Menu

Veelgestelde vragen over de gerichte toetsing van interne modellen

Wat was de gerichte toetsing van interne modellen? En waarom vond deze toetsing plaats?

De gerichte toetsing van interne modellen (targeted review of internal models – TRIM), die begin 2016 door de ECB is ingezet, is tot nu toe het meest omvangrijke door ECB-Bankentoezicht ondernomen project. TRIM is uitgevoerd in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten (national competent authorities – NCA’s) . Beoordeeld is of de interne modellen die worden gebruikt door banken die onder het directe toezicht van de ECB vallen, voldeden aan de in de wet- en regelgeving opgenomen vereisten, alsook of de uitkomsten daarvan betrouwbaar en vergelijkbaar waren.

Banken kunnen gebruikmaken van een intern model om het totaal van de risicogewogen posten te bepalen. Dat totaal staat ook wel bekend als de risicogewogen activa (risk-weighted assets – RWA’s). Een bank heeft toestemming van de toezichthouder nodig om hiervoor een intern model te gebruiken.

De belangrijkste doelstellingen van TRIM:

  1. het zeker stellen van de naleving van de in wet- en regelgeving vastgelegde vereisten en versterken van de vergelijkbaarheid en geloofwaardigheid van interne modellen;
  2. het verminderen van ongerechtvaardigde (dat wil zeggen, niet uit risicoverschillen voortvloeiende) variabiliteit van RWA’s;
  3. het harmoniseren van de toezichtspraktijk.

Een belangrijke uitkomst van TRIM is de gids van de ECB betreffende interne modellen. Met behulp daarvan kan een bank passend en consistent gebruik maken van een intern model. In de gids wordt de visie van de ECB weergegeven op bepaalde van toepassing zijnde wet- en regelgeving voor interne modellen. De gids fungeert tevens als uitgangspunt voor de gemeenschappelijke evaluatiemethoden die binnen TRIM zijn toegepast.

De doelstellingen van TRIM kwamen overeen met twee belangrijke doelen van ECB-Bankentoezicht:

  1. het bevorderen van een gezonde en schokbestendige banksector door middel van proactief toezicht en het gebruik van best practices;
  2. het waarborgen van een consistente werkwijze binnen het toezicht in het gehele eurogebied.

Wat waren de belangrijkste uitkomsten van het TRIM-project?

De TRIM-onderzoeken hebben al met al bevestigd dat onder toezicht staande entiteiten hun eigen interne modellen kunnen blijven gebruiken voor de berekening van de RWA’s. TRIM heeft vele tekortkomingen (‘bevindingen’) gesignaleerd, bij alle typen risico. Banken moeten deze binnen de door de ECB opgelegde deadline herstellen. Ook moeten ze doorgaan te investeren in de kwalitatief hoogwaardige modellen die tijdens het TRIM-project zijn gerealiseerd.

Terwijl die tekortkomingen worden hersteld, moest er bij sommige modellen tijdelijke maatregelen worden getroffen om de mogelijke onderschatting van en hoge mate van onzekerheid over de RWA’s te ondervangen (zoals bij sommige modellen voor de berekening van het verlies bij wanbetaling (loss given default – LGD) en omrekeningsfactoren in verband met portefeuilles met een gering wanbetalingsrisico).

Er is tijdens TRIM een aantal bevindingen per risicotype vastgesteld. Ongeveer een derde daarvan had naar schatting een materieel effect op het niveau van de prudentiële eigenvermogensvereisten, de interne governance dan wel de beheersing en het management van risico's. Bij kredietrisicomodellen hebben we bijvoorbeeld in vrijwel alle onderzoeken zwakke punten gevonden met een sterk or zeer sterk effect op de LGD-parameter. Bij modellen voor marktrisico zaten de tekortkomingen met sterk of zeer sterk effect in de gehanteerde methodiek voor de 'value at risk’ (VaR) en de ‘stressed value at risk’ (SVaR).

De tijdens het TRIM-project vastgestelde bevindingen per type risico zijn terug te lezen in hoofdstuk 4 van het TRIM-projectverslag.

Heeft het TRIM-project geleid tot een hoger totaal aan risicogewogen activa?

De TRIM-onderzoeken zijn uitgebreid de diepte en de breedte ingegaan. Dit heeft geresulteerd in een groot aantal tekortkomingen en een gedetailleerde follow-up vanuit het toezicht. De nadruk bij die follow-up lag op het herstel van de tekortkomingen en de (hernieuwde) volledige naleving van de geldende vereisten.

Banken hebben gedetailleerde en bindende verplichtingen opgelegd gekregen, in combinatie met een van tevoren bepaalde deadline. Daarnaast hebben we beperkingen ingesteld die ervoor moeten zorgen dat de banken gedurende de periode dat ze de tekortkomingen herstellen en totdat ze de vereisten volledig naleven een adequaat niveau van de eigenvermogensvereisten berekenen. We schatten dat de totale impact van die beperkingen en de in het kader van TRIM goedgekeurde modelwijzigingen in de periode 2018-2021 tot een totale absolute toename van de RWA’s heeft geleid van circa € 275 miljard. Toch kunnen we het effect van toezichtsbesluiten in het kader van TRIM niet helemaal van tevoren inschatten.

Sterker nog, voor verplichtingen, die in de TRIM follow-up centraal staan, kan de impact op de kapitaalvereisten niet van tevoren worden ingeschat. Dat hangt uiteindelijk namelijk helemaal af van de manier waarop de betreffende instelling in de praktijk met haar specifieke verplichtingen omgaat.

Heeft TRIM inderdaad ongerechtvaardigde (dat wil zeggen, niet uit risicoverschillen voortvloeiende) variabiliteit van de risicogewogen activa verminderd? Zo ja, hoe dan?

TRIM heeft de niet uit risicoverschillen voortvloeiende RWA-variabiliteit op diverse manieren verminderd. Die variabiliteit heeft een uiteenlopende oorzaak, bijvoorbeeld omdat de regelgeving niet voldoende specifiek is om die variabiliteit tegen te gaan, of omdat instellingen niet aan de vereisten voldoen.

  1. De gids van de ECB betreffende interne modellen biedt transparantie over de inzichten van de ECB als toezichthouder ten aanzien van de bestaande regelgeving. De gids zorgt voor consistentie bij de uitvoering van de in de wet- en regelgeving opgenomen eisen en stimuleert een geharmoniseerde evaluatie van interne modellen. De ECB heeft in het kader van TRIM consequent de indringende evaluatiemethode toegepast op alle banken (waarbij in het bijzonder gebruik is gemaakt van gestandaardiseerde verzoeken om gegevens en gemeenschappelijke inspectietechnieken en -instrumenten).
  2. We hebben naar aanleiding van de TRIM-onderzoeken volgens een consistente benadering toezichtsbesluiten uitgevaardigd. Die besluiten bestonden onder meer uit maatregelen die de onderzochte modellen volledig in lijn met de vereisten moesten brengen. Tijdens het herstelproces bieden die maatregelen compensatie voor een eventuele onderschatting van de risico's. Op die manier zorgen we ervoor dat de onder toezicht staande entiteiten de geconstateerde tekortkomingen snel herstellen en de RWA's gedurende die herstelfase niet onderschatten.

Dankzij die maatregelen wordt het verband tussen het risico van de onderliggende activa en de uitkomsten van het model versterkt. De uitkomsten van de modellen worden er vergelijkbaarder van. De maatregelen verminderen dus de niet uit risicoverschillen voortvloeiende RWA-variabiliteit en dragen bij aan het herstel van de geloofwaardigheid van interne modellen.

Wat is het voordeel van TRIM voor toekomstig Europees toezicht op interne modellen?

TRIM heeft een verscheidenheid aan voordelen en uitkomsten opgeleverd die verder gaan dan de evaluatie van de naleving van in de wet- en regelgeving opgenomen vereisten door interne modellen.

  • De toezichthouders hebben een veel diepere, systeembrede kennis opgedaan over de bestaande modelleringspraktijk en de daarmee samenhangende tekortkomingen. Aan de hand daarvan kan ook beter worden bepaald op welke gebieden onderzoek of toezicht zich in de toekomst moet toespitsen.
  • De gids van de ECB betreffende interne modellen vormt een aanvulling vanuit het perspectief van de toezichthouder, op reguleringsinitiatieven op het gebied van interne modellen. De gids biedt transparantie over de manier waarop de ECB aankijkt tegen de toepasselijke vereisten voor interne modellen, zoals die voortvloeien uit de wet- en regelgeving. Er wordt daarmee ook bijgedragen aan een steviger raamwerk voor interne modellen en evaluaties binnen het Europese bankentoezicht.
  • TRIM heeft de ontwikkeling gestimuleerd van een consistente toezichtsbenadering voor de interne modellen die bij belangrijke instellingen onder Europees bankentoezicht in gebruik zijn. Ook in de toekomst zal een vergelijkbare benadering worden gehandhaafd voor toezichtsevaluaties van interne modellen. Een gelijk speelveld kan hiermee blijvend worden gewaarborgd.

We zullen in de toekomst beproefde TRIM-methoden, toezichtswerkwijzen, en de diepgaande kennis van het modellandschap verankeren in de twee pijlers van het reguliere toezicht op interne modellen binnen het Europese bankentoezicht: onderzoeken van interne modellen en het lopende toezicht op modellen.

In welk opzicht was TRIM ‘gericht’?

TRIM was op de volgende manieren gericht:

  • Het project bestreek de meest relevante risicotypen, waarbij ook rekening werd gehouden met verdere ontwikkelingen in de wet- en regelgeving. Het project ging in op modellen voor krediet-, markt- en tegenpartijkredietrisico. Interne modellen voor operationeel risico en voor het zogenoemde credit valuation adjustment- ofwel CVA-risico zijn niet meegenomen in het TRIM-project. Dit is conform de koers van het Bazels Comité in het kader van de hervormingen voor de afronding van Bazel III, namelijk dat banken voor deze risicotypen geen op modellen gebaseerde methoden mogen gebruiken.
  • Het project bestreek de meest belangrijke gebieden waar ongewenste variabiliteit in de risicogewogen activa geacht werd te bestaan dan wel waar uiteenlopende werkwijzen bestonden die mogelijk niet in overeenstemming met de vereisten waren.
  • In het geval van kredietrisico is een voldoende omvangrijk aantal van de meest materiële en kritische interne modellen onder de loep genomen. Een en ander heeft een evenredig beslag gelegd op tijd en middelen. Een volledige evaluatie van alle bestaande modellen zou binnen de reikwijdte van het project immers niet mogelijk zijn geweest (in tegenstelling tot de modellen voor marktrisico en tegenpartijkredietrisico).

Raakte het TRIM-project alle banken waarop de ECB direct toezicht houdt?

We hebben onze beoordeling uitgevoerd op de interne modellen van alle banken waarop de ECB direct toezicht houdt en die interne modellen gebruikten op de datum dat TRIM van start ging. Gezien de gerichte aard van het project en om proportionele en logistieke redenen konden niet alle goedgekeurde modellen bij alle banken worden gecontroleerd. Ook uitgesloten van de evaluatie waren banken die net in een fusieproces verwikkeld waren en banken die niet langer onder direct toezicht vielen.

Verder liet de reikwijdte van het project niet toe dat we alle instellingen in de evaluatie mee konden nemen die een eerste goedkeuring van het interne model ontvingen terwijl TRIM gaande was. Tot slot zijn de minder belangrijke instellingen niet in het TRIM-project meegenomen (tenzij deze al te maken hadden met een TRIM-onderzoek voordat ze als minder belangrijk werden aangemerkt). Deze instellingen vallen onder het directe toezicht van de NCA's.

In totaal vielen 65 banken onder het TRIM-project.

Hoe gangbaar is het gebruik van een intern model? Verandert dit naar verwachting door TRIM?

De bedoeling van TRIM was niet om banken te stimuleren of te ontmoedigen om een intern model te gebruiken. Het doel was om te beoordelen hoe toereikend de modellen waren die op dat moment werden gebruikt. TRIM kan, in combinatie met de veranderingen die er in het kader van de afronding van de Bazel III-normen aan zitten te komen, echter wel consequenties hebben voor wanneer en hoe banken een intern model gebruiken. TRIM draagt daarmee bij aan het stroomlijnen van het modellandschap bij banken. Vooral ook gezien de benodigde investering om aan de normen te voldoen die TRIM in lijn met de verordening vereist, moeten banken de interne-modelstrategie tegen het licht houden met het oog op het ontwikkelen of vereenvoudigen van toekomstige interne modellen.

Hoe zag het tijdschema van het project er uit? Hoeveel onderzoeken ter plaatse zijn er uitgevoerd?

Het project is in 2016 van start gegaan met de ontwikkeling van de onderliggende methodiek en benodigde tools. Ook hebben we toen de modellen in kaart gebracht die moesten worden geëvalueerd. We hebben in de periode 2017-2019 200 TRIM-onderzoeken ter plaatse uitgevoerd. Van die onderzoeken hadden 161 betrekking op modellen voor kredietrisico, 31 voor marktrisico en acht voor tegenpartijkredietrisico. In 2020 hebben we de horizontale analyses van de uitkomsten van onze onderzoeken afgerond. Ook daarna zijn we nog doorgegaan met het uitvaardigen van toezichtsbesluiten. TRIM is in april 2021 afgesloten met de publicatie van een projectverslag.

Welke fasen heeft het TRIM-project doorlopen?

De TRIM-onderzoeken verliepen volgens afzonderlijke fasen van activiteiten en lagen van kwaliteitsbewaking. Die fasen kwamen overeen met de standaardcyclus voor onderzoek naar interne modellen, zoals beschreven in de Gids van de ECB voor inspecties ter plaatse en onderzoeken van interne modellen:

  1. het vaststellen van de reikwijdte en het voorbereiden van het onderzoek;
  2. het uitvoeren van de activiteiten ter plaatse;
  3. het uitvoeren van consistentiecontroles (niet ter plaatse);
  4. het afronden van de onderzoeksfase en het versturen van het definitieve beoordelingsverslag naar de bank;
  5. het via het toezichtsbesluitvormingsproces uitvoeren van de follow-up naar aanleiding van de bevindingen tijdens het onderzoek ter plaatse.

Door de consistentiecontroles is een consistente toepassing gewaarborgd van de voor TRIM ontwikkelde gemeenschappelijke methodologie. We hebben horizontale analyses uitgevoerd per risicotype of categorieën posities om zo ons inzicht in het bestaande landschap van modellen op de diverse gebieden verder te verdiepen. Dat heeft een overzicht opgeleverd van de vaakst voorkomende of belangrijkste bevindingen en maakte het mogelijk dat de toezichthouders vergelijkbare tekortkomingen consistent konden aanpakken.

Hoe verhouden de doelstellingen en uitkomsten van TRIM zich tot andere initiatieven met betrekking tot interne modellen, zoals de toetsing door de EBA van de interne-ratingbenadering (IRB) of de Bazel III-normen?

Het streven van zowel TRIM als de Bazel III-normen is het verminderen van de buitensporige ongewenste variabiliteit van de risicogewogen activa. TRIM benadert het probleem vanuit het perspectief van de toezichthouder. De insteek bij de Bazel III-normen is vanuit de regelgever.

De invoering van de definitieve Bazel III-normen in combinatie met het herstel van de TRIM-tekortkomingen vormen samen een garantie tegen ongepaste of ontoereikende interne modellen. De in de Bazel III-normen vervatte beperkingen en voorwaarden worden op algemener niveau toegepast (Bazel III bepaalt bijvoorbeeld een ondergrens voor parameters of legt beperkingen op aan het gebruik van de geavanceerde interne-ratingbenadering). Bij TRIM-onderzoeken ligt de nadruk meer op met modellen samenhangende aspecten.

Zowel het EBA-herstelprogramma als TRIM streven naar verbetering van de interne modellen voor wat betreft de in de wet- en regelgeving opgenomen vereisten. Zo is de duiding van de toepasselijke wetgeving in de gids van de ECB betreffende interne modellen ontwikkeld in overeenstemming met de lopende ontwikkelingen in de regelgeving, zoals de technische reguleringsnormen en richtsnoeren van de EBA.

Het TRIM-project is niet bedoeld om vooruit te lopen op komende ontwikkelingen in de wet- en regelgeving. De invoering van de Bazel III-normen, de wijzigingen van de verordening kapitaalvereisten (Capital Requirements Regulation – CRR), de door de EBA geleide toetsing van de interne-ratingbenadering en het herstel van de TRIM-tekortkomingen zorgen echter voor complementaire lagen van bescherming tegen tekortschietende interne modellen.

Op welke manier waren de bevoegde nationale autoriteiten (NCA's) bij het project betrokken?

Dat met de diverse NCA’s werd samengewerkt, was een belangrijk uitgangspunt van het TRIM-project. Het streven was om consistente toezichtswerkwijzen te stimuleren en om mee te profiteren van de zeer brede expertise over interne modellen binnen het Europese bankentoezicht.

Zo zijn de NCA’s betrokken geweest bij:

  1. de uitvoering van de TRIM-onderzoeken ter plaatse (waarvan de meerderheid door NCA-medewerkers is bemenst);
  2. de operationele stuurgroep van het project;
  3. de afvaardiging van experts op het gebied van interne modellen naar de TRIM-competentiecentra die verantwoordelijk waren voor de ontwikkeling van de TRIM-methodiek en de uitvoering van de horizontale evaluaties van de TRIM-beoordelingsverslagen.