Menu


Leidt de coronasteun tot het ontstaan van zombiebedrijven?

14 december 2020

Leiden de coronasteunmaatregelen van de ECB tot het ontstaan van zombiebedrijven?

De coronapandemie heeft een zware economische schok in Europa veroorzaakt, waardoor de economische bedrijvigheid ongekend sterk is afgenomen en er wereldwijd onzekerheid heerst. In binnen- en buitenland is de vraag ingezakt en door de lockdown en andere beperkende maatregelen moesten veel bedrijven dicht. Veel mensen die voor hun inkomen van deze bedrijven afhankelijk waren, zijn werkloos geworden.

Daardoor hebben veel bedrijven nu geen inkomsten meer en ze worden in hun voortbestaan bedreigd. Om deze bedrijven te helpen en zo arbeidsplaatsen en de economie als geheel te beschermen, hebben de ECB en de nationale centrale banken maatregelen genomen om de bancaire kredietverlening aan bedrijven te ondersteunen. Deze leningen helpen gezonde bedrijven de crisis te doorstaan.

Critici van deze maatregelen vragen zich af of die niet ook leiden tot het ontstaan of voortbestaan van zombiebedrijven, bedrijven die op den duur niet levensvatbaar zijn en met leningen kunstmatig op de been worden gehouden. Verstrekken de banken leningen aan bedrijven die deze nooit zullen kunnen aflossen? En zullen daardoor de aantallen niet-renderende leningen exploderen? Laten we die vragen eens nader bekijken.

Ook tijdens de crisis moeten banken gedegen kredietvoorwaarden hanteren

Veel bedrijven die als gevolg van de lockdown geen omzet maken, moeten de gederfde inkomsten compenseren met bankleningen. Om financiële steun door de banken aan die bedrijven te faciliteren, hebben overheden garantiesystemen in het leven geroepen. Daardoor kunnen de banken meer leningen verstrekken dan ze anders zouden kunnen. En door die leningen kunnen veel bedrijven blijven bestaan. Maar leidt dat ertoe dat de banken nu krediet verstrekken aan zombiebedrijven?

De gewone regels voor kredietverlening gelden ook voor leningen met overheidsgarantie: banken moeten altijd de kredietwaardigheid van hun klanten controleren, dat wil zeggen hun financiële positie en het risico dat de lening niet wordt afgelost. Dat betekent dat banken alleen leningen zouden moeten verstrekken als ze denken dat de kredietnemer die kan terugbetalen. Overheidsgaranties veranderen daar niets aan en zouden voor de banken dan ook geen stimulans moeten zijn om aan zombiebedrijven te lenen. De ECB heeft er meermaals nadrukkelijk op gewezen dat de banken gedegen kredietvoorwaarden moeten hanteren.

Banken moeten de kredietwaardigheid van hun kredietnemers steeds beoordelen

Een andere regel waaraan de banken zich altijd moeten houden is dat ze steeds de risico's moeten beoordelen van hun uitstaande leningen. Zo kunnen ze al vroeg eventuele financiële problemen bij kredietnemers signaleren en tijdig passende oplossingen zoeken voor klanten die verder financieel gezond zijn. Ze kunnen dan tijdig voldoende geld opzijzetten om verwachte verliezen af te dekken, oftewel een voorziening voor verliezen treffen.

Maar door bepaalde steunmaatregelen kunnen banken moeilijk bepalen of een kredietnemer in financiële problemen verkeert. Betalingsachterstanden zijn normaal gesproken de duidelijkste aanwijzing daarvoor. In veel landen hebben de banken tijdens de crisis kredietnemers echter uitstel van aflossing verleend: op eigen initiatief, of omdat er een nationaal moratorium was afgekondigd. Omdat de banken het wanbetalingsrisico nu dus niet automatisch kunnen bepalen, moeten ze een beroep doen op meer kwalitatieve informatie. Daartoe moeten ze doeltreffende systemen voor risicobeoordeling en vroegtijdige signalering opzetten.

Om ook tijdens de crisis zombiebedrijven vroegtijdig te kunnen opsporen, heeft de ECB de banken gevraagd te zorgen voor voldoende capaciteit om de positie van kredietnemers en hun kredieten te monitoren. Daarbij moeten ze bovendien vaker gebruikmaken van het oordeel van deskundigen. Ook de voorbereiding op te verwachten verliezen moet beter. Door nu voldoende voorzieningen te treffen, kunnen de banken de stijging van de dubieuze leningen na afloop van de aflossingspauzes beter opvangen.

Kapitaalbuffers zijn bedoeld voor tijden van crisis

De banken staan tijdens deze crisis voor een dilemma. Enerzijds moeten ze hun kredietverlening op peil houden of zelfs uitbreiden, anderzijds kunnen ze door het toegenomen risico minder krediet verstrekken, want ze moeten grotere verliezen opvangen.

Om de banken uit dit dilemma te helpen heeft de ECB ze toestemming gegeven hun kapitaalbuffers aan te spreken, oftewel het geld dat ze opzij hebben gezet voor een crisis. De banken kunnen de buffers gebruiken om nieuwe leningen te verstrekken of verliezen op bestaande leningen te dekken. Dankzij deze en andere steunmaatregelen kunnen de banken ondanks het hogere risiconiveau toch geld blijven uitlenen. Dit betekent echter niet dat de banken roekeloos mogen omspringen met hun kredietvoorwaarden of risicomanagement.

Uit simulaties blijkt dat de economie er slechter voor zou staan als de banken hun kapitaalbuffers niet hadden mogen aanspreken. Banken leggen tenslotte in goede tijden buffers aan om die in slechte tijden te kunnen aanspreken.

Geen infuus voor zombiebedrijven, maar essentiële steun voor de economie.

De steunmaatregelen van de ECB, de overheidsgaranties en de aflossingspauzes hebben de economische schok van de coronapandemie helpen verzachten. Hiermee worden verder gezonde bedrijven geholpen die door de crisis krap bij kas zitten. Ook de regels voor risicobeheer en de verwachtingen van de ECB ten aanzien van de banken zouden moeten voorkomen dat er in het kader van de crisismaatregelen steun wordt verleend aan zombiebedrijven.

In de opzet van de steunmaatregelen en de waarborgen vanuit het toezicht is hiermee al in ruime mate rekening gehouden. Maar omdat de maatregelen nieuw zijn en de omvang van de kredietverlening zeer groot is, bestaat er toch altijd een risico dat leningen aan niet-levensvatbare firma’s over het hoofd worden gezien. Om dit risico te beheersen, blijft de inzet van zowel de banken zelf als hun accountants, de toezichthouders en de beleidsmakers nodig.