Pijler 2-vereiste (P2R)

De Pijler 2-vereiste (Pillar 2 requirement – P2R) is een aanvullende kapitaalvereiste voor het dekken van risico’s die door de minimumkapitaalvereiste (Pijler 1) onvoldoende in aanmerking worden genomen of niet worden gedekt. P2R’s zijn bindend. Niet-naleving ervan kan voor een bank directe juridische gevolgen hebben. De P2R wordt vastgesteld via de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process – SREP). Het als uitkomst van de SREP benodigde kapitaal (capital demand) omvat ook de Pijler 2-aanbeveling (Pillar 2 guidance – P2G). Die geeft aan hoeveel kapitaal banken moeten aanhouden om te beschikken over een toereikende buffer waarmee ze het hoofd kunnen bieden aan stresssituaties. Anders dan de P2R is de P2G niet juridisch bindend.

De nieuwe verordening kapitaalvereisten (CRR) moet de marktdiscipline versterken en ervoor zorgen dat beleggers en depositohouders goed geïnformeerd zijn over de kapitaalpositie van de instellingen. Volgens artikel 431, lid 1, artikel 433 bis, lid 1, en artikel 438, onder b), zoals ingevoerd door de CRR II, moeten grote instellingen (gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 146, CRR (zoals gewijzigd door CRR II)) hun Pijler 2-vereisten jaarlijks openbaar maken.

De ECB heeft de belangrijke instellingen aanbevolen om de omvang van het aanvullend eigen vermogen (own funds) en de samenstelling ervan openbaar te maken als onderdeel van hun informatieverstrekking. De ECB heeft ook het voornemen kenbaar gemaakt om de geconsolideerde P2R van elke bank of bankgroep te publiceren. Voorts heeft ze banken die hun P2R nog niet openbaar hebben gemaakt, gevraagd om de publicatie ervan door de ECB goed te keuren.

De tabel hieronder bevat de namen van de belangrijke instellingen[1], samen met hun tijdens de SREP-cyclus 2019 vastgestelde P2R. De P2R's, die van kracht worden vanaf het eerste kwartaal van 2020, moeten volledig worden vervuld in de vorm van tier 1-kernkapitaal (Common Equity Tier 1 – CET1). De belangrijke instellingen in de lijst hebben ofwel hun P2R al bekendgemaakt, ofwel aan de ECB de toestemming gegeven om dat te doen.

De tabel werd bijgewerkt op 30 januari 2020.

