuurrisico’s beheersen en hebben daarvoor data nodig van hun klanten. Als de wetgever die klanten verplicht om geharmoniseerde data te publiceren, kunnen banken die zonder verdere poespas voor hun klanten simpelweg van de website plukken.

Als je die rapportageverplichting voor bedrijven schrapt, verdwijnt de noodzaak voor die data bij de bank niet. Met als mogelijk gevolg dat banken en verzekeraars hun klanten zelf moeten lastigvallen met vragenlijsten. Wat bedoeld is als vereenvoudiging voor het bedrijfsleven, kan dus juist leiden tot meer bureaucratie.

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media