Enkele onderdelen van de op deze pagina gepubliceerde informatie zijn onvolledig of onjuist. Wij zijn momenteel druk bezig deze informatie te herzien en zullen op korte termijn een gecorrigeerde versie publiceren.

Wat is de gerichte toetsing van interne modellen?

15 februari 2017

Wat is de gerichte toetsing van interne modellen? Wat is het belangrijkste doel ervan?

De gerichte toetsing van interne modellen ("targeted review of internal models" of TRIM) is een project om te beoordelen of de interne modellen die banken momenteel gebruiken aan de regelgevingsvereisten voldoen, en of ze betrouwbaar en onderling vergelijkbaar zijn. Banken maken soms gebruik van interne modellen om hun Pijler 1-eigenvermogensvereisten te bepalen, d.w.z. het minimumbedrag aan kapitaal dat zij wettelijk verplicht zijn aan te houden.

Een belangrijke doelstelling van de TRIM is vermindering van inconsistenties en ongewenste variabiliteit wanneer banken interne modellen gebruiken om hun risicogewogen activa ("risk-weighted assets" of RWA's) te berekenen. Dit kan gebeuren omdat het huidige regelgevingskader banken een zekere vrijheid geeft bij het modelleren van hun risico's.

De TRIM streeft er ook naar de praktijken op het vlak van specifieke onderwerpen te harmoniseren. Op die manier zou de toetsing moeten helpen ervoor te zorgen dat de interne modellen op passende wijze worden gebruikt.

De doelstellingen voor de TRIM vallen samen met twee belangrijke doelstellingen van het ECB-Bankentoezicht: het bevorderen van een gezond en schokbestendig bankstelsel door middel van proactief en streng toezicht en het creëren van een gelijk speelveld door de toezichtspraktijken in het gehele eurogebied te harmoniseren.

De TRIM is eind 2015 van start gegaan en zal naar verwachting in 2019 worden afgerond.

Waarom doet de ECB dit nu?

De afgelopen jaren is het gebruik van interne modellen om de in de regelgeving vastgelegde kapitaalvereisten te bepalen in toenemende mate controversieel geworden. Daar zijn twee hoofdredenen voor:

  • Interne modellen zijn, sinds zij oorspronkelijk in het kader van Bazel II werden geïntroduceerd, steeds ingewikkelder geworden. Dit heeft het voor banken en toezichthouders steeds moeilijker gemaakt ze te begrijpen en te beoordelen of risico's op correcte en consistente wijze in kaart worden gebracht.
  • Een aantal benchmarking-studies hebben de aandacht gevestigd op inconsistenties en hoge variabiliteit in de door middel van de interne modellen van verschillende banken berekende kapitaalvereisten.

Wat is het tijdschema en wat zijn de totale kosten? Hoeveel mensen zijn erbij betrokken? In welke mate nemen medewerkers van de nationale autoriteiten, externe accountants en/of consultants eraan deel?

Het ECB-Bankentoezicht investeert veel in de TRIM in termen van eigen medewerkers en kosten van externe middelen. Wat betreft de medewerkers: zo'n 100 toezichthouders van de ECB en de nationale toezichthouders zullen erbij betrokken zijn.

De missies ter plaatse zullen in 2017 en 2018 plaatsvinden (met een mogelijke uitloop naar 2019). Voor elke missie ter plaatse is het nodig dat er ten minste zes mensen over een periode van ten minste tien weken aan werken. In 2017 zullen meer dan 100 van deze missies plaatsvinden. Voor elke missie ter plaatse zal de helft van de daarmee belaste medewerkers bestaan uit externe consultants. Dit stelt de ECB in staat haar overige toezichtsactiviteiten te blijven uitvoeren.

Bestaat er verband tussen (de afronding van) Bazel III en de TRIM?

De Bazel III-besprekingen waarbij bekeken wordt of interne modellen op passende wijze en in de geest van hun bedenkers worden gebruikt, maken dat het ECB-project om de interne modellen te toetsen op het juiste moment plaatsvindt.

De TRIM gaat precies in op het punt waarop de tegenstanders van interne modellen gewoonlijk kritiek hebben: door te controleren of banken bij het berekenen van hun eigenvermogensvereisten hun Pijler 1-interne modellen op de juiste wijze gebruiken, streeft de ECB ernaar te helpen waarborgen dat de modellen inderdaad op de juiste wijze worden gebruikt.

Bent u er zeker van dat interne modellen zullen blijven bestaan nadat Bazel III is afgerond?

Ondanks het feit dat er wel enige vraagtekens zijn is de ECB ervan overtuigd dat interne modellen een nuttige rol kunnen spelen bij het bepalen van het in de regelgeving vastgelegde kapitaal in overeenstemming met de risicoblootstelling van de instelling, op voorwaarde dat aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan: risico's moeten op adequate wijze worden gemodelleerd en de modellen moeten consistente uitkomsten opleveren.

Betreft dit alle banken die onder het directe toezicht van de ECB vallen?

Een onderdeel van het project is dat de ECB alle banken controleert die onder haar directe toezicht vallen en die Pijler 1-interne modellen hebben goedgekeurd (drie banken zijn vrijgesteld om uiteenlopende redenen, zoals het verwikkeld zijn in een fusie). Dit betekent dat 68 banken onder het project vallen.

Het project gaat in op krediet-, markt- en tegenpartijkredietrisico. Het project streeft er wat deze risicotypes betreft ook naar rekening te houden met mogelijke veranderingen in de regelgevingsvereisten voor interne modellen die naar verwachting gedurende het project zullen worden ingevoerd.

Wat doet de ECB met haar bevindingen? Zullen zij worden meegenomen in de Procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie ("Supervisory Review and Evaluation Process" of SREP)?

Overeenkomstig de standaardprocedure zal het ECB-Bankentoezicht direct na afronding van de missie ter plaatse banken vragen lacunes in hun naleving van de regelgevingsvereisten aan te pakken.

Wanneer banken tekort schieten met betrekking tot de ECB-gids betreffende de TRIM, zal de ECB, zodra de peer-toetsingen stabiel genoeg zijn om een gelijk speelveld te waarborgen, een operationele bepaling doen uitgaan waarin eventuele tekortkomingen worden aangegeven.

Besluiten waarin banken gevraagd wordt herstelmaatregelen te nemen zullen, ten slotte, aan de instellingen worden toegezonden zodat deze eventuele resterende tekortkomingen kunnen verhelpen op basis van de (na een openbare raadpleging) definitieve versie van de gids. De banken zullen voldoende tijd krijgen voor hun aanpassingen, met name als de verwachtingen verschillen van de in het verleden door toezichthouders gehanteerde nationale normen.

Zal de TRIM leiden tot over het geheel genomen hogere kapitaalvereisten?

Het is belangrijk op te merken dat terwijl het project tot doel heeft ongewenste variabiliteit in de RWA's onder de banken te verminderen, een algemene verhoging van de RWA's niet de bedoeling is. Desalniettemin zou de TRIM in het geval van individuele banken kunnen resulteren in een verhoging of verlaging van de kapitaalbehoeften.