Litouwen: Strenge toezichtsnormen van belang

29-12-2014

Op 1 januari 2015 voert Litouwen de euro in en wordt het land lid van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (SSM). Ingrida Šimonytė, Vicevoorzitter van Lietuvos bankas, wordt dan lid van de Raad van Toezicht. In een webinterview spreekt ze over de belangrijkste kenmerken van de Litouwse bankensector en de uitdagingen voor het bankentoezicht van de ECB.

Wat betekent het voor Litouwen om een volwaardig lid van het eurogebied en het SSM te worden? Hoe vindt u het om lid van de Raad van Toezicht te worden?

Zo snel mogelijk een volwaardig lid van het eurogebied te worden hebben we altijd als een van de grote mijlpalen op weg naar onze integratie in Europa beschouwd. We hebben immers al sinds 1994 een currency board en de litas is vanaf februari 2002 aan de euro gekoppeld.

In die omstandigheden is het natuurlijk om te streven naar snelle aansluiting bij het eurogebied, vooral omdat ons land zich tijdens de crisis van 2008-2009 enorme moeite heeft getroost om de koppeling aan de euro te handhaven. De aansluiting bij het eurogebied betekent dat valutarisico's en transactiekosten volledig wegvallen en dat onze bankensector nog sterker wordt.

Het komt goed uit dat we vrijwel vanaf het begin aan het SSM en de Raad van Toezicht kunnen deelnemen. Het betekent dat er minder aanpassingen nodig zijn dan anders het geval was geweest. Ik verheug me op de samenwerking met mijn medebestuurders bij het uitvoeren van de taken waarvoor het SSM is opgericht.

De alomvattende beoordeling was een voorproefje van het directe toezicht door de ECB op de drie grootste Litouwse banken. Hoe bereiden de banken zich op de overgang voor? Wat was uw rol daarbij?

Twee grote banken hebben zusterinstellingen in Estland en Letland, dus was het voor hen en voor de groepen SEB en Swedbank een horizontale exercitie, hoewel die laatsten op groepsniveau niet onder het SSM vallen. De derde bank, DNB, had ook aan de overgang in Estland deelgenomen. In veel opzichten was er synergie mogelijk. De banken deden het goed en er waren slechts kleine aanpassingen nodig, zelfs bij het stress-scenario. Het kapitaal bleef in elk geval steeds ruim boven het minimum. Dat komt doordat de banken zich, nadat de mondiale crisis had toegeslagen, allemaal zeer voorzichtig hebben opgesteld en zeer conservatieve aannames hebben gehanteerd bij de verantwoording van mogelijke verliezen, zodat er nu eigenlijk geen correcties nodig waren. Ik twijfel er niet aan dat wij vanuit een zeer solide uitgangspositie toetreden tot het SSM.

Lietuvos bankas heeft daarbij een bijzonder grote rol gespeeld. Wij hadden immers minder tijd voor de overgang dan andere landen, omdat we later waren begonnen. We waren daarom niet alleen bij de coördinatie en het toezicht betrokken, we hebben, om kosten te besparen en op tijd te leveren, ook een deel van de AQR voor onze rekening genomen. Het was voor de lokale auditors en adviseurs namelijk een hele opgave om op zo'n korte termijn aan voldoende personeel te komen.

Wat zijn de hoofdkenmerken van de Litouwse banksector en welke effecten zal het toezicht door de ECB hebben?

Zoals ik al zei, lijkt ons bankenstelsel op dat in de andere Baltische landen: zelfs de namen van de grote banken zijn grotendeels dezelfde. Het bankwezen wordt gedomineerd door dochters van Scandinavische banken en drie grote banken hebben samen 70% van de markt in handen. Er zijn een paar kleinere banken, die niet voldoen aan de definitie van "instellingen van systeembelang", en een paar bijkantoren.

Het bankenstelsel heeft zich tijdens de crisis veerkrachtig betoond: verliezen werden in de meeste gevallen onmiddellijk genomen en de vermogenspositie is versterkt. Tussen 2011 en 2013 moesten er echter enkele kleine banken worden afgewikkeld wegens wanbeheer, maar dat had geen negatieve systeemeffecten en het bankenstelsel als geheel werd er zelfs nog robuuster en prudenter door.

De kapitaalbuffers van de banken die in Litouwen actief zijn, liggen nog steeds aanzienlijk boven het vereiste minimum. Zo kende het bankenstelsel op 1 oktober 2014 een solvabiliteitsratio van 20,7%.

Alle drie de grote Litouwse banken zijn dochters van buitenlandse bankgroepen met het hoofdkantoor in niet-deelnemende landen. Hoe zal de samenwerking met de toezichthouders van de lidstaten van herkomst verlopen nu deze banken onder het SSM vallen?

De samenwerking tussen Lietuvos bankas en de consoliderende toezichthouders van de drie grootste banken, die in Noorwegen en Zweden gevestigd zijn, bestaat al heel lang en is een goed voorbeeld van grensoverschrijdend toezicht. De colleges van toezicht zorgen voor efficiënt en goed georganiseerd overleg tussen de nationale toezichthoudende autoriteiten en doen zeker waarvoor ze bedoeld zijn.

In het kader van het SSM wordt de ECB een volwaardig lid van deze colleges, en zorgt daarmee voor een voortzetting van en een bijdrage aan deze productieve samenwerking. Nationale toezichthouders van deelnemende lidstaten, waaronder Lietuvos bankas, blijven in colleges van toezicht als waarnemer aanwezig en zullen de ECB volledig steunen bij haar actieve betrokkenheid bij collegewerkzaamheden. Uit de laatste collegevergaderingen die de ECB heeft bijgewoond, blijkt al dat de productieve samenwerking op dezelfde voet zal worden voortgezet.

Wat beschouwt u in het algemeen als de grootste uitdagingen voor het Europese bankentoezicht?

Het lijkt mij van belang ervoor te zorgen dat de ECB als toezichthouder strenge normen hanteert bij het toezicht en tevens de onder toezicht staande banken billijk behandelt.

Er mag geen twijfel over bestaan dat het toezicht streng en integer is, maar tegelijkertijd moet een simplistische aanpak die iedereen over één kam scheert, worden vermeden. De besluiten moeten duidelijk en begrijpelijk zijn. De onder toezicht staande banken moeten hun zegje kunnen doen en er moet voor vergaande samenwerking worden gezorgd.

U bent een van de jongste leiders van uw land, maar u heeft in uw loopbaan al veel bereikt. Wat motiveert en inspireert u?

Toen Litouwen zijn onafhankelijkheid terugkreeg, zijn veel jongeren bij instellingen en bedrijven gaan werken en zij hebben gevochten om een institutioneel kader en een bedrijfsklimaat op te bouwen volgens Westerse normen. Als kind onder de Sovjetbezetting droomde ik van de dag dat mijn land vrij zou zijn en kon streven naar een mate van democratie en welvaart die, zo wisten we, aan de andere kant van het ijzeren gordijn bestond. Ik ben blij dat die droom bewaarheid is en dat ik bij deze fenomenale overgang een rol heb mogen spelen. De enorme veranderingen die we tot nu toe hebben bewerkstelligd, vormen voor mij en mijn collega's de grootste motivatie.