P2R-uitkomsten

 
Naam instelling
P2R 2019 (volledig CET1)
van toepassing in 2020
Aareal Bank AG 2,25%
AB SEB bankas 2,00%
ABANCA Corporación Bancaria S.A. 1,75%
Abanka d.d. 3,50%
ABN AMRO Bank N.V. 2,00%
AIB Group plc 3,00%
Alpha Bank AE 3,00%
AS "SEB banka" 2,25%
AS SEB Pank 2,25%
AS Swedbank 1,70%
AXA Bank Belgium SA 2,75%
BANCA MONTE DEI PASCHI DI SIENA S.p.A. 3,00%
Banca Popolare di Sondrio, Societá Cooperativa per Azioni 3,00%
Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, S.A. 1,50%
Banco BPM S.p.A. 2,25%
Banco Comercial Portugués, SA 2,25%
Banco de Crédito Social Cooperativo, S.A. 2,50%
Banco de Sabadell, S.A. 2,25%
Banco Santander, S.A. 1,50%
Bank of America Merrill Lynch International Designated Activity Company 2,30%
Bank of Cyprus Holdings Public Limited Company 3,00%
Bank of Ireland Group plc 2,25%
Bank of Valletta plc 3,25%
Bankinter, S.A. 1,20%
Banque Degroof Petercam SA 3,00%
Banque et Caisse d'Epargne de l'Etat, Luxembourg 1,00%
Banque Internationale á Luxembourg S.A. 1,75%
Barclays Bank Ireland PLC 3% + max. (0,3% of € 100 miljoen)
BAWAG Group AG 2,00%
Bayerische Landesbank 2,00%
Belfius Bank NV 2,00%
BFA Tenedora de Acciones S.A.U. 2,00%
Biser Topco S.à.r.l. 3,00%
BNG Bank N.V. 2,25%
BNP Paribas S.A. 1,25%
BPCE S.A. 1,75%
BPER Banca S.p.A. 2,00%
Bpifrance S.A. (Banque Publique d'Investissement) 1,50%
C.R.H. - Caisse de Refinancement de l'Habitat 0,75%
Caixa Geral de Depósitos, SA 2,25%
CaixaBank, S.A. 1,50%
Cassa Centrale Banca - Credito Cooperativo Italiano S.p.A. 2,25%
Citibank Holdings Ireland Limited 2,70%
COMMERZBANK Aktiengesellschaft 2,00%
Confédération Nationale du Crédit Mutuel 1,75%
Coöperatieve Rabobank U.A. 1,75%
Crédit Agricole S.A. 1,50%
Credito Emiliano Holding S.p.A. 1,00%
de Volksbank N.V. 2,50%
DekaBank Deutsche Girozentrale 1,50%
Deutsche Apotheker- und Ärztebank eG 1,25%
Deutsche Bank AG 2,50%
Deutsche Pfandbriefbank AG 2,50%
Dexia SA 3,25%
DZ BANK AG Deutsche Zentral-Genossenschaftsbank 1,75%
Erste Group Bank AG 1,75%
Eurobank Ergasias S.A. 3,00%
Hamburg Commercial Bank AG 2,75%
HASPA Finanzholding 1,00%
Hellenic Bank Public Company Limited 3,20%
HSBC Bank Malta p.l.c. 2,25%
HSBC France 3,00%
Ibercaja Banco, S.A. 2,00%
Iccrea Banca S.p.A. - Istituto Centrale del Credito Cooperativo 2,50%
ING Groep N.V. 1,75%
Intesa Sanpaolo S.p.A. 1,50%
Investeringsmaatschappij Argenta NV 1,75%
J.P. Morgan Bank Luxembourg S.A. 2,25%
KBC Group NV 1,75%
KBL European Private Bankers S.A. 2,00%
Kuntarahoitus Oyj 2,25%
Kutxabank, S.A. 1,20%
La Banque Postale 2,00%
Landesbank Baden-Württemberg 1,75%
Landesbank Berlin AG 1,50%
Landesbank Hessen-Thüringen Girozentrale 1,75%
Liberbank, S.A. 2,50%
LSF Nani Investments S.à.r.l. 3,00%
Luminor Bank AS 2,00%
MDB Group Limited 3,00%
Mediobanca - Banca di Credito Finanziario S.p.A. 1,25%
Münchener Hypothekenbank eG 1,50%
National Bank of Greece S.A. 3,00%
Nederlandse Waterschapsbank N.V. 2,25%
Nordea Bank Abp 1,75%
Nova Ljubljanska banka d.d. Ljubljana 2,75%
OP Osuuskunta 2,25%
Piraeus Bank S.A. 3,25%
Raiffeisen Bank International AG 2,25%
Raiffeisenbankengruppe OÖ Verbund eGen 1,75%
RBC Investor Services Bank S.A. 2,00%
RCB Bank LTD 3,50%
RCI Banque SA 2,00%
Sberbank Europe AG 3,25%
SFIL S.A. 0,75%
Slovenská sporitel'ňa, a.s. 1,50%
Société Générale S.A. 1,75%
State Street Europe Holdings Germany S.a.r.l. & Co. KG 2,00%
Swedbank AS 2,00%
Swedbank, AB 1,80%
Tatra banka, a.s. 1,50%
The Bank of New York Mellon SA 2,00%
Ulster Bank Ireland Designated Activity Company 3,50%
Unicaja Banco, S.A. 1,75%
UniCredit S.p.A. 1,75%
Unione di Banche Italiane Società per Azioni 2,25%
Volksbank Wien AG 2,50%
Volkswagen Bank GmbH 2,00%
Všeobecná úverová banka, a.s 1,50%
[1] Per 1 december 2019 houdt het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (SSM) toezicht op 117 belangrijke instellingen (significant institutions - SI’s). Meer informatie in het persbericht: ECB will directly supervise 117 banks in 2020.
Acht van deze 117 SI's (UBS Europe SE, J.P. Morgan AG, Morgan Stanley Europe Holding SE, Goldman Sachs Bank Europe SE, Akcinė bendrovė Šiaulių bankas, AS “PNB Banka”, Banca Carige S.p.A. - Cassa di Risparmio di Genova e Imperia, Norddeutsche Landesbank –Girozentrale) zijn niet in de P2R-tabel per bank opgenomen, om een van de volgende redenen: i) eind 2019 of begin 2020 aangemerkt als belangrijke instelling, dus er werd geen SREP-besluit 2019 uitgevaardigd, of ii) SREP-besluit 2019 volgt later in de loop van 2020